Algemeen

Deze EV-specificatie lijkt belangrijk, maar zet veel kopers op het verkeerde been

Automerken pronken graag met hoge laadvermogens om kopers over de streep te trekken. Een elektrisch model dat 250 kW aankan, klinkt fantastisch voor de vakantierit. Toch zegt deze indrukwekkende piekwaarde verrassend weinig over je werkelijke wachttijd aan de snellader. Wie zich blindstaart op dit ene brochurecijfer, kan onderweg alsnog flink worden verrast.

Redactie Autobahn Leestijd 2 minuten
Elektrische auto's
Elektrisch laden
Deze EV-specificatie lijkt belangrijk, maar zet veel kopers op het verkeerde been

Tijdens de zoektocht naar een nieuwe elektrische auto of leasebak vliegen de technische termen je om de oren. Het maximale laadvermogen is daarbij steevast het getal dat in de showroom de meeste aandacht krijgt. Het suggereert namelijk een bliksemsnelle pitstop langs de snelweg. Kopers vergelijken modellen daardoor al snel op dit ene specificatiecijfer en kiezen de variant met de hoogste waarde. Dat is begrijpelijk, maar in de praktijk werkt accutechniek een stuk weerbarstiger.

Die beloofde 250 kW is namelijk vooral een absolute topsnelheid die de batterij vaak maar kort vasthoudt. Automobile Propre zag in zijn testdata een gemiddeld verschil van 30,3 procent tussen het aangekondigde piekvermogen en het gemiddelde laadvermogen over 10 tot 80 procent. Het maximale getal is dus geen harde leugen, maar zonder context geeft het wel een vertekend beeld. Naarmate de accu voller raakt, of als de batterij niet op temperatuur is, zakt het vermogen op de laadpaal snel terug.

De harde waarheid van de laadcurve

Wat echt telt tijdens een lange rit naar het zuiden is het gemiddelde laadvermogen over de hele laadsessie. De P3 Charging Index vergelijkt elektrische auto’s daarom op de laadprestaties tussen 10 en 80 procent. P3 benadrukt dat het officiële maximumvermogen meestal maar enkele minuten wordt gehaald. Het laadproces is namelijk geen rechte lijn, maar een curve waarbij de batterij zichzelf beschermt tegen hitte en slijtage. Een auto met een lager piekvermogen kan daardoor in de praktijk sneller klaar zijn als hij zijn vermogen langer vasthoudt.

Daar komt nog een bekend laadprincipe bij. De ANWB adviseert automobilisten om bij een snellaadstation meestal niet verder dan 80 procent te laden. Boven dat niveau neemt de laadsnelheid bij vrijwel alle elektrische modellen duidelijk af. Wie onderweg tot 100 procent blijft wachten, staat vaak langer stil dan nodig is. Twee kortere stops in het efficiënte deel van de laadcurve kunnen op een lange vakantierit slimmer zijn dan één lange sessie voor de laatste procenten.

Waar je echt op moet letten

Voor consumenten betekent dit dat een slimme vergelijking altijd verder gaat dan het hoogste getal op het specificatieblad. Kijk allereerst naar de beloofde laadtijd van 10 naar 80 procent om de werkelijke laadprestatie van een auto beter in te schatten. Controleer daarnaast of de auto batterijvoorverwarming heeft. Dat systeem brengt de accu vóór de laadstop al op temperatuur, wat zeker in de winter essentieel kan zijn voor een vlotte laadsessie.

Uiteindelijk bepaalt ook het stroomverbruik hoeveel bruikbare kilometers je tijdens een korte laadstop terugkrijgt. Een zuinige elektrische auto met 150 kW laadvermogen kan in een kwartier meer praktische actieradius bijladen dan een zware, minder efficiënte EV met een piek van 250 kW. Laat je in de showroom dus niet verblinden door één hoog kW-getal. De combinatie van een stabiele laadcurve, korte 10-80-procenttijd en efficiënt snelwegverbruik zegt veel meer over hoe ontspannen je onderweg echt bent.