Algemeen

Man propt zestig jerrycans in zijn Peugeot en laat precies zien wanneer goedkoop tanken pijnlijk misgaat

In Franse media dook het bizarre verhaal op van een man die in een Peugeot werd betrapt met zestig lege jerrycans. Goed voor 1.200 liter opslagcapaciteit. Een extreem geval, maar juist daarom de perfecte kapstok voor een Nederlandse vraag. Hoeveel brandstof mag je hier eigenlijk legaal meenemen voordat het juridisch, fiscaal en veiligheidskundig gedoe wordt?

Nick ter Arkel Leestijd 2 minuten
Man propt zestig jerrycans in zijn Peugeot en laat precies zien wanneer goedkoop tanken pijnlijk misgaat

De zaak speelde zich af in de regio Deux-Sèvres. Een bestuurder probeerde daar midden in de nacht de tanks van een lokaal bedrijf leeg te trekken. De gendarmerie trof een auto aan die was getransformeerd tot een mobiel tankstation met zestig lege vaten van twintig liter in de kofferbak. Hoewel het hier om een poging tot diefstal gaat, laat de foto van Le Figaro vooral zien hoeveel volume een normale gezinsauto stiekem kan slikken.

Voor de fanatieke Nederlandse brandstoftoerist klinkt zo'n zee aan kofferbakruimte misschien als de ultieme manier om accijnzen te omzeilen. Zeker nu de prijsverschillen met België en Duitsland aanzienlijk blijven, is de verleiding groot om extra jerrycans vol te gooien. Veel koopjesjagers realiseren zich echter niet dat de grens tussen slim hamsteren en een serieus probleem sneller in zicht komt dan veel automobilisten denken. Wie de achterbak onbeperkt volstouwt, krijgt in ons land direct te maken met twee strenge regimes.

Dat die verleiding niet puur theoretisch is, blijkt ook uit nieuw consumentenonderzoek in opdracht van Duitsemilieusticker.nl. Daarin zeggen Nederlanders die over de grens boodschappen doen ook vaak meteen te tanken, met een gemiddelde ritbereidheid van 53 kilometer voor een volle tank en goedkopere boodschappen. Juist daarom is de vraag interessanter dan de bizarre Franse foto alleen: waar eindigt slim grenstanken en wanneer wordt het in Nederland een veiligheids- of accijnsprobleem?

Een rijdende brandlast is sneller een probleem dan gedacht

De eerste grens waar je tegenaan botst draait puur om de verkeersveiligheid. Brandstof in losse vaten wordt wettelijk gezien als het vervoer van gevaarlijke stoffen en valt onder de Europese ADR-wetgeving. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) hanteert voor particulieren een speciale vrijstelling. Je mag in Nederland maximaal 240 liter meenemen in hervulbare houders van hooguit zestig liter per stuk.

Daarnaast eist de ILT dat je de juiste maatregelen neemt om lekkage onder normale vervoersomstandigheden volledig te voorkomen. Leg je die veiligheidsbril naast het Franse voorbeeld, dan zie je direct hoe extreem dat geval was. Met een geplande opslagcapaciteit van 1.200 liter ging de bestuurder van de Peugeot vijf keer over de absolute limiet voor particulier vervoer heen. Dan heb je weinig meer te maken met normaal particulier vervoer en kom je al snel in serieus veiligheids- en regelgevingsgebied terecht.

Ook onder die grens ben je niet automatisch veilig

Wie denkt dat hij onder de 240 liter dus veilig zit, is nog niet per definitie uit de gevarenzone. De Nederlandse Douane stelt namelijk eigen regels rondom het importeren van accijnsgoederen. Zodra je motorbrandstof uit een andere EU-lidstaat vervoert buiten je gewone brandstoftank of een draagbaar reserveblik, geldt dit al snel als atypisch vervoer. Dat klinkt als onschuldig jargon, maar de fiscale gevolgen zijn in de praktijk vaak direct voelbaar.

Bij dergelijk atypisch vervoer kan in Nederland namelijk alsnog accijns verschuldigd zijn. De droom om een paar tientjes te besparen over de grens eindigt dan in een onverwachte fiscale tegenvaller. Het Franse verhaal is natuurlijk extreem, maar de Nederlandse les is verrassend praktisch. Wat eruitziet als slim hamsteren, slaat veel sneller om in een veiligheids- of accijnsprobleem dan de gemiddelde automobilist beseft.