Algemeen

In België staat een oude autofabriek waar auto’s ooit over het dak reden

Het klinkt als een absurd verzinsel uit een stripboek, maar vlak over de grens in België gebeurde het ruim negentig jaar geleden echt. In de vallei van Nessonvaux rolden gloednieuwe auto's niet direct de openbare weg op, maar werden ze getest op een circuit dat deels over de fabrieksdaken liep.

Redactie Autobahn Leestijd 2 minuten
In België staat een oude autofabriek waar auto’s ooit over het dak reden

Het merk achter dit wonderlijke stukje industriële infrastructuur was Imperia. Oprichter Adrien Piedbœuf startte het bedrijf in 1904 en streek enkele jaren later neer in het smalle dal bij Trooz. Imperia bouwde daar decennialang personenwagens, luxe modellen en sportieve auto’s. Dat deden de Belgen onder eigen vlag, maar in latere jaren ook via licentie- en assemblagewerk voor andere merken. Toch was het niet de modellenlijn die het bedrijf zo uniek maakte, maar de ingenieuze oplossing voor een zeer praktisch ruimteprobleem.

Naarmate de productie in de jaren twintig groeide, ontstond er een logistiek pijnpunt. Ingenieurs testten de vers geassembleerde auto's traditiegetrouw op de openbare wegen rondom Nessonvaux. Dat zorgde voor overlast, gevaarlijke situaties en klachten van omwonenden. Omdat het fabrieksterrein weinig ruimte bood in het smalle dal, besloot Imperia in 1928 tot een drastische oplossing in de hoogte.

Het Belgische antwoord op Fiat Lingotto

Daarom bouwde Imperia een eigen testbaan die deels over en langs de werkplaatsdaken kronkelde. Over de exacte lengte verschillen de bronnen: sommige spreken van 600 meter, andere van meer dan een kilometer. Dat concept was niet volledig uniek, want Fiat had met Lingotto in Turijn al eerder een beroemde testbaan op het dak van zijn fabriek. Het maakt de verwevenheid van architectuur en autofabricage in Nessonvaux echter allerminst minder spectaculair.

Imperia was bovendien meer dan een curiositeit met een vreemd circuit. Het merk hoorde bij een periode waarin Belgische autobouwers nog serieus meededen in Europa. In Nessonvaux werden eigen modellen gebouwd, maar later ook auto’s geassembleerd of geproduceerd op basis van techniek van andere merken. Daarmee vertelt de fabriek niet alleen een verhaal over slimme architectuur, maar ook over de verdwenen ambitie van de Belgische auto-industrie.

Erfgoed met een monumentenstatus

Aan dat tijdperk kwam eind jaren veertig langzaam een einde, toen Imperia zijn laatste eigen modellen bouwde. In 1958 sloten de fabriekspoorten definitief. De merknaam is tegenwoordig een stille voetnoot in de autohistorie, maar de locatie is allerminst vergeten. Een markant deel van het fabriekspand werd in 2008 officieel beschermd als industrieel monument.

Voor liefhebbers van autogeschiedenis blijft het jammer dat een modern museum op de site onzeker is, zeker nadat de overstromingen van 2021 lokaal veel erfgoed raakten. Toch blijft het pure idee van Nessonvaux moeiteloos tot de verbeelding spreken. Decennia voordat autofabrikanten hun fabrieken omtoverden tot hightech laboratoria, reden Belgische monteurs al met nieuwe modellen over hun eigen werkplaatsdak.