Vanaf 1 juli 2026 kan in het congestiegebied rond Utrecht ook een kleinverbruiker zonder prioriteit op een wachtrij belanden voor een nieuwe of zwaardere aansluiting. Voor de huidige EV-rijder stopt het laden thuis of op straat echt niet opeens. De klap valt vooral bij de verdere uitrol van laadinfrastructuur en de overstap van nieuwe elektrische rijders in deze drukke regio's.
Wie voor thuisladen nog een zwaardere aansluiting nodig heeft, loopt straks meer risico op vertraging. Zonder zo'n 3-faseaansluiting kun je uiteraard wel laden, maar gaat dat simpelweg minder snel. Het aanvragen van extra capaciteit is voor de normale consument straks geen vanzelfsprekendheid meer. Het gemak van optimaal thuisladen wordt in filegebieden op het net dus mogelijk een privilege voor de vroege instappers.
Straatladers betalen de hoogste prijs
Automobilisten in een appartement of een wijk zonder eigen opritten worden mogelijk nog harder geraakt. Nieuwe publieke laadpalen krijgen namelijk geen enkele automatische prioriteit op de wachtlijsten van de netbeheerders. Dat kan betekenen dat de uitrol van nieuwe stekkerplekken in woonwijken achterblijft, terwijl de landelijke verkoop van elektrische auto's gewoon doorgaat. Daardoor kan de druk op bestaande laadpalen in die wijken verder oplopen.
Bovendien gaan publieke palen in drukke gebieden steeds vaker 'netbewust' laden om overbelasting te voorkomen. Volgens netbeheerder Stedin betekent dit concreet dat het laadvermogen tijdens de stroompieken in de vroege avond tijdelijk lager uitvalt. Wie op die momenten toch snel stroom nodig heeft, is daardoor vaker aangewezen op de aanzienlijk duurdere snelladers langs de snelweg. Voor straatladers kan elektrisch rijden daardoor duurder en minder vanzelfsprekend worden.
De elektrische auto als rijdende buffer
Het is makkelijk om de elektrische auto alleen als de aanjager van dit stroominfarct te zien. Netbeheerders en marktpartijen benadrukken echter dat slim laden juist een cruciaal onderdeel van de oplossing is. Door auto's buiten de piekmomenten te laden of laadsnelheden flexibel te sturen, fungeert het wagenpark als een enorme buffer voor het stroomnet. Steeds meer partijen werken daarom al met slimme thuislaadpunten.
Bij deze slimme contracten gaat het laadvermogen op piekmomenten soms tijdelijk omlaag, terwijl deelnemers daar regelmatig een financiële vergoeding voor terugkrijgen. Tot dat soort oplossingen landelijk de standaard zijn, blijft de pijn in de straat ongelijk verdeeld. Het stroomnet kraakt in zijn voegen en dwingt de Nederlandse automobilist om zijn vertrouwde laadgedrag aan te passen. Voorlopig is de garantie op een toegankelijke laadplek in de wijk simpelweg geen zekerheid meer.