Nieuws

Treinreiziger krijgt directe zomersteun, maar de automobilist blijft afhankelijk

Den Haag verdeelt de compensatie voor de hoge energieprijzen opvallend. Voor treinreizigers ligt er een concreet plan voor een abonnement van 49 euro, terwijl de transportsector verlichting krijgt. De gewone automobilist moet het vooral doen met een hogere onbelaste reiskostenvergoeding van 25 cent per kilometer. Of dat voordeel aankomt, hangt af van de werkgever.

Nick ter Arkel Leestijd 2 minuten
Accijnsverlaging
Treinreiziger krijgt directe zomersteun, maar de automobilist blijft afhankelijk

Premier Jetten heeft in de Tweede Kamer bevestigd dat het plan voor een goedkoop treinabonnement op brede steun kan rekenen, meldt NOS. Het idee is dat reizigers drie maanden lang buiten de spits onbeperkt de trein in kunnen voor nog geen vijftig euro. Dat treinplan kost volgens GroenLinks-PvdA zo’n 118 miljoen euro en zou uit het klimaatfonds moeten worden betaald. Terwijl het ov-publiek hiermee een direct en tastbaar zomerproduct in handen krijgt, bleef voor de automobilist juist een directe pompmaatregel uit.

Leuk die 25 cent, maar je baas beslist

Een vurig door de oppositie gewenste accijnsverlaging aan de pomp haalde het namelijk niet, waardoor directe steun uitblijft. Voor de werkende automobilist is de belangrijkste maatregel nu de verhoging van de maximaal onbelaste reiskostenvergoeding naar 25 cent per gereden kilometer.

Deze ruimere regeling geldt met terugwerkende kracht voor heel 2026, maar het kabinet kan bedrijven niet dwingen om dit ook daadwerkelijk uit te betalen. Je bent daarbij afhankelijk van de vraag of je werkgever die hogere fiscale ruimte ook echt doorgeeft.

Heinen wijst, de werkgever beslist

Om de druk op de ketel te houden, wil minister Heinen een lijst publiceren van sectoren waar de reiskostenvergoeding nog onder dat maximum zit. Zo krijgt personeel in de thuiszorg momenteel vaak maar 21 cent per kilometer, terwijl de financiële ruimte er volgens de overheid wel degelijk is.

Tegelijkertijd erkent de minister dat werkgevers uiteindelijk zelf de knoop doorhakken en soms liever kiezen voor een hoger brutoloon. Daardoor voelt deze indirecte Haagse steun voor veel automobilisten een stuk minder concreet dan het beloofde zomerabonnement op het spoor.

De vrachtwagenheffing tikt gewoon door

Ook de transportsector krijgt komende zomer met veranderende lasten te maken rond de invoering van de nieuwe vrachtwagenheffing op 1 juli 2026. Volgens het kabinetsplan gaat de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens vanaf 1 juli tot eind 2026 naar het nihiltarief. Tegelijk blijft de nieuwe kilometerheffing gewoon doorlopen, en de officiële tarieven laten zien dat een zware dieselcombinatie nog altijd duidelijk per kilometer moet afrekenen.

Een Euro 6-combinatie van meer dan 32 ton betaalt straks 20,1 cent per kilometer, terwijl een 16-tons Euro 6-voertuig op 16 cent uitkomt. Het kabinet verlicht daarmee op sommige punten de druk, maar voor de gewone automobilist blijft de steun voorlopig veel minder direct en tastbaar dan voor treinreizigers.