Algemeen

Humanoid robots moeten de autofabriek veroveren, maar hun eerste echte taken verrassen nogal

Als je de gelikte demovideo's van techbedrijven mag geloven, nemen mensachtige robots binnenkort de complete autofabriek over. Toch is de realiteit op de productievloer anno 2026 een stuk nuchterder. Automerken testen volop met deze humanoids, maar voorlopig doen de machines vooral simpele, taakgebonden fabriekstaken waarbij de mensvorm lang niet altijd noodzakelijk lijkt.

Nick ter Arkel Leestijd 2 minuten
Humanoid robots moeten de autofabriek veroveren, maar hun eerste echte taken verrassen nogal

Wie beelden zag van grote techbeurzen, zag robots soepel dansen, grappen maken en futuristische demo's afleveren. De belofte was dan ook torenhoog: de humanoïde robot zou als intelligente alleskunner de assemblage overnemen.

In de praktijk schalen de grote automerken die ambitie voorlopig flink terug. BMW testte onlangs de robot Figure 02 in zijn Amerikaanse fabriek in Spartanburg, terwijl Mercedes experimenteert in Berlijn en het Hongaarse Kecskemét met de robot Apollo. De eerste taken zijn vooralsnog opvallend bescheiden: onderdelen aanvoeren, componenten positioneren, eenvoudige kwaliteitschecks en precieze, repetitieve productiestappen.

Toch zijn deze pilots meer dan alleen show, al is de praktijk voorlopig minder spectaculair dan de hype. BMW meldt dat hun robot in tien maanden tijd bijdroeg aan de productie van ruim 30.000 BMW X3’s, waarbij de machine 90.000 componenten verplaatste en circa 1.250 draaiuren klokte. Mercedes pakt het deels pragmatisch aan: de fabrikant traint de robots in eerste instantie via menselijke besturing op afstand (teleoperation) voor de intralogistiek en de aflevering van onderdelen, met het doel om ze stap voor stap autonomer te maken.

Een mensvorm is zelden een technische noodzaak

Ondanks de serieuze testkilometers in de fabriek, rijst de vraag of een machine voor dit soort logistieke taken überhaupt een menselijk lichaam nodig heeft. Een Fraunhofer-IPA-studie laat zien dat de mensvorm in veel industriële toepassingen lang niet altijd noodzakelijk wordt gevonden.

De onderzoekers concluderen dat de belangrijkste use-cases momenteel draaien om simpel materiaaltransport (84 procent), 'machine tending' oftewel het in- en uitladen van apparatuur (79 procent) en het grijpen van complexere objecten (62 procent). Voor die doeleinden vindt slechts circa 40 procent van de ondervraagde partijen benen en mensachtige handen écht nodig.

Een verrijdbaar platform (56 procent) wordt zelfs aanzienlijk vaker als een logische oplossing gezien. De industrie presenteert de mensvorm nu al graag als volgende automatiseringsstap, terwijl de praktische meerwaarde voorlopig vooral taakgebonden blijft.

Veiligheid en regelgeving als grootste drempels

Naast de technische noodzaak lopen de fabrikanten aan tegen keiharde veiligheidseisen en economisch rendement. Fraunhofer bestempelt niet-gereguleerde veiligheid ('non-regulated safety') als het absolute hoofdobstakel in de industrie. Gevolgd door structureel te hoge verwachtingen en stevige twijfels over economisch haalbare use-cases.

Zonder sluitende industriestandaarden en tools blijft de veilige integratie van wandelende robots op de fabrieksvloer een complex vraagstuk. Die druk neemt bovendien snel toe: vanaf 20 januari 2027 geldt de nieuwe EU-machineverordening 2023/1230, die de veiligheids- en gezondheidseisen voor machines in Europa verder aanscherpt.

Dat de humanoïde robot simpelweg een illusie is, gaat de waarheid geweld aan; de machines leren indrukwekkend snel en de pilots zijn bloedserieus. Maar wie verwacht dat deze robots op korte termijn als algemene mensvervanger door de autofabriek rennen, komt bedrogen uit. De eerste echte waarde lijkt voorlopig vooral te zitten in eenvoudige, repetitieve taken, waar in veel gevallen ook een efficiënt mobiel platform al veel van het werk kan doen.