Iedere automobilist kent het vertrouwde beeld langs de snelweg. Lang voordat je de afslag naar het tankstation neemt, torent er al een gigantische, lichtgevende zuil boven de bomen uit. De actuele literprijzen voor benzine en diesel worden daar in grote, schreeuwerige cijfers gecommuniceerd. Wie echter met een lege accu de snelweg afdraait richting een modern snellaadplein, treft steevast een opvallende leegte aan. Torenhoge prijsborden voor stroom ontbreken vrijwel overal, waardoor je het exacte laadtarief vaak pas ontdekt zodra je daadwerkelijk naast de laadkabel staat.
Dat voelt voor veel beginnende elektrische rijders als een gebrek aan transparantie, maar het is absoluut geen bewuste poging tot misleiding vanuit de laadindustrie. Het fundamentele probleem is dat de prijsstructuur van elektriciteit langs de snelweg vele malen complexer is dan die van fossiele brandstoffen. Bij een klassieke pomp geldt op dat moment in de praktijk één zichtbare literprijs voor vrijwel iedereen die de slang in de tank steekt. Bij publiek laden bestaat er simpelweg niet zoiets als één vaste prijs voor elke willekeurige bezoeker.
De veel minder eenduidige laadprijs
Het uiteindelijke bedrag dat je afrekent voor een volle accu is sterk afhankelijk van de manier waarop je de laadsessie start. Er is een wezenlijk verschil tussen ad-hoc laden (direct betalen met een reguliere pinpas of creditcard) en het gebruik van de talloze laadpassen, speciale apps of specifieke merkabonnementen. Bij die laatste opties komen bovendien vaak ingewikkelde roamingconstructies kijken, waarbij de aanbieder van jouw laadpas extra servicekosten rekent bovenop het basistarief van het laadstation.
Een goed voorbeeld van deze complexiteit is Fastned. Dit bekende laadnetwerk hanteert in principe één heldere en vaste kWh-prijs per land voor klanten die ad-hoc laden en direct met hun bankpas afrekenen. Toch betekent dit allerminst dat iedere bezoeker onder dat gele bladerdak exact hetzelfde betaalt. Zodra een bestuurder de laadsessie activeert met een pasje van een externe leasemaatschappij of laadprovider, kunnen er plotseling compleet andere tarieven of extra startkosten gelden. Als Fastned een gigantisch bord langs de snelweg zou zetten met daarop enkel hun eigen ad-hoc tarief, zou die informatie voor een aanzienlijk deel van de zakelijke laders feitelijk incorrect zijn.
De nadruk van Europese regelgeving
De Europese Unie bemoeit zich inmiddels nadrukkelijk met de prijstransparantie van elektrisch rijden, maar kiest daarbij een heel andere insteek dan bij benzine. De regelgeving stuurt vooral op uiterste duidelijkheid bij de lader zelf. Bij publiek toegankelijke laadpunten met een vermogen van 50 kW of meer is het tegenwoordig verplicht om de exacte ad-hoc prijs per kWh duidelijk bij het laadstation te tonen. Ook eventuele extra kosten, zoals een straffende bezettoeslag wanneer de auto vol is maar blijft staan, moeten voor de gebruiker volstrekt helder zijn voordat de laadsessie daadwerkelijk start.
Het Europese beleid draait dus volledig om transparantie op het moment van inpluggen, en stelt geen enkele eis aan de zichtbaarheid van tarieven vanaf de snelweg. Het ontbreken van grote, lichtgevende prijszuilen bij snelladers is dan ook geen gemiste marketingkans van de uitbaters. Het laat bovenal zien dat het publiek laden van een auto nog altijd fundamenteel minder uniform is dan het tanken van een liter benzine. Een groot bord langs de weg zou simpelweg slechts één deel van het complexe verhaal tonen. Elektrisch rijden wordt technisch steeds gewoner, maar aan de straatkant oogt laden nog altijd minder transparant dan tanken.