In Trentino is het concept deze week voor het eerst tastbaar gemaakt. De Italiaanse startup RailEvo presenteerde daar een 1:1-prototype van een zogeheten spoorwegtaxi. Het voertuig houdt het midden tussen een futuristisch minibusje en een kleine aerodynamische treinwagon. In tegenstelling tot een traditionele trein is deze cabine niet bedoeld voor massavervoer op drukke trajecten: er is ruimte voor vier tot zes passagiers, eventueel met plek voor een rolstoel of fiets.
Het voertuig moet volledig elektrisch en autonoom rijden en 24 uur per dag via een smartphone-app kunnen worden opgeroepen. Voor de ontwikkeling werkt RailEvo samen met partijen als Trentino Trasporti, Trentino Sviluppo en onderzoeksinstituut Fondazione Bruno Kessler. Dat maakt het project serieuzer dan alleen een los startup-idee, al blijft de stap van prototype naar openbaar vervoer groot.
Waarom oude spoorlijnen ineens interessant worden
De makers richten zich niet op drukke hogesnelheidslijnen tussen grote steden, maar juist op dunbevolkte, verouderde of deels verlaten enkelspoorlijnen. Italië is daarvoor een logisch testland. Volgens spoorbeheerder RFI telde het land eind 2025 16.881 kilometer spoorlijn in gebruik, waarvan 9.048 kilometer enkelspoor. Wired wijst daarnaast op bijna 1.300 kilometer buiten gebruik geraakte spoorlijnen. Precies die combinatie van enkelspoor en onderbenutte infrastructuur maakt het idee achter RailEvo interessant.
In dunbevolkte of toeristische regio’s is traditioneel openbaar vervoer moeilijk rendabel te krijgen. Grote treinen rijden daar niet altijd vol, terwijl vaste dienstregelingen, personeel, energie en spooronderhoud wel geld blijven kosten. Door bestaande enkelspoorlijnen om te bouwen voor kleine on-demand voertuigen, wil RailEvo een lokaal systeem creëren waarbij reizigers minder afhankelijk zijn van vaste dienstregelingen. Je bestelt dan geen taxi naar het station, maar een kleine railcabine die zelf over het spoor naar jouw halte komt. Om te voorkomen dat de voertuigen elkaar blokkeren op enkelspoor, werkt RailEvo aan een speciaal passeer- en haltesysteem.
De belofte is groot, maar de praktijk is lastiger
Volgens Wired schermen de makers met grote beloftes. De voertuigen zouden een snelheid van honderd kilometer per uur kunnen halen en daarbij slechts drie kilowattuur per honderd kilometer verbruiken. Volgens RailEvo zou het systeem daarmee veel minder energie gebruiken dan een elektrische auto. Die vergelijking blijft voorlopig theoretisch. In de praktijk bepalen onder meer bezettingsgraad, voertuiggewicht, snelheid, laadverliezen, onderhoud en infrastructuur hoeveel winst er echt overblijft.
Ook de claim dat dit de eerste railtaxi ter wereld is, moet voorzichtig worden gelezen. In Duitsland werkt het vergelijkbare MONOCAB OWL-project al langer aan autonome cabines op oude enkelsporige lijnen. RailEvo is dus zeker opvallend, maar niet het enige project dat met kleine autonome voertuigen op rails experimenteert. Daar komt bij dat spoor geen speeltuin is. Voor gebruik op het reguliere Europese spoor moeten nieuwe of aangepaste spoorvoertuigen eerst door een formeel toelatingsproces. Ook zaken als detectie, noodprocedures, cybersecurity, aansprakelijkheid en communicatie met andere voertuigen moeten waterdicht zijn.
Waarom Nederland hier niet morgen mee rijdt
Voorlopig hoeven we in Nederland niet te wachten op een zwerm autonome cabines die geruisloos tussen de NS-dubbeldekkers door de Randstad flitsen. Nederland heeft een druk, strak gepland en zwaar gereguleerd spoornet. ProRail rapporteerde over 2025 onder meer ruim 3.000 kilometer netlengte, bijna 6.900 kilometer spoorlengte, 398 stations, duizenden wissels en meer dan 11.000 seinen.
Een wirwar aan kleine, on-demand railtaxi’s zomaar toevoegen aan een netwerk dat draait op intercity’s, sprinters, goederenverkeer, seinen en beveiligingssystemen ligt daarom niet voor de hand. Toch is het idee interessanter dan het op het eerste gezicht lijkt. RailEvo stelt in feite een simpele vraag: waarom laten we in dunbevolkte gebieden nog altijd grote voertuigen op vaste tijden rijden, terwijl de vraag soms veel meer lijkt op kleine ritten op bestelling?
Daarmee is de Italiaanse railtaxi nog geen revolutie, maar wel een nuttige denkoefening. Zeker voor regio’s met oude spoortracés, matige busverbindingen of veel seizoensgebonden toerisme kan zo’n systeem op termijn interessant zijn. Niet als vervanger van de trein in drukke corridors, maar misschien wel als alternatief voor de auto op plekken waar openbaar vervoer nu te duur, te traag of te schaars is.
Voorlopig blijft RailEvo vooral een veelbelovend prototype. Maar het idee erachter is sterk genoeg om serieus te nemen: misschien hoeft de taxi van de toekomst niet altijd over asfalt te rijden.