De Belgische federale regering pakt het momenteel opvallend concreet aan. Voor een afgebakende periode van drie maanden – van mei tot en met juli – trekt het land een steunpakket van 80 miljoen euro uit. Het leeuwendeel daarvan, 60 miljoen euro, is puur gericht op het verlichten van het woon-werkverkeer.
Werkgevers die een extra kilometervergoeding invoeren of verhogen, worden door de staat fiscaal gecompenseerd tot een maximum van 10 cent per kilometer. Daarnaast vloeit er 15 miljoen euro naar de OCMW's om kwetsbare gezinnen te ondersteunen. Het is een scherpe, tijdelijke ingreep die voor de forens tastbaarder oogt dan de Nederlandse aanpak.
Een breder pakket met een indirecte route in Den Haag
Aan deze kant van de grens blijft de overheid uiteraard niet stilzitten, maar de gekozen methode is wezenlijk anders. Het kabinet presenteerde onlangs een breed totaalpakket van bijna 1 miljard euro. Daarin zit onder andere 195 miljoen euro voor het Noodfonds Energie en de bovengenoemde verruiming van de onbelaste reiskostenvergoeding.
Een directe prijsverlaging aan de pomp zit er echter niet in. De hoop in Den Haag is dat werkgevers die 25 cent belastingvrij ook daadwerkelijk gaan uitkeren, maar een harde garantie is er niet. Bovendien is het Nederlandse pakket nog niet definitief: de plannen moeten nog door Tweede en Eerste Kamer.
De keuze tussen een directe prikkel en fiscale ruimte
De echte tegenstelling zit hem in de aflevering van die steun. Beide buurlanden gooien miljoenen tegen de hoge brandstof- en energiekosten aan, maar de uitwerking verschilt fundamenteel. België kiest voor een directer tijdelijk instrument, waarbij werkgevers fiscaal worden geprikkeld om hogere kilometervergoedingen uit te keren.
Nederland vergroot vooral de fiscale speelruimte en legt de bal vervolgens volledig bij het bedrijfsleven. België laat zien hoe je de woon-werkkilometers van de automobilist via een specifieke constructie tijdelijk kunt verlichten. Nederland kiest bewust voor een bredere, fiscaal nettere route. Dat maakt het Haagse pakket in de basis niet per se slechter, maar voor de werkende automobilist voelt die aanpak voorlopig een flink stuk minder tastbaar.