Wie overweegt om de overstap naar een elektrische auto (EV) te maken, kijkt vaak als eerste naar de laadkosten ten opzichte van de benzineprijs. Uit een scherpe analyse blijkt echter dat het werkelijke financiële pijnpunt ergens anders ligt.
Het grootste obstakel voor de doorbraak van de EV is de extreme waardedaling op de occasionmarkt. Waar een traditionele auto met verbrandingsmotor zijn waarde redelijk vasthoudt, keldert de restwaarde van een stekkerauto in een razend tempo.
De auto als rijdende smartphone
De oorzaak van deze gigantische afschrijving is wat experts het 'smartphone-effect' noemen. Simon Schnurrer, partner bij adviesbureau Oliver Wyman, stelt dat de prijsontwikkeling van elektrische auto's fundamenteel afwijkt van die van traditionele auto's.
De restwaarde van een EV gedraagt zich als een technologieproduct, vergelijkbaar met een iPhone. Een telefoon verliest zijn waarde niet omdat hij fysiek versleten is, maar omdat er een nieuw model is met een betere camera en een snellere processor.
Hetzelfde geldt voor de EV. Een Volkswagen ID.3 van een paar jaar geleden kwam 400 kilometer ver, terwijl het nieuwste model met gemak de 550 kilometer aantikt, sneller laadt en betere software heeft. Hierdoor is een relatief jonge elektrische auto technisch gezien al snel verouderd, wat de prijs op de tweedehandsmarkt keihard drukt.
De strijd met de vertrouwde brandstofmotor
Dit in schril contrast met de klassieke brandstofauto, zoals een Volkswagen Golf. Deze voertuigen profiteren van een decennialang uitontwikkelde techniek. Consumenten vertrouwen deze vertrouwde technologie blindelings, waardoor de vraag – en dus de restwaarde – hoog en stabiel blijft.
Bij elektrische auto's heerst daarentegen de constante angst bij de consument dat ze een fortuin uitgeven aan een auto die over drie jaar technologisch is ingehaald. Bovendien is de consument wel gewend om een dure smartphone na een paar jaar af te schrijven, maar niet een auto.
Een onoplosbaar miljardendilemma
Deze situatie creëert een lastig dilemma voor zowel de politiek als de auto-industrie. Het stimuleren van de markt met aankoopsubsidies voor nieuwe EV's klinkt positief, maar zorgt er in de praktijk voor dat de waarde van reeds verkochte EV's nóg sneller daalt.
Consumenten proberen dit financiële risico te ontwijken door massaal te leasen, maar leasemaatschappijen rekenen dit afschrijvingsrisico genadeloos door in torenhoge maandbedragen.
De industrie zit gevangen in een paradox: om de energietransitie te laten slagen, móét de accutechnologie zich razendsnel ontwikkelen. Maar exact diezelfde broodnodige innovatie zorgt ervoor dat de huidige auto's massaal hun waarde verliezen, wat kopers juist afschrikt.