De hoge brandstofprijzen zorgen ervoor dat veel automobilisten kritisch naar hun reiskosten kijken. Een nieuw politiek plan biedt mogelijk een tijdelijk en voordelig alternatief. Vanuit de oppositie ligt er een voorstel op tafel om komende zomer een speciaal kortingsticket voor het openbaar vervoer te introduceren. Voor 49 euro per maand zouden reizigers drie maanden lang onbeperkt gebruik mogen maken van bus, tram, trein en metro. Het kabinet staat naar verluidt welwillend tegenover dit initiatief om de gevolgen van de energiecrisis te verzachten.
Het idee is dat goedkoper openbaar vervoer mensen helpt te besparen op benzinekosten. Wie de voorwaarden van het ticket echter nader bekijkt, ziet direct dat de bruikbaarheid in de praktijk flink verschilt per type reiziger. De belangrijkste beperking van de nieuwe ov-kaart is namelijk de geldigheid: het onbeperkte reizen geldt uitsluitend buiten de spitsuren.
Woon-werkverkeer valt bewust buiten de boot
Deze beperking tot de daluren is een bewuste politieke keuze. Het plan is expliciet niet ontworpen om de dagelijkse forens tegemoet te komen. De redenering hierachter is dat het reguliere woon-werkverkeer in de spits doorgaans al wordt gecompenseerd via een reiskostenvergoeding van de werkgever. De nieuwe ov-kaart richt zich daarom specifiek op de incidentele ritten. Mensen die overdag op familiebezoek gaan of in het weekend een dagje uit plannen, kunnen met dit ticket hun reiskosten aanzienlijk verlagen.
Dit zorgt logischerwijs voor een duidelijke schifting tussen de winnaars en verliezers van de maatregel. Studenten, gepensioneerden en flexwerkers die de vrijheid hebben om de dure spits te mijden, halen een investering van 49 euro er snel uit. Daarbij komt nog een belangrijke tweede factor kijken. Om profijt te hebben van zo'n ticket, moet je uiteraard toegang hebben tot een bruikbaar ov-netwerk. Stedelingen en inwoners van de Randstad, waar treinen en bussen frequent rijden, zullen de kaart sneller aanschaffen dan bewoners van landelijke gebieden waar de verbindingen schaars zijn en de auto vaak onmisbaar blijft.
De praktische lessen uit Duitsland
Dat een goedkoop treinticket vooral populair is voor recreatieve uitstapjes, bleek eerder al uit een vergelijkbaar experiment bij onze oosterburen. Duitsland introduceerde vorig jaar het veelbesproken 9-euro-ticket. Hoewel de verkoop met 52 miljoen stuks een gigantisch succes was, bleek het effect op het dagelijkse autogebruik genuanceerd. Slechts een op de tien kopers gaf destijds aan het ticket daadwerkelijk te gebruiken als vervanging voor de auto.
De Duitse data lieten bovendien zien dat de treinen vooral volliepen richting toeristische bestemmingen en dat het gebruik in steden verdubbelde ten opzichte van landelijke regio's. Het KiM, het Nederlandse Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, waarschuwde eerder ook al dat lagere ov-tarieven vooral leiden tot extra ritten met het openbaar vervoer, maar slechts beperkt mensen structureel uit de auto krijgen.
De nieuwe ov-korting van 49 euro is dan ook vooral een welkome financiële meevaller voor wie toch al van plan was buiten de spits te reizen. Voor de automobilist die gebonden is aan strakke kantoortijden of woont in een regio met beperkt openbaar vervoer, verandert er met dit zomerse ticket in de dagelijkse praktijk bar weinig.