Wie tegenwoordig door een willekeurige Europese stad loopt, valt het misschien niet direct op. De straten staan immers nog steeds vol. Maar kijk je goed naar de kentekens en de modellen, dan zie je een sluipende transformatie: de klassieke, ultracompacte stadsauto uit het A-segment verdwijnt. Waar merken vroeger strooiden met handige en betaalbare boodschappenautootjes, is het segment flink gekrompen.
Dat is geen onderbuikgevoel. In Duitsland, een belangrijke graadmeter voor de Europese markt, becijferde databureau JATO dat de verkoop van microcars tussen 2019 en 2023 terugviel van bijna 230.000 naar iets meer dan 110.000 exemplaren. Het marktaandeel zakte van 6,3 naar 3,9 procent en het aantal aangeboden modellen halveerde van 19 naar 10. Deze krimp is geen toeval, maar het resultaat van een stapeling van regels, kosten en winstmarges.
Ook in Nederland is die verschuiving merkbaar. Wie vandaag op zoek gaat naar een nieuwe, echt kleine stadsauto, merkt al snel dat de keuze veel smaller is dan een paar jaar geleden. Waar het A-segment vroeger vol stond met simpele en relatief betaalbare modellen, schuift het aanbod nu vaker op richting crossovers of grotere B-segmenters. Voor Nederlandse kopers betekent dat vooral één ding: de goedkoopste nieuwe auto wordt steeds minder klein (en steeds minder goedkoop).
Veiligheid en regels maken kleine auto’s duurder
Een van de grootste oorzaken is de stapeling van verplichte techniek en typegoedkeuringskosten. Sinds 7 juli 2024 gelden er binnen de EU nieuwe veiligheidseisen voor alle nieuw geregistreerde auto’s. Complexe systemen zoals automatische snelheidsbegrenzers, rijstrookassistentie en noodremsystemen zijn nu verplicht.
Op zichzelf is dat verdedigbaar vanuit veiligheid, maar de impact op de prijs is groot. Voor een zware SUV van zestigduizend euro vormen deze sensoren en software slechts een procentuele kostenverhoging. Voor een simpele stadsauto die je vroeger voor veertienduizend euro kocht, weegt die verplichte techniek procentueel veel zwaarder mee. De auto wordt daardoor relatief te duur voor zijn eigen doelgroep.
Minder marge, minder interesse
Daarbovenop komt het rendementsprobleem van de fabrikanten. Het ontwerpen en bouwen van een auto kost veel geld, en die kosten haal je lastiger terug met de lagere marges in het A-segment. Toen kopers massaal richting cross-overs en compacte SUV's (die in 2023 al een Europees marktaandeel van 48 procent hadden) begonnen te schuiven, werd de rekensom voor fabrikanten snel duidelijk. Op kleine auto’s is immers weinig marge te halen, terwijl grotere modellen aanzienlijk meer opleveren.
Ze verdwijnen niet, ze groeien
Het resultaat is dat de stadsauto niet altijd letterlijk verdwijnt, maar in een nieuwe vorm (en prijsklasse) terugkeert. Toyota verving de klassieke Aygo door de Aygo X, een auto die zichzelf nadrukkelijk positioneert als compact urban crossover en eind 2025 al een segmentaandeel van 20 procent claimde. Fiat zet naast de Panda/Pandina nu ook de Grande Panda in de etalage, een model dat expliciet het B-segment moet aanvallen.
Een van de weinige fabrikanten die nog expliciet de moeite neemt voor het oer-concept is Kia. Bij de lancering van de vernieuwde Picanto sprak Kia zelfs expliciet van een blijvende inzet op het A-segment. Dat klinkt mooi, maar het voelt vooral als de uitzondering die de regel bevestigt.
Lobby voor een aparte 'kleine auto' categorie
Dat de huidige situatie wringt, beseft de auto-industrie inmiddels zelf ook. Topmannen van concerns zoals Renault en Stellantis trokken begin 2025 samen op richting Brussel. Hun boodschap: het huidige regelkader is ontworpen voor grotere, zwaardere auto’s, waardoor het nauwelijks nog rendabel is om in Europa kleine stadsauto's te bouwen.
Zij pleiten voor een geheel nieuwe voertuigcategorie met soepelere regels, min of meer geïnspireerd op de Japanse kei-cars. Die lobby kreeg gehoor: de Europese Commissie lanceerde eind 2025 daadwerkelijk een voorstel waarin een nieuwe definitie voor een small electric car is opgenomen.
Voorlopig is het aanbod echter beperkt. Wie op zoek is naar een kleine, efficiënte auto zonder franje, heeft minder opties en is door inflatie en verplichte systemen duurder uit. De consument houdt daardoor minder keuze over in echt kleine, betaalbare auto’s en belandt sneller bij grotere en duurdere alternatieven.