Het lot van Reims-Gueux staat niet op zichzelf. Wie in de geschiedenis van de autosport duikt, ontdekt al snel een spoor van verdwenen, ingekorte of compleet overbouwde circuits. Waar moderne Grands Prix zich afspelen op strak geasfalteerde, veilige en peperdure permanente banen, was de sport vroeger een stuk rauwer. Maar hoe kan het dat plekken waar jarenlang racegeschiedenis werd geschreven, tegenwoordig zijn gedegradeerd tot een gewone weg, een halve ruïne of in het meest bizarre geval een Amerikaans winkelcentrum?
Sommige circuits waren simpelweg te gevaarlijk geworden
De meest voor de hand liggende doodsteek voor historische circuits waren de steeds strengere veiligheidseisen. Een goed voorbeeld is het Franse Circuit de Charade bij Clermont-Ferrand. Dit ruim 8 kilometer lange bergcircuit slingerde rond een slapende vulkaan en kende vier F1-races tussen 1965 en 1972. Het smalle, bochtige karakter en de vulkanische stenen die geregeld op de baan belandden, maakten het te gevaarlijk voor de steeds snellere racewagens. In 1989 werd het oude tracé definitief ingekort tot nog geen vier kilometer.
Hetzelfde lot trof het mythische oude Spa-Francorchamps. Waar Max Verstappen vandaag over iets meer dan zeven kilometer racet, raasden coureurs vroeger over ruim 14 kilometer aan openbare wegen door de Ardense bossen en dorpen. De snelheden lagen op het oude circuit zo hoog, met gemiddelde snelheden rond de 240 km/u, dat het voor moderne veiligheidsnormen onhoudbaar werd. In 1979 werd Spa drastisch ingekort.
De overtreffende trap van dit openbare-weggevaar was de legendarische Targa Florio op Sicilië. Dit was eigenlijk geen conventioneel circuit, maar een extreme route van 72 kilometer over openbare bergwegen. Racewagens reden op korte afstand langs dorpen als Cerda en Collesano, over wegen die veel meer weg hadden van een rallyproef dan van een moderne racebaan. Het was een extreme test voor mens, machine en geheugen, maar uiteindelijk niet meer veilig te organiseren op het hoogste internationale niveau.
Andere circuits verloren van geld en grondprijzen
Niet elk legendarisch circuit verdween omdat het te gevaarlijk was. In sommige gevallen verloor de autosport simpelweg van oprukkende stadsontwikkeling en stijgende grondprijzen. De Amerikaanse Riverside Raceway in Californië is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Het circuit was ooit een icoon in de Verenigde Staten, maar door suburbanisatie en steeds waardevollere grond werd de racebaan onhoudbaar. In 1988 stopten de professionele races en niet veel later kwamen de bulldozers. Wie vandaag de oude bochten van Riverside zoekt, komt eerder uit bij de Moreno Valley Mall dan bij een startgrid.
Ook Reims-Gueux verloor het niet uitsluitend op veiligheid. De sluiting van dit stratencircuit in 1972 was vooral het gevolg van politieke en financiële problemen, gecombineerd met stevige concurrentie van veiligere, permanente circuits in de regio. De oude tribunes en pitgebouwen bleven achter als monumenten van een tijd waarin de autosport nog veel dichter op het gewone verkeer en landschap zat.
Soms verdween vooral het karakter
Het hoeft niet altijd zo te zijn dat een compleet circuit verdwijnt. Soms verdwijnt niet de baan zelf, maar wel een groot deel van het oude karakter. Het Britse Silverstone is daarvan een duidelijk voorbeeld. De baan bestaat nog altijd, maar de oorspronkelijke, bloedsnelle layout is definitief naar de geschiedenisboeken verwezen.
In de vroege jaren negentig, en zeker na het tragische Imola-weekend van 1994, werd het razendsnelle en vloeiende karakter van Silverstone flink aangepast. Technische passages en chicanes moesten de snelheden afremmen en de veiligheid verbeteren. Dat was logisch en noodzakelijk, maar het veranderde wel de aard van het circuit. Niet elk verdwenen circuit verdwijnt dus letterlijk onder beton; soms verdwijnt vooral de versie waar coureurs vroeger ontzag voor hadden.
De vreemdste overlever ligt gewoon bij de Autobahn
De meest opvallende herbestemming ligt misschien wel in Duitsland. Het voormalige AVUS, voluit Automobil-Verkehrs- und Übungsstraße, nabij Berlijn was een bizar circuit dat in feite bestond uit twee lange, parallelle rechte stukken, verbonden door een beruchte steile kombocht. Hier draaide bijna alles om topsnelheid.
Vandaag bestaat AVUS nog steeds, maar op een onverwachte manier: de oude rechte stukken vormen tegenwoordig een deel van de A115 bij Berlijn. De deels bewaarde tribunes en controletoren kijken niet meer uit op gillende racewagens, maar op alledaags forensenverkeer. Daarmee is AVUS misschien wel het vreemdste voorbeeld van autosportgeschiedenis die gewoon in het moderne wegennet is opgenomen.
De oude banen verdwenen niet omdat ze saai of irrelevant waren. Ze verdwenen juist omdat ze te snel, te wild, te duur of te moeilijk te beveiligen werden voor een sport die professioneler en veiliger moest worden. Wat overblijft, zijn plekken waar je soms nog gewoon langs kunt rijden, terwijl onder het asfalt, tussen de ruïnes of naast een winkelcentrum nog altijd de echo van de autosportgeschiedenis ligt.