Algemeen

Ferrari zegt iets wat weinig EV-merken toegeven over extreme acceleratie

Kan een elektrische auto te hard accelereren om nog leuk te zijn? Bijna elk automerk jaagt momenteel op de snelste sprint, maar uitgerekend Ferrari trekt een andere conclusie. Bij de ontwikkeling van de volledig elektrische Luce suggereert het merk dat pure accukracht zonder nuance niet automatisch een betere rijbeleving oplevert.

Nick ter Arkel Leestijd 2 minuten
Ferrari
Elektrische auto's
Ferrari zegt iets wat weinig EV-merken toegeven over extreme acceleratie

Ferrari heeft de naam Luce en het interieur van zijn eerste elektrische auto officieel getoond, nadat het merk vorig jaar onder de werknaam Elettrica al de eerste technische details had vrijgegeven. Aan brute cijfers is geen gebrek. Volgens de specificaties sprint de auto in 2,5 seconden van 0 naar 100 km/u en ligt de topsnelheid op 310 km/u.

In boost mode levert de auto meer dan 1000 pk (cv), met een actieradius van ruim 530 kilometer. Toch is deze cijferlijst niet het meest opvallende aan dit project. Tussen de regels door positioneert Ferrari zich net anders in de elektrische markt dan veel concurrenten.

Ferrari zoekt de grens van prettige acceleratie

Dat de aandrijflijn van een elektrische auto zorgt voor indrukwekkende sprints, weten we inmiddels wel. Elektromotoren drukken je moeiteloos in je stoel. Maar is die brute, lineaire acceleratie per definitie een prettige ervaring?

Volgens een door Road & Track aangehaald interview met Autocar India zei CEO Benedetto Vigna dat er een niveau van EV-acceleratie is dat voor inzittenden storend kan worden. Om te achterhalen waar de grens ligt tussen prestaties en een ongemakkelijk gevoel, sprak Ferrari volgens de topman ook met medische experts en zelfs NASA.

Let wel: Ferrari heeft hierover geen officiële technische samenwerking of studie gepubliceerd. Toch illustreert de uitspraak een belangrijke journalistieke vraag. Waar veel bouwers van elektrische sportauto's zich blind staren op lagere sprinttijden, kijkt Ferrari blijkbaar kritischer naar hoe die snelheid door een mens daadwerkelijk wordt beleefd.

Knoppen in plaats van touchscreens

Die focus op tastbare beleving zie je ook terug in het interieur van de Luce. Ferrari kondigde in 2021 al een samenwerking aan met het designbureau LoveFrom van Jony Ive en Marc Newson. Deze samenwerking resulteert nu in een opvallend mechanische cockpit.

In een tijd waarin veel fabrikanten kiezen voor massale touchscreens, behoudt de Luce juist fysieke knoppen, draaischakelaars en toggles. Aan het stuur zijn bovendien speciale 'torque control paddles' bevestigd voor progressieve acceleratie en dosering. Daarmee wil het merk zorgen dat de interactie met de auto tastbaar blijft, in plaats van grotendeels in een scherm te verdwijnen.

Ferrari wil het elektrische geluid niet faken

Hetzelfde geldt voor de akoestiek. Een verbrandingsmotor ontbreekt in een elektrische auto, wat de rijbeleving verandert. Sommige automerken proberen dat op te lossen door gesimuleerde motorgeluiden via speakers af te spelen, maar Ferrari kiest een andere route.

De officiële communicatie benadrukt dat het geluid in de Luce een weerspiegeling is van de echte elektrische aandrijflijn. Ferrari zegt dat het akoestische systeem daadwerkelijke vibraties van de componenten uitlicht en versterkt om een authentieke klank te creëren, in plaats van een nep verbrandingsgeluid te simuleren.

Een nieuwe standaard voor de elektrische sportwagen?

Met de Luce lijkt Ferrari een bredere visie te uiten op de huidige prestatierace. 0 naar 100 in tweeënhalve seconde is technisch indrukwekkend, maar Ferrari suggereert dat pure lineaire acceleratie niet automatisch de meest interessante vorm van rijbeleving oplevert.

Door de focus te verleggen van pure klap-op-de-rug-acceleratie naar doseerbare prestaties, tastbare bediening en niet-gesimuleerd geluid, suggereert Ferrari dat de toekomst van de elektrische sportwagen niet alleen om cijfers draait, maar ook om hoe snelheid door een mens wordt beleefd.