Wie het verkeer in de Bengaalse hoofdstad Dhaka aanschouwt, waant zich binnen enkele seconden in een duistere post-apocalyptische actiefilm. Het straatbeeld wordt gedomineerd door duizenden gigantische en luidruchtige stadsbussen. Geen enkel voertuig vertoont nog een centimeter originele en schadevrije lak. De loodzware machines zitten onder de diepe deuken, diepe krassen en afgerukte bumpers. Het zijn de visuele littekens van een dagelijkse, meedogenloze strijd op het asfalt.
Deze roestende stalen monsters rijden absoluut niet volgens een strakke of veilige dienstregeling. Het zijn twintig ton zware projectielen die op hoge snelheid door de stad slalommen, keihard remmen op de allerlaatste millimeter en hun concurrenten letterlijk de weg afsnijden. De chauffeurs hanteren een agressieve en destructieve rijstijl die in Europa direct zou resulteren in een meervoudige gevangenisstraf en een levenslange rijontzegging. De bestuurders in Bangladesh doen dit echter absoluut niet voor de adrenalinekick of uit pure roekeloosheid. Zij vechten achter het gigantische stuurwiel simpelweg voor hun naakte voortbestaan.
Een wurgcontract zonder enig basissalaris
De wortel van deze georganiseerde verkeerswaanzin ligt in het uiterst giftige en meedogenloze bedrijfsmodel van de lokale busmaatschappijen. Een gemiddelde bus opereert steevast met een driekoppige bemanning. Dit team bestaat uit een chauffeur, een assistent en een zogenaamde hustler die de hele rit half uit de deuropening hangt om schreeuwend de route te verkondigen en passagiers naar binnen te trekken. Deze drie mannen werken moordende diensten van vierentwintig uur achter elkaar. Ze wonen en slapen gedurende die periode zelfs in het gangpad van hun eigen bus.
Het grote en dodelijke probleem is hun contractuele beloning. De bemanning ontvangt namelijk geen enkel vast basissalaris van de rijke busmaatschappij. Hun volledige en schamele inkomen is honderd procent gebaseerd op een commissie van de daadwerkelijke opbrengst van de verkochte kaartjes. Het is een extreem en onverbiddelijk kapitalistisch systeem. Vervoeren zij geen passagiers, dan verdienen ze die dag werkelijk geen cent. Geen geld voor kaartjes betekent simpelweg geen avondeten voor de mannen en hun families thuis in de sloppenwijken.
Een dodelijke afvalrace op de openbare weg
Om dit toch al gespannen systeem tot een absoluut kookpunt te brengen, hanteren de grote busmaatschappijen nog een tweede en uiterst kwaadaardige tactiek. Ze sturen moedwillig twee of drie bussen tegelijkertijd weg vanaf het startpunt op exact dezelfde route. Het resultaat is een bloedstollende en gevaarlijke afvalrace over de drukke openbare wegen. De bus die als allereerste bij de volgende halte arriveert, slokt de volledige wachtende meute op. De chauffeur die slechts een minuut later als tweede aankomt, vindt slechts een leeg perron en verdient daardoor die ronde helemaal niets.
Dit wanhopige ecosysteem verklaart de blinde paniek en de enorme lakschades in de Bengaalse steden. Chauffeurs weigeren categorisch om elkaar in te halen, snijden rivalen agressief af en deinzen er niet voor terug om een andere bus moedwillig te rammen als deze probeert voor te dringen. Het is een zwaargewicht variant van de Formule 1, verreden op smalle straten vol onschuldige voetgangers, riksja's en kwetsbare fietsers. De oververmoeide chauffeurs, vaak al urenlang wakker, nemen beslissingen van een split seconde om hun inkomen veilig te stellen.
Ernstige en fatale ongelukken waarbij deze volgepakte bussen simpelweg omrollen zijn aan de orde van de dag. De kille reactie van de lokale bevolking spreekt boekdelen over de normalisering van dit geweld. Zodra een gekantelde bus met behulp van omstanders en een takelwagen weer rechtop is gezet, gaat de meedogenloze overlevingsrace onmiddellijk weer verder alsof er niets is gebeurd. Stilstaan is in deze harde wereld simpelweg geen optie.