Het Landelijk Crisisplan Olie (LCP-O) is het officiële draaiboek dat in februari 2023 aan de Tweede Kamer is aangeboden. Het plan beschrijft hoe Nederland reageert op brandstoftekorten via vijf escalatiefasen. Waar we nu in fase 1 (alertering) zitten, komen dwingende maatregelen zoals rijverboden of snelheidsbeperkingen pas in beeld bij fase 3 of 4. De snelheid verlagen is een van de krachtigste instrumenten die de overheid dan in handen heeft om het nationale olieverbruik direct te drukken.
Beleidsopties: 80 en 100 km/u
In de maatregellijsten van het crisisplan staan inderdaad twee specifieke opties die vaak geciteerd worden: 100 kilometer per uur gedurende de nacht en 80 kilometer per uur overdag. Deze getallen komen niet uit de lucht vallen; ze zijn direct gebaseerd op het 10-Point Plan to Cut Oil Use van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Het IEA ziet deze verlagingen als een bewezen methode om de vraag naar olie op korte termijn te verminderen. Het is echter belangrijk om te weten dat dit in het plan puur beleidsmatige opties zijn: ze staan op het keuzemenu, maar zijn nog geen vaststaand recht.
De wettelijke noodroute: 90 km/u
Hier komt de juridische twist. Naast de bekende discussie over 80 of 100 km/u, kent de Nederlandse wet een specifieke noodroute die bij het grote publiek vrijwel onbekend is: de 90 kilometer per uur-limiet. Het juridisch kader van het crisisplan wijst expliciet op een wettelijke bevoegdheid om de snelheid op autosnelwegen te beperken tot precies 90 kilometer per uur bij een verstoring van de olie-aanvoer.
Deze maatregel is direct verankerd in artikel 86a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De minister van Infrastructuur en Waterstaat kan deze limiet instellen zonder de gebruikelijke langdurige procedures voor bordenwissels. Terwijl de politiek debatteert over 80 of 100, is 90 km/u juridisch gezien de snelheid die het snelst en hardst kan worden afgedwongen.
Wat gaat de politiek doen?
Dat er een juridische 'snelweg' klaarligt voor 90 km/u, betekent niet automatisch dat de overheid hiervoor kiest. Het crisisplan houdt de opties voor 80 en 100 km/u nadrukkelijk open. De uiteindelijke keuze blijft een politiek besluit dat wordt genomen op het moment dat de crisis escaleert naar fase 3. Wel geeft de aanwezigheid van artikel 86a aan dat de overheid een instrument achter de hand heeft om zeer snel in te grijpen als de nood aan de man is, waarbij 90 km/u de standaard noodinstelling lijkt te zijn.
Het gevaar van weglekken
Welke snelheid er ook wordt gekozen, de overheid waarschuwt in het plan voor een complex probleem: de internationale marktwerking. Als Nederland als enige land langzamer gaat rijden om brandstof te besparen, ontstaat het weglek-effect. Omdat olieproducten op een vrije wereldmarkt worden verhandeld, kan de door ons bespaarde brandstof simpelweg door andere landen worden opgekocht. Volgens het LCP-O zijn dergelijke maatregelen daarom pas echt effectief als ze in Europees of internationaal verband worden afgestemd.
De onzichtbare doorrekening
Welke van de drie snelheidslimieten (80, 90 of 100) onder de streep het meeste oplevert, blijft vooralsnog onduidelijk. Het openbare LCP-O verwijst namelijk naar een separate Excel-bijlage waarin de maatschappelijke effecten, implementatietermijnen en de verwachte verbruiksreductie per maatregel zijn doorgerekend.
Hoewel deze bijlage cruciaal is voor het begrijpen van de gemaakte keuzes, is het document ondanks uitvoerig zoeken niet openbaar teruggevonden. Het lijkt erop dat deze impactberekeningen niet zijn meegepubliceerd door de Rijksoverheid. Hierdoor kunnen we de opties weliswaar feitelijk benoemen, maar weten we niet hoe de overheid de zwaarte van 80 ten opzichte van 90 of 100 km/u intern heeft gewogen.