Een camper bezitten wordt voor veel Nederlanders in 2026 op twee manieren duurder. Sinds begin dit jaar zijn de vaste lasten gestegen door de hogere motorrijtuigenbelasting, terwijl ook het gebruik zwaarder op het budget drukt zodra de camper daadwerkelijk de weg op gaat. De eigenaar van een kampeerwagen wordt hierdoor momenteel geconfronteerd met een duidelijke stapeling van kosten.
De basis voor deze stijgende vaste lasten werd begin dit jaar gelegd door een wijziging in de belastingregels. Jarenlang konden eigenaren van een kampeerauto gebruikmaken van het kwarttarief in de motorrijtuigenbelasting. Sinds 1 januari 2026 is dit tarief echter verhoogd naar een halftarief. Voor de eigenaar betekent deze beleidswijziging dat de belastingaanslag voor de camper effectief is verdubbeld, ook wanneer het zware voertuig een groot deel van het jaar ongebruikt in de stalling staat.
Dure diesel en een zwaar wagenpark
Bovenop de hogere motorrijtuigenbelasting kampt de camperbezitter met oplopende gebruikskosten. Volgens belangenorganisatie NKC is ruim 90 procent van het Nederlandse camperpark voorzien van een dieselmotor. De actuele brandstofprijzen raken deze specifieke groep weggebruikers daardoor direct. Omdat zware campers doorgaans een hoog verbruik noteren, tikt een lange vakantierit naar het zuiden van Europa aan de pomp tegenwoordig stevig aan.
Voor de NKC is deze samenloop van kosten aanleiding om aan de bel te trekken. Volgens de club komen camperaars in recente Haagse maatregelenpakketten nauwelijks terug. De NKC stelt dat de overheid de motorrijtuigenbelasting momenteel wel inzet om de brandstofkosten te dempen voor ondernemers met bestelbussen en vrachtwagens, maar dat een vergelijkbare compensatie voor de particuliere kampeerauto uitblijft. De organisatie bepleit daarom een tijdelijke terugkeer naar het kwarttarief om de financiële druk op camperbezitters, waaronder volgens hen veel gepensioneerden met een vast budget, te verlichten.
De veranderende rekensom van de vakantie
Voor de consument heeft deze kostenstijging praktische gevolgen. Het bezitten van een camper wordt door de verdubbelde belasting aanzienlijk duurder om simpelweg aan te houden. Zodra de reis begint, loopt de meter aan de dieselpomp vervolgens sneller op. Hierdoor verandert de financiële haalbaarheid van de camper als relatief voordelige vorm van vakantie vieren in rap tempo.
Dat camperaars minder snel opduiken in compensatieregelingen is vanuit bestuurlijk perspectief niet vreemd. In het mobiliteitsbeleid krijgen ondernemers, de logistieke sector en essentieel woon-werkverkeer doorgaans eerder prioriteit dan recreatief gebruik. Juist daardoor loopt de rekening voor camperbezitters momenteel aan twee kanten onverminderd hard op.