Wie de registratiedata van RAI, BOVAG en RDC erbij pakt, ziet een minder lineair beeld dan de januaricijfers op het eerste gezicht suggereren. De markt lijkt begin 2026 vooral te reageren op fiscale timing, niet op een plotselinge brede afkeer van stekkerauto’s. De terugval begin 2026 oogt vooral als een fiscale hangover na de eindsprint van eind 2025, waarbij bovendien niet de klassieke benzineauto, maar de hybride de daadwerkelijke winnaar is.
Een fiscale kater
In december 2025 liep het EV-marktaandeel op tot een uitzonderlijk hoge 64,6 procent. Een belangrijke verklaring was fiscale timing: veel zakelijke rijders wilden eind 2025 nog registreren voordat de bijtellingsregels in 2026 zouden verslechteren, al werd die verslechtering later deels afgezwakt. Een deel van de zakelijke vraag lijkt daardoor naar voren te zijn gehaald, wat resulteerde in een forse terugval in januari 2026, toen het EV-aandeel zakte naar 25,1 procent.
De cijfers wijzen daarmee eerder op een tijdelijke marktreactie op fiscale prikkels dan op een brede afwijzing van EV. Dat blijkt ook uit het snelle herstel daarna: in februari kroop de EV alweer naar 30,4 procent marktaandeel, en in maart stegen de stekkerauto's door naar 35,3 procent. Over heel het eerste kwartaal (Q1) nam de volledig elektrische auto nog altijd 30,5 procent van de markt voor zijn rekening.
Geen benzine-revival, maar winst voor hybride
Het idee dat de koper en bloc teruggrijpt naar een pure benzineauto, wordt niet gedragen door de jaar-op-jaar-cijfers. In 2025 nam benzine nog 13,1 procent van de markt in beslag. In het eerste kwartaal van 2026 is dat aandeel verder gekrompen tot 9,6 procent. De overduidelijke winnaar van de afgelopen maanden is de hybride, die in januari een marktaandeel van 62,0 procent veroverde en over heel Q1 afklokte op 58,4 procent.
Die sterke hybridegroei past bij het anticipatie-effect dat in officiële stukken rond de zogeheten pseudo-eindheffing al werd voorzien. Vanaf 2027 gaat deze heffing gelden voor nieuwe zakelijke personenauto’s op fossiele brandstof die privé ter beschikking worden gesteld, met een overgangsregeling voor bestaande gevallen tot uiterlijk september 2030. Officiële stukken rond deze maatregel houden rekening met een anticipatie-effect in 2026. Dat lijkt goed aan te sluiten bij de huidige marktverschuiving richting hybride en andere niet-volledig elektrische zakelijke auto’s.
Drempels voor de particulier op de achtergrond
Waar de zakelijke markt vooral meebeweegt met de fiscus, spelen er voor de particuliere koper wel degelijk structurele drempels mee op de achtergrond. De aanschafprijs van een nieuwe EV blijft vaak hoog. Tel daar de afbouw van de SEPP-subsidie bij op, net als de aanpassingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) – waarbij EV's sinds 2026 zeventig procent van het reguliere tarief betalen en plug-in hybrides inmiddels het volledige tarief – en de particuliere aarzeling is logisch. Daarnaast maken sterk variërende publieke laadtarieven de stap naar elektrisch minder vanzelfsprekend. Deze factoren vormen vooral achtergrond die de particuliere EV-vraag afremt, maar verklaren de januarisprong niet in hun eentje.
De eerste maanden van 2026 wijzen eerder op een grillige overgangsfase dan op een structurele breuk met elektrificatie. Marktmechanismen en fiscale prikkels grijpen voortdurend op elkaar in. De transitie lijkt daarmee niet gekeerd, maar de cijfers laten wel zien hoe sterk de Nederlandse automarkt nog altijd reageert op fiscale prikkels.