Nieuws

Motorseizoen van start: meer motoren, meer claims en 5 risicopatronen die eruit springen

De lente is begonnen en dat betekent dat motoren weer massaal de weg op gaan. Nederland telt inmiddels een recordaantal van 739.000 motorfietsen. Met de seizoensstart pieken traditiegetrouw ook de schadeclaims. We doken in de cijfers van het CBS, verzekeraars en een SWOV-dieptestudie om de grootste, soms verrassende seizoensrisico's bloot te leggen.

Nick ter Arkel Leestijd 3 minuten
Motor
Motorrijders
verkeersveiligheid
Verkeersregels
Motorseizoen van start: meer motoren, meer claims en 5 risicopatronen die eruit springen

Zodra de temperatuur stijgt, ontwaakt motorrijdend Nederland uit zijn winterslaap. Motorrijden is onverminderd populair. Volgens verse cijfers van het CBS stonden er begin dit jaar 739.000 motorfietsen geregistreerd in ons land; een stijging van 14,4 procent ten opzichte van 2019.

Het Nederlandse motorpark is wel relatief oud: ruim 36 procent van de motorfietsen is 25 jaar of ouder. Ook de berijders zelf vormen een wat oudere doelgroep. Iets meer dan de helft van de particuliere motoren staat op naam van een vijftigplusser, al is er ook sprake van verse aanwas; het aandeel jongeren tussen de 18 en 30 jaar zit eveneens in de lift. Als je overigens de grootste concentratie motorrijders zoekt, moet je naar Drenthe afreizen. Daar staan 58 motoren per duizend inwoners geregistreerd.

De voorjaarspiek en Piaggio-claims

Dat het voorjaar voor een schadepiek zorgt, is bij verzekeraars een bekend fenomeen. Verzekeraar Univé ziet de schadefrequentie in de lente stijgen naar 1,37 procent, tegenover een half procent in de winter. Binnen de specifieke portefeuille van Univé ligt de schadefrequentie overigens het hoogst bij Piaggio-rijders (2 procent), gevolgd door BMW en Suzuki.

Dat zegt logischerwijs vooral iets over de opbouw van het verzekerdenbestand van Univé en het specifieke gebruik van motorscooters, en is niet automatisch een landelijke ranglijst van slechte rijders. Univé wijst voor die voorjaarspiek onder meer op een gebrek aan recente rijroutine, drukte op de weg en overmoed.

De vijf zwaarste ongevalspatronen

Om te snappen waar het écht misgaat, voerde de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) een dieptestudie uit. Ze analyseerden 50 ernstige motorongevallen in de regio Den Haag. SWOV keek daarbij alleen naar ongevallen met minimaal matig of ernstig letsel, waardoor de studie vooral iets zegt over zware crashes en niet over alle kleinere motorincidenten. Opvallend genoeg laat de studie zien dat ernstige motorongevallen lang niet alleen bij slecht weer of gladheid gebeuren: 45 van de 50 onderzochte crashes vonden juist bij droog weer plaats, en 35 bij daglicht.

Hoewel de dataset geen complete nationale statistiek is, legt de studie wel vijf zeer duidelijke risicopatronen bloot die laten zien dat motorongevallen een complex samenspel zijn van mens, techniek en weg:

  • 1. Controleverlies in de bocht: De motorrijder verliest de macht over het stuur door een glad of vuil wegdek, vaak in combinatie met stuurfouten.
  • 2. Jezelf onderuit remmen: Paniekremmingen voor een rood stoplicht, waarbij de wielen blokkeren. SWOV zag dat bij dit specifieke subtype álle betrokken motorrijders op een oudere motor zonder ABS reden.
  • 3. Zeer hoge snelheid: De motorrijder neemt bewust veel risico door de snelheidslimiet fors te overschrijden. Hierdoor is er te weinig tijd om te anticiperen. De afloop is vaak fataal: in 9 van de 12 onderzochte gevallen overleed de bestuurder.
  • 4. Achterop de file klappen: Dit gebeurt meestal buiten de bebouwde kom. De motorrijder is afgeleid of schat de situatie verkeerd in en boort zich in een stilstaand of plotseling remmend voertuig.
  • 5. Over het hoofd gezien worden: De bekende situatie op kruispunten. Een andere weggebruiker slaat af en ziet de motorrijder over het hoofd. Hier spelen zowel het kijkgedrag van de automobilist als zichtbelemmerende weginrichting een grote rol.

Preventie en letselbeperking

De patronen achter ernstige ongevallen lopen dus sterk uiteen. Waar Univé de voorjaarspiek in claims onder meer verbindt aan onwennigheid na de winterstop, vereisen zware crashes structurelere oplossingen. De SWOV pleit onder meer voor veiliger ingerichte bermen met motorvriendelijke afschermingen en meer aandacht voor gevaarherkenning in de reguliere rijopleidingen. Ook de techniek kan helpen: SWOV ziet vooral in remscenario’s een duidelijke rol voor ABS en noemt stimulering daarvan expliciet als kansrijke maatregel.

Mocht het toch misgaan, dan vallen de zwaarste klappen logischerwijs op het lichaam. Uit de letseldata blijkt dat motorrijders vooral zwaar letsel oplopen aan benen, armen en de borstkas. De impact hiervan kan in een deel van de gevallen worden beperkt door beschermende motorkleding, een correct gedragen helm en airbagvesten.