Het klinkt als een broodjeaapverhaal, maar D.C. kampt al langer met extreme recidivisten die via camera's blijven opduiken zonder dat meteen effectieve sancties volgen. Een zwarte Audi met kentekenplaten uit de naburige staat Maryland werd door de flitspalen in de Amerikaanse hoofdstad maar liefst 893 keer betrapt op een overtreding. Pas toen de openstaande schuld 262.204 dollar bereikte, wist de politie het voertuig in april 2026 op te sporen en in beslag te nemen.
Wie denkt dat deze Audi een geïsoleerde uitzondering is, heeft het mis. De lokale overheid voert inmiddels civiele rechtszaken tegen meerdere extreme veelplegers. In recente zaken ging het om bestuurders met 324, 530 en zelfs 910 overtredingen. Hun openstaande schulden variëren daarbij van ruim 122.000 tot 284.550 dollar per auto. Het roept een logische vraag op: hoe kan een systeem zoveel boetes registreren zonder effectief in te grijpen?
Wel flitsen, niet straffen
Het antwoord ligt in een hardnekkig juridisch en administratief gat tussen Amerikaanse staten. Washington D.C. leunt zwaar op geautomatiseerde handhaving via camera's. Veel van de meest extreme overtreders rijden echter met kentekenplaten uit omliggende staten zoals Maryland en Virginia.
Die staten straften hun eigen inwoners lange tijd niet automatisch voor cameraboetes uit een andere jurisdictie. Omdat het Amerikaanse systeem boetes primair aan het kenteken koppelt en de thuisstaten daar lange tijd niet automatisch rijbewijs- of registratiesancties aan verbonden, kon Washington extreme hardrijders wel eindeloos factureren, maar veel minder makkelijk echt uit het verkeer halen.
De dodelijke 1 procent
Dat dit administratieve falen veel meer is dan een incassoprobleem, blijkt uit de harde verkeerscijfers. Hoewel het cameratoezicht in de basis succesvol is (in 2025 schreef D.C. miljoenen boetes uit en daalde het aantal verkeersdoden fors van 52 naar 25), blijft de kleine groep onschendbare recidivisten levensgevaarlijk.
Volgens data van de stad vormen de allerergste hardrijders, die structureel meer dan 30 mijl per uur te hard rijden, minder dan 1 procent van alle overtreders. Toch is precies deze groep sinds 2019 betrokken bij ongeveer 30 procent van alle dodelijke ongevallen in Washington D.C.
De juridische inhaalslag
Inmiddels probeert de overheid het handhavingsgat alsnog te dichten. Met de invoering van de zogeheten STEER Act in 2024 kreeg Washington D.C. meer instrumenten in handen. Voertuigen met torenhoge schulden kunnen sneller worden getakeld of geïmmobiliseerd, en de stad kan nu civiele procedures starten tegen de allerergste veelplegers.
Ook in de buurstaten komt er langzaam beweging in de zaak. Maryland werkt in 2026 aan concrete wetgeving die wederzijdse handhaving voor geautomatiseerde systemen mogelijk moet maken. Tegelijkertijd klinkt er in Washington ook politieke tegenwind, waar Republikeinse politici voorstellen indienen om het cameranetwerk van D.C. juist in te perken. De grote vraag blijft dus of die juridische reparaties op tijd komen, of dat de handhaving structureel achter de hardrijders aan blijft lopen.