In april 2026 noteerde de Nederlandse automarkt in totaal 25.704 nieuwe personenautoregistraties. Dat is een daling van 4,8 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Over de eerste vier maanden van 2026 loopt de markt met 106.611 registraties zelfs 9,9 procent achter op 2025. Maar de echte nieuwswaarde zit niet alleen in dat totale volume. Veel interessanter is wát er nog wordt geregistreerd.
De gewone benzineauto is ineens een kleine minderheid
Auto’s die in de BOVAG/RDC-cijfers als benzine staan geregistreerd, bleven in april steken op slechts 1.928 registraties. Dat komt neer op een marktaandeel van 7,5 procent. Daarmee is de gewone benzinecategorie veel kleiner geworden dan het Nederlandse straatbeeld doet vermoeden.
Diesel en LPG spelen in de nieuwregistraties inmiddels al helemaal een bijrol. In een hele maand werden slechts 468 nieuwe diesels geregistreerd, goed voor 1,8 procent van de markt. LPG bleef steken op 130 registraties, oftewel 0,5 procent. Tel benzine, diesel en LPG bij elkaar op, en dan kom je tot de opvallende conclusie dat deze drie klassieke brandstofcategorieën samen niet eens 10 procent van de totale aprilmarkt vertegenwoordigen.
Hybride is de echte winnaar
Betekent dit dan dat Nederlandse kopers massaal overstappen op volledig elektrisch? Deels. EV’s deden het in april uitstekend, met 9.616 registraties en een marktaandeel van 37,4 procent. Toch is volledig elektrisch niet de grootste categorie.
De absolute winnaar is op dit moment de hybride aandrijflijn. Met 13.562 registraties waren hybrides in april goed voor 52,8 procent van de markt. De Nederlandse nieuwmarkt wordt dus niet exclusief elektrisch, maar vooral razendsnel geëlektrificeerd.
Waarom de benzinemotor niet weg is
Hier zit de belangrijkste nuance. De benzinemotor is nog lang niet verdwenen, maar de traditionele benzineauto wel. Veel hybrides rijden immers nog steeds met een verbrandingsmotor, vaak gecombineerd met een kleine of grotere elektromotor.
Dat fabrikanten massaal inzetten op hybride, is niet moeilijk te verklaren. Strenge Europese CO₂-doelen en fiscale druk, zoals de Nederlandse BPM op basis van CO₂-uitstoot, maken gewone benzineversies voor fabrikanten en kopers steeds minder aantrekkelijk. Met mild-hybrid en full-hybrid systemen kunnen merken het verbruik en de uitstoot op papier drukken, zonder dat iedere koper volledig elektrisch hoeft te rijden.
De vertrouwde benzinemotor verdwijnt dus niet ineens uit de showroom. Hij wordt alleen steeds vaker ondersteund door stroom.
Wat dit later betekent voor occasions
Deze cijfers gaan alleen over nieuwregistraties. Het huidige straatbeeld zal nog jaren, waarschijnlijk decennia, worden gedomineerd door oudere benzineauto’s. Toch heeft deze verschuiving op termijn wel gevolgen voor de gewone automobilist.
In de autowereld werkt het meestal simpel: wat vandaag weinig nieuw wordt geregistreerd, komt over een paar jaar ook minder ruim als jonge occasion beschikbaar. Als de nieuwmarkt nu massaal verschuift richting hybride en EV, verschuift het occasionaanbod later vanzelf mee.
Voor consumenten die in de toekomst zoeken naar een relatief eenvoudige tweedehands auto zonder dure accutechniek of complex hybridesysteem, kan de spoeling daardoor dunner worden. Jonge, eenvoudige benzineoccasions kunnen op termijn schaarser en mogelijk duurder worden, simpelweg omdat er nu minder van bijkomen.
De verbrandingsmotor is dus absoluut niet dood. Maar de gewone benzineauto zoals veel mensen die kennen, is in de Nederlandse nieuwverkoop wel hard op weg naar de marge.