Het rommelt in de burelen van de Volkswagen Group. Het Duitse zakenmedium Handelsblatt schetst op basis van ingewijden een opvallend spanningsveld tussen de top van luxedochter Audi en het centrale hoofdkantoor in Wolfsburg. De kern van dat spanningsveld draait om de vraag wie de regie pakt over Audi’s herstel.
Krimpende marges bij de premiumdochters
Binnen de invloedrijke kring rond de families Porsche en Piëch groeit volgens die lezing de druk op VW-topman Oliver Blume om de winstgevendheid sneller te herstellen met hardere centrale ingrepen. Die druk wordt extra groot omdat de traditionele winstmotoren haperen.
Porsche zag de winstgevendheid vorig jaar scherp terugvallen; de groep rapporteerde over 2025 een operationele marge van 1,1 procent. Bij Audi ligt de situatie genuanceerder. Audi Group meldde over 2025 officieel een operationele marge van 5,1 procent; volgens persbureau Reuters lag de winstgevendheid van het merk Audi zelf lager. Hoe je het ook bekijkt: dat blijft voor een luxemerk een magere winstbasis. In dezelfde analyse ontstaat bovendien het beeld dat Skoda binnen de groep momenteel stabieler presteert dan de traditionele premiummotoren Audi en Porsche.
Audi wil autonomie in plaats van centralisatie
Terwijl Blume vanuit Wolfsburg de focus wil leggen op efficiëntie en centralisatie, kiest Audi-topman Gernot Döllner naar verluidt een andere route. Om zijn merk te redden, zou hij volgens ingewijden juist meer vrijheid eisen op het gebied van ontwikkeling en verkoopstrategie. Datzelfde verhaal schetst ook dat Döllner en Porsche-baas Michael Leiters hun afstemming opvoeren, onder meer om mogelijke nieuwe ingrepen uit Wolfsburg beter op te vangen. Audi sloot recent immers al de deuren van de fabriek in Brussel.
De Amerikaanse markt is daarbij een van de zwaarste financiële pijnpunten. Geen van beide merken beschikt daar momenteel over lokale productie. In een klimaat van hoge Amerikaanse importtarieven weegt dat loodzwaar: Reuters meldde op basis van de 2025-cijfers dat die tarieven Audi ongeveer 1,2 miljard euro kostten. Waar Audi eerder mikte op aanzienlijke groei in de VS, lijken die doelen zonder eigen Amerikaanse productielijn inmiddels een stevige uitdaging.
Afhankelijk van techniek buiten eigen controle
Daarnaast worstelt Audi met zijn modelgamma. In de strijd met BMW en Mercedes vertoont het aanbod nog flink wat hiaten. De A8-kwestie blijft pijnlijk: de huidige generatie loopt ten einde en een directe opvolger komt niet meteen, al heeft Audi inmiddels wel bevestigd dat er later dit decennium weer een nieuwe A8 moet komen.
Positief is wel dat Audi de compacte A2 e-tron inmiddels officieel heeft aangekondigd voor najaar 2026. Het model wordt in Ingolstadt gebouwd en moet het elektrische gamma onderaan verbreden. Maar de echte testcase ligt voor Audi in de latere elektrische middenklasse, een project waar volgens Handelsblatt veel vanaf hangt.
Volgens die analyse hangt die toekomstige elektrische middenklasser sterk af van twee concernbrede bouwstenen waar Döllner maar beperkt invloed op heeft: de SSP-architectuur en de nieuwe softwarestack waarvoor Volkswagen zwaar op Rivian leunt. Loopt dat in de integratie vertraging op, dan mist Audi in de komende jaren een essentiële pion in het belangrijke middensegment voor zakelijke rijders.