Algemeen

EV-verkoop groeit hard, maar het straatbeeld in de EU verandert veel langzamer

Het afgelopen jaar regende het jubelberichten over de verkoop van elektrische auto’s. December 2025 was inderdaad symbolisch: in die maand werden in de EU voor het eerst meer volledig elektrische auto’s geregistreerd dan benzinemodellen. Toch is dat in het dagelijkse straatbeeld nog veel minder zichtbaar dan die verkoopcijfers suggereren.

Redactie Autobahn Leestijd 2 minuten
Elektrische auto's
Europese automarkt
EV-verkoop groeit hard, maar het straatbeeld in de EU verandert veel langzamer

Wie alleen naar december kijkt, krijgt al snel het idee dat benzine razendsnel wordt ingehaald. Over heel 2025 lag dat echter anders. Batterij-elektrische auto’s kwamen uit op 17,4 procent van de EU-nieuwverkoop, tegenover 26,6 procent voor benzine. De grootste aandrijfvorm in de EU-nieuwverkoop was in 2025 bovendien de hybride, met 34,5 procent marktaandeel.

Waarom nieuwverkoop en wagenpark twee verschillende werelden zijn

De echte verklaring voor het huidige straatbeeld zit in het grote verschil tussen wat we jaarlijks kópen en wat er al rondrijdt. Op de wegen in de EU rijden inmiddels circa 256 miljoen personenauto’s. Vergeleken met die enorme vloot is de jaarlijkse instroom van nieuwe auto’s relatief klein. Volgens de recentste ACEA-data (over 2024) is in dat totale wagenpark nog maar 2,3 procent volledig elektrisch.

Daar komt bij dat het wagenpark maar langzaam ververst. De gemiddelde leeftijd van een personenauto in de EU is inmiddels opgelopen tot 12,7 jaar. Zolang oude benzine- en dieselauto’s zo lang in gebruik blijven, groeit het elektrische aandeel in het straatbeeld van nature erg langzaam. Dan is het logisch dat de elektrificatie van de showroom veel sneller gaat dan die van de weg.

De EU is absoluut geen eenheid

Daarnaast is de Europese Unie allesbehalve een homogene markt. Wie in Nederland of Denemarken rijdt, krijgt een heel ander beeld van de elektrificatie van het wagenpark dan wie in Zuid- of Oost-Europa onderweg is. In landen als Italië, Spanje en veel Oost-Europese markten ligt het BEV-aandeel nog duidelijk lager dan in de Noordwest-Europese kopgroep, zowel in de showroom als in het totale wagenpark.

Die verschillen hangen nauw samen met de laadinfrastructuur. Ook die groeit, maar is nog altijd scheef verdeeld. Volgens ACEA zijn Frankrijk, Duitsland en Nederland samen goed voor bijna 60 procent van alle publieke laadpunten in de EU. AFIR, de Europese verordening die sinds 13 april 2024 van toepassing is, legt lidstaten bindende minimumdoelen op voor een betere dekking langs belangrijke transportroutes en voor voldoende laadvermogen. Maar zulke infrastructurele achterstanden werk je in de praktijk niet in één of twee jaar weg.

Voor veel kopers blijft elektrisch financieel een lastige stap

Tot slot blijft de consument een bepalende factor. Uit de EAFO Consumer Monitor 2025 blijkt dat de hoge aanschafprijs nog altijd de belangrijkste drempel is voor potentiële BEV-kopers; zorgen over het rijbereik volgen als tweede barrière.

Kortom: de elektrificatie van de Europese automarkt gaat ontegenzeggelijk door, maar het vergroenen van het straatbeeld is een project van de lange adem. Wie komende zomer de grens over gaat, zal in veel EU-landen dan ook nog altijd vooral benzine-, diesel- en hybrideauto’s tegenkomen.