De prijzen aan de Nederlandse benzinepompen breken momenteel record na record door de aanhoudende geopolitieke onrust in het Midden-Oosten. Automobilisten smeken al maanden om een broodnodige ingreep van de overheid in de vorm van een fikse accijnsverlaging. Het kabinet weigert dit verzoek echter resoluut en komt met een compleet andere oplossing op de proppen. In plaats van de brandstof voor iedereen goedkoper te maken, gaat de maximale onbelaste reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer omhoog van 23 naar 25 cent per kilometer.
Volgens de Haagse rekenmeesters is dit een uiterst briljante en gerichte zet. Zij beargumenteren dat een algemene accijnskorting vooral de rijke veelrijders met onzuinige auto's bevoordeelt. Door specifiek de reiskostenvergoeding te verhogen richt de overheid zich puur op de zwoegende medewerker die afhankelijk is van de auto. Zorgmedewerkers, agenten en productiemedewerkers die buiten de reguliere tijden van het openbaar vervoer reizen, zouden hier optimaal van profiteren.
De harde rekensom van de banken
Op papier klinkt de financiële onderbouwing van deze nieuwe beleidskeuze bijzonder overtuigend. In een recent sectoronderzoek rekenden analisten van ING dit verwachte voordeel nog haarfijn uit. Een werknemer die wekelijks 400 kilometer aflegt naar kantoor, ziet zijn onbelaste vergoeding met 8 euro per week stijgen. Indien de overheid had gekozen voor een generieke accijnsverlaging van 10 cent per liter, had diezelfde forens aan de pomp slechts 3 euro per week bespaard. De medewerker pakt met deze nieuwe vergoeding dus maar liefst 2,5 keer meer voordeel dan bij een lagere benzineprijs.
Toch zit er een gigantisch en pijnlijk addertje onder het gras voor de doorsnee automobilist. De overheid compenseert met deze 25 cent uitsluitend de strakke kilometers die je wekelijks aflegt voor je baas. Zodra je in het weekend de auto pakt om naar de bouwmarkt, het bos of je familie te rijden, draai je helemaal zelf op voor de absolute hoofdprijs. Een algemene accijnskorting van 10 cent had gegolden voor werkelijk elke liter die je in de tank perst, ongeacht het tijdstip of het louter recreatieve doel van je autorit.
Een cadeautje betaald door je eigen baas
Het grootste en meest cynische detail van deze politieke maatregel is overigens de financiering. Het kabinet deelt in de media met groot enthousiasme een financieel cadeautje uit aan de werkende Nederlander, maar weigert hier zelf ook maar één cent aan mee te betalen. De overheid verhoogt uitsluitend de fiscale grens voor onbelast vergoeden. Het is uiteindelijk de werkgever die deze extra 2 cent per kilometer volledig uit eigen zak moet ophoesten.
Hier wringt logischerwijs direct de schoen voor honderdduizenden medewerkers. Werkgevers zijn wettelijk absoluut niet verplicht om dit maximale bedrag van 25 cent daadwerkelijk over te maken, tenzij dit keihard is vastgelegd in een cao of in je individuele arbeidsovereenkomst. Betaalt jouw baas de komende jaren gewoon stug de oude 23 of zelfs de archaïsche 19 cent per kilometer door? Dan sta jij na deze briljante Haagse belofte simpelweg met lege handen aan een onbetaalbare pomp.