De officiële verkoopcijfers ogen op het eerste gezicht inderdaad indrukwekkend. Volgens koepelorganisatie ACEA schoot het aantal batterij-elektrische auto's in de EU tijdens het eerste kwartaal van 2026 met 43,9 procent omhoog naar 546.937 registraties. Daarmee pakken stekkerauto's momenteel een fors Europees marktaandeel van 19,4 procent. Vooral de grote autolanden trekken deze kar bijzonder hard. Duitsland noteerde een plus van 41,3 procent, Frankrijk steeg met 50,4 procent en Italië knalde zelfs met 65,7 procent omhoog.
Niet de pomp, maar de subsidiepot
Persbureau Reuters meldde onlangs dat de hoge brandstofprijzen waarschijnlijk een extra duwtje hebben gegeven, maar dat is absoluut niet het hele verhaal. ACEA wijst zelf liever naar een veel sterkere motor achter deze opleving, want de markt wordt flink gestut door nieuwe en aangepaste belastingvoordelen. Zo kunnen Duitse kopers sinds begin dit jaar weer rekenen op een aanschafpremie die kan oplopen tot 6.000 euro. Samen met breder modelaanbod vormen die fiscale prikkels een belangrijker aanjager van de Europese groei dan alleen de brandstofprijs.
De Nederlandse realiteitscheck
Dat de EV-markt ook in 2026 nog gevoelig blijft voor beleid, laat de Nederlandse situatie goed zien. Bij ons is de bekende particuliere aanschafsubsidie (SEPP) immers officieel gesloten en moeten kopers het zonder dat directe prijsvoordeel doen. Die harde ingreep tekent zich inmiddels duidelijk af in de nationale verkoopstatistieken. De totale Nederlandse nieuwmarkt kromp in het eerste kwartaal van 2026 met maar liefst 10,8 procent, hoewel volledig elektrisch wel nog steeds goed is voor 30,5 procent marktaandeel.
De opleving die Handelsblatt schetst is dus zeker echt, maar nog lang geen bewijs dat de stekkerauto het nu vanzelf redt. Zolang de Europese groei zo sterk samenhangt met fiscale steun, nieuw modelaanbod en beleidsdruk, blijft de markt kwetsbaar zodra overheden hun stimulering terugschroeven. Nederland laat vooral zien dat die afhankelijkheid nog altijd niet verdwenen is.