China vergroot zijn energie-infrastructuur op een schaal die in Europa nauwelijks voorstelbaar is. Om te begrijpen waarom het land nu massaal inzet op gigantische energieopslag in de bergen, moet je eerst kijken naar de bouwwoede van vorig jaar. De focus verschuift namelijk razendsnel van het plaatsen van zonnepanelen en windturbines naar het stabiel houden van het stroomnet.
De ongekende bouwwoede van 2025
In juni 2025 publiceerde The Guardian cijfers die de extreme versnelling van de Chinese energietransitie blootlegden. Alleen al tussen januari en mei 2025 voegde het land 198 GW zonne-energie en 46 GW windenergie toe. In de maand mei ging het zelfs om 93 GW zonne-energie en 26 GW wind. Volgens analist Lauri Myllyvirta waren de installaties in mei alleen al groot genoeg om, afhankelijk van de omstandigheden, evenveel stroom op te wekken als landen als Polen, Zweden of de Verenigde Arabische Emiraten.
Die hypercompetitieve expansie kende ook een keerzijde. The Guardian meldde dat de prijzen van zonnepanelen in China in 2025 zo sterk onder druk stonden dat de vijf grootste zonnebedrijven in het eerste kwartaal samen meer dan 8 miljard yuan verlies noteerden. Binnen de sector viel toen zelfs de term “death cycle”.
Toch werd er onverminderd doorgebouwd. Uit officiële cijfers van de Chinese overheid, gepubliceerd op 12 februari 2026, blijkt dat de gecombineerde, aan het net gekoppelde capaciteit van wind en zon eind 2025 op 1,84 miljard kW stond. Daarmee was wind en zon samen goed voor 47,3% van de totale geïnstalleerde elektriciteitscapaciteit in China, en lag die capaciteit voor het eerst boven die van thermische opwek.
Bergen als zwaartekrachtbatterij
Nu de opwek van zon en wind sneller groeit dan de mogelijkheden om die stroom op elk moment direct te benutten, is energieopslag topprioriteit geworden. Zonnepanelen leveren immers niets in het donker, en windturbines doen weinig als het niet waait. Daar komt pumped storage, of pompaccumulatie, in beeld. Reuters beschreef eind maart 2026 hoe deze technologie wereldwijd steeds belangrijker wordt als oplossing voor het overbruggen van momenten waarop veel hernieuwbare stroom wordt opgewekt, maar niet direct kan worden gebruikt.
Het principe is simpel, maar de uitvoering is enorm. Bij een overschot aan stroom wordt water van een lager naar een hoger reservoir gepompt. Zodra de vraag stijgt, stroomt dat water weer omlaag door turbines en wordt opnieuw elektriciteit opgewekt. Juist omdat dit systeem op zeer grote schaal werkt, geldt het als een van de belangrijkste vormen van langdurige energieopslag. Reuters meldde dat er wereldwijd bijna 200 GW pumped storage in gebruik is en 570 GW in ontwikkeling, met China als absolute zwaartepunt.
De achterkant van de EV-revolutie
Dat China hierin vooroploopt, werd al duidelijk in de World Hydropower Outlook 2025. Volgens dat rapport voegde China in 2024 alleen al 14,4 GW nieuwe waterkrachtcapaciteit toe, waarvan 7,75 GW specifiek bestemd was voor pumped storage. Het rapport stelt ook dat China de wereldwijde ontwikkeling van waterkracht en pompaccumulatie blijft domineren. Geen enkel land speelt momenteel op zo’n schaal in op pumped-storage als China.
Voor de autowereld is dat een fascinerende ontwikkeling. Terwijl in Europa veel discussie draait om wijkbatterijen, netverzwaring en de lokale impact van laadpalen, werkt China tegelijk aan de achterkant van die hele elektrificatiegolf. Het land bouwt niet alleen de elektrische auto’s en accupakketten, maar ook de infrastructuur die nodig is om al die extra stroom op te slaan en op het juiste moment beschikbaar te maken.