Voor de gemiddelde leek is een wegrottende auto op een Frans boerenerf vooral een zielig gezicht. Voor de top van de klassiekermarkt was de ontdekking van de Baillon-collectie eind 2014 echter een van de meest spectaculaire barn finds van de afgelopen decennia. Veilinghuis Artcurial kondigde de vondst destijds aan als een groep van zo'n zestig 'sleeping beauties'. Uiteindelijk gingen er op 6 februari 2015 in Parijs 59 auto's onder de hamer, en de impact van die veiling werkt in de klassiekerwereld nog altijd door.
De gestrande droom van Roger Baillon
De collectie was het levenswerk van Roger Baillon, een Franse transportondernemer die in de jaren vijftig zeldzame auto's begon op te kopen. Zijn doel was niet simpelweg oppotten, maar het stichten van een heus automuseum. Dat plan strandde toen zijn bedrijf in de jaren zeventig in zwaar weer terechtkwam. Baillon werd gedwongen een deel van zijn collectie te liquideren. De auto's die overbleven, verdwenen onder simpele afdakjes en in vochtige schuren op zijn landgoed, waar ze decennialang aan de elementen werden overgeleverd.
Wat de Baillon-collectie onderscheidde van een doorsnee barn find, was de extreme kwaliteit van de line-up. Tussen het stof, het onkruid en de roest stonden geen vergeten Kevers, maar de absolute elite van de Europese auto-industrie: Bugatti, Hispano-Suiza, Delahaye, Delage, Maserati en Ferrari.
De Heilige Graal: een Ferrari onder de tijdschriften
Het absolute zwaartepunt van de veiling, en de auto die de wereldwijde pers haalde, was een 1961 Ferrari 250 GT SWB California Spider. Deze auto lag letterlijk verborgen onder stapels oude tijdschriften, maar had alles in zich waar de markt blind voor valt.
Allereerst is het model extreem zeldzaam. Ten tweede was de auto volledig ongerestaureerd. Maar de echte klapper was de provenance: de Ferrari was in het verleden eigendom geweest van de Franse acteurs Gérard Blain en Alain Delon. Veilingverslagen van onder meer Artnet benadrukten juist die herkomst als een van de belangrijkste redenen voor de enorme belangstelling rond de auto. Artcurial schatte de opbrengst vooraf in op 9,5 tot 12 miljoen euro. De markt dacht daar echter anders over. De hamer viel pas bij 14,2 miljoen euro, wat de uiteindelijke prijs inclusief veilingkosten op een duizelingwekkende 16,3 miljoen euro bracht.
Maar de echte klapper was de provenance: de Ferrari was in het verleden eigendom geweest van de Franse acteurs Gérard Blain en Alain Delon. Veilingverslagen van onder meer Artnet benadrukten juist die herkomst als een van de belangrijkste redenen voor de enorme belangstelling rond de auto.
Alain Delon's forgotten 1961 Ferrari 250 GT SWB California Spider peeks out from under piles of magazines in Roger Baillon's garage. Auction price: 16.3 million euros ($19M USD)
by u/temporalwanderer in BarnFinds
'As Found' is het nieuwe goud
Waarom sloeg deze collectie commercieel zo hard in? Vooral omdat de auto’s grotendeels in ‘as found’-staat werden aangeboden. Ook Hagerty wees er later op dat juist die stoffige, ongerestaureerde presentatie de fascinatie van verzamelaars verder aanwakkerde. In plaats van ze cosmetisch op te poetsen, liet Artcurial het stof, de slijtage en de originele staat juist onderdeel van het verhaal worden.
Die keuze versterkte het gevoel van authenticiteit en historische lading rond de auto's. Kopers kregen de overtuiging dat ze niet zomaar een object kochten, maar een tastbaar stuk autogeschiedenis. De totale veiling van de Baillon-auto’s bracht uiteindelijk ongeveer 28,5 miljoen dollar op. Dat bedrag werd in de nasleep van de verkoop onder meer genoemd door Autoweek, dat de veiling ook omschreef als een uitzonderlijk succesvol barn-find-moment voor de markt.
De les voor de huidige markt
De Baillon-veiling geldt nog steeds als een referentiepunt omdat ze liet zien dat de markt in het topsegment niet alleen betaalt voor glans en perfectie, maar juist ook voor originaliteit, documenteerbare historie en onaangetaste authenticiteit.
Voor de absolute top van de markt is een auto die 'kapotgerestaureerd' is, waarbij elke imperfectie is weggepoetst, zijn ziel kwijt. De vergeten Franse collectie liet in miljoenen euro's zien waar de top van de markt echt voor betaalt: niet alleen voor het metaal, maar voor originaliteit, historie en authentiek verval.