Wie in Duitsland de bebouwde kom verlaat, mag op veel plekken nog steevast het gas indrukken tot 100 km/u. Maar volgens Auto Motor und Sport wil de Duitse Verkeersveiligheidsraad (DVR) die standaardpraktijk grondig op de schop nemen. De aanleiding is een zorgwekkende trend in de ongevalscijfers.
Gericht vertragen op Duitse buitenwegen
Het aantal verkeersdoden bij onze oosterburen stijgt al enkele jaren: van 2.562 in 2021 naar 2.814 in 2025. Omdat ruim de helft van de dodelijke ongevallen op buitenwegen buiten de bebouwde kom gebeurt, ligt de focus nu vol op Duitse Landstraßen, oftewel buitenwegen buiten de bebouwde kom. Juist op dit soort wegen zorgen hogere snelheden, tegenverkeer en het ontbreken van fysieke rijbaanscheiding voor een verhoogd risico op zware ongevallen.
Er liggen nu concrete voorstellen op tafel voor de Duitse verkeersministerconferentie van bond en deelstaten. Men wil af van een eenheidslimiet en in plaats daarvan de maximumsnelheid veel systematischer afstemmen op het type weg. Het plan: 70 km/u bij kruisingen en aansluitingen, 80 km/u op wegen die smaller zijn dan zes meter, en het behoud van 100 km/u alléén op brede, goed uitgebouwde trajecten. Van een definitief besluit is nog geen sprake, maar de politieke druk om deze locaties aan te pakken neemt zichtbaar toe.
De terugkerende discussie bij stijgende brandstofprijzen
Terwijl de verkeersministers praten over veiligheid en snelheid, kampt de Duitse politiek tegelijkertijd met een compleet ander autodossier: snel oplopende brandstofprijzen. Door de geopolitieke onrust rond de Straat van Hormuz zijn de prijzen aan de pomp recent opnieuw fors opgelopen.
In Duitsland laait daarmee opnieuw de discussie op over tijdelijke prijssteun aan de pomp, vergelijkbaar met het debat aan het begin van de Oekraïne-oorlog. Dat was destijds een maatregel die de schatkist zo’n drie miljard euro kostte, maar automobilisten slechts tijdelijk verlichting bracht. Critici wijzen erop dat Duitsland in 2024 netto 69 miljard euro spendeerde aan de import van kolen, olie en gas, en dat tijdelijke brandstofsubsidies de noodzakelijke afkickkuur van fossiele brandstoffen alleen maar frustreren.
Frankrijk kiest een andere afslag
Frankrijk probeert intussen zichtbaar harder op structurele elektrificatie te sturen. Waar in Duitsland de discussie opnieuw draait om tijdelijke prijssteun aan de pomp, kiest Parijs voor een andere route.
De Franse regering kondigde onlangs aan dat de financiële steun voor elektrificatie richting 2030 groeit van 5,5 naar maar liefst 10 miljard euro per jaar. Binnen die budgetten is ruimte gemaakt voor een nieuwe ronde van 50.000 sociale leaseauto’s voor de lagere inkomens, plus nog eens 50.000 extra gesubsidieerde elektrische auto’s voor veelrijders uit de middenklasse. Ook voor de logistieke sector gaat de portemonnee open, met subsidies tot 100.000 euro voor de aanschaf van elektrische utilitaire voertuigen en trucks.
Het contrast is in elk geval duidelijk: terwijl Duitsland nu vooral discussieert over snelheid en tijdelijke pijn aan de pomp, probeert Frankrijk zich met structurele elektrificatie minder afhankelijk te maken van olie- en gasprijzen.