Tip 1: Gebruik altijd het juiste autostoeltje
In Nederland geldt dat kinderen tot 1,35 meter in een goedgekeurd en passend kinderbeveiligingssysteem moeten zitten. Kies daarom een autostoel die aansluit bij de lengte en het gewicht van je kind.
Let er daarnaast op dat het zitje voldoet aan de Europese veiligheidsnormen. Goedgekeurde kinderzitjes herken je aan een ECE-label (zoals ECE R44/04 of i-Size). Een passend en gecertificeerd zitje biedt de beste bescherming bij een ongeluk.
We waarschuwden al eerder voor deze acht autostoeltjes, die volgens onderzoek onvoldoende bescherming bieden bij een frontale botsing.
Tip 2: Controleer of het zitje goed is geïnstalleerd
De veiligheid van een autostoel hangt ook af of deze goed is geïnstalleerd. Zorg dat je het zitje stevig vastmaakt met ISOFIX of de autogordel, en volg hierbij altijd de instructies uit de handleiding.
Controleer daarna of het autostoeltje niet verschuift of kantelt, door bijvoorbeeld een testritje te maken. Een goed geïnstalleerd kinderzitje zit stevig vast en beweegt nauwelijks. Twijfel je? Veel ISOFIX-systemen geven met een groen lampje aan of het zitje correct is bevestigd.
Tip 3: Vervoer jonge kinderen zo lang mogelijk achterwaarts
Vooral bij baby’s en peuters wordt aangeraden om ze achterwaarts te vervoeren, omdat dit beter is voor de bescherming van de nek en het hoofd bij een botsing. Probeer dit zo lang mogelijk vol te houden, totdat je kind te groot is voor een achterwaarts gericht zitje. Zo behoud je zo lang mogelijk de veiligste manier van vervoer.
Tip 4: Zorg dat je kind goed vastzit
Ga je de weg op? Controleer dan altijd of je kind goed in de gordels zit, deze niet gedraaid zijn en je kind de gordel niet zelf los kan maken. De gordel werkt het beste wanneer deze strak tegen het lichaam aan zit. Houd maximaal één centimeter ruimte tussen het lichaam en de gordel.
Heeft je kind een dikke (winter)jas aan? Doe deze dan uit voordat je hem of haar vastzet, omdat dit de werking van de gordel kan verminderen. Krijgt je kind het koud? Leg dan de jas of een dekentje over hem of haar heen.
Tip 5: Let op comfort en omstandigheden
Of je kind nu voor- of achterin zit, het is altijd slim om de temperatuur in de auto goed in de gaten te houden. Deze kan namelijk per plek in de auto verschillen. Let daarom goed op of je kind comfortabel is en pas indien nodig de ventilatie of airco aan.
Is het buiten erg zonnig? Gebruik dan zonwering op de ramen om je kind te beschermen tegen direct zonlicht. Zo blijft je kind comfortabel tijdens de rit.
Tip 6: Controleer je autostoel regelmatig
Controleer regelmatig of het zitje nog goed vastzit en het geen slijtage vertoont. Let bijvoorbeeld op beschadigingen, losse onderdelen of versleten gordels. Heb je een botsing of ongeluk gehad? Vervang dan altijd het autostoeltje, ook als er geen zichtbare schade is.
Goed voorbereid en veilig op weg
Met bovenstaande tips zorg je ervoor dat je kind veilig en comfortabel met je meereist. Door het juiste autostoeltje te gebruiken, deze goed te installeren en alert te blijven tijdens het rijden, verklein je de risico’s aanzienlijk. Zo ga je goed voorbereid en met een gerust gevoel samen op weg.