Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar de cijfers van vergelijkingssite Overstappen.nl laten zien hoe groot de kloof tijdelijk werd. Op de middag van 1 mei, om 13.30 uur, zakte de dynamische marktprijs voor stroom volgens Overstappen.nl naar -€0,4996 per kilowattuur exclusief btw. Daarmee zat de prijs bijna op het laagste niveau ooit.
Wie zijn elektrische auto in die uren aan een eigen laadpaal hing én een dynamisch energiecontract had, kon de rekensom de goede kant op zien draaien. Volgens de berekeningen van de vergelijker kwam de gemiddelde negatieve marktprijs tussen 11.30 en 15.00 uur uit op -€0,3886 per kWh exclusief btw. Zelfs na verrekening van inkoopvergoeding, btw en energiebelasting bleef er voor de slimme thuislader een netto opbrengst over van €0,25364 per geladen kWh.
Waarom benzine juist recordduur werd
Aan de andere kant stonden benzinerijders juist voor een historisch hoge adviesprijs. Waar de stroomprijs een vrije val maakte, hielden aanhoudende internationale onrust en geopolitieke spanningen de olieprijs hoog. UnitedConsumers, dat dagelijks de gemiddelde landelijke adviesprijs bijhoudt, meldde op 2 mei een adviesprijs voor Euro95 (E10) van €2,619 per liter.
Die adviesprijs bestaat uit productiekosten, marge, accijns en btw. De werkelijke pompprijs kan per tankstation verschillen, maar de richting is duidelijk: benzinerijden werd op dat moment juist uitzonderlijk duur, terwijl slim thuisladen tijdelijk geld kon opleveren.
Het verschil van ruim €22 per 100 kilometer
Zetten we de kosten voor 100 kilometer rijden naast elkaar, dan ontstaat een opvallende rekensom. Uitgaande van een gemiddeld EV-verbruik van 17 kWh per 100 kilometer leverde dat bewuste laadmoment de elektrische rijder ongeveer €4,30 op.
Aan de benzinekant rekent Overstappen.nl met een verbruik van 7 liter per 100 kilometer en een landelijke adviesprijs van €2,60 per liter. Dat resulteert in een kostenpost van €18,20 per 100 kilometer. Het theoretische verschil tussen de twee automobilisten op die specifieke middag komt daarmee uit op ongeveer €22,50 per 100 kilometer.
Waarom lang niet elke EV-rijder hiervan profiteert
Voordat we massaal concluderen dat EV-rijders altijd gratis rijden: deze uitzonderlijke situatie gold lang niet voor elke EV-bezitter. Om daadwerkelijk geld over te houden aan je laadsessie, moet je over een specifieke combinatie beschikken. Je hebt een eigen of vast laadpunt nodig, een slimme meter en een dynamisch energiecontract.
Sta je met een traditioneel vast energiecontract thuis te laden? Dan betaal je gewoon je afgesproken tarief. Ook EV-rijders die afhankelijk zijn van publieke laadpalen langs de straat of snelladers langs de snelweg, merkten weinig van deze prijsuitschieter. De tarieven van die aanbieders zijn doorgaans minder direct gekoppeld aan de uurprijzen op de energiemarkt.
Waarom dit vaker kan gebeuren
De extreme prijsdaling op 1 mei was geen technische storing, maar marktwerking. Volgens marktkenners als Zonneplan en de ANWB kwam de negatieve stroomprijs voort uit een zeldzaam gunstige combinatie. Het aanbod van hernieuwbare energie was groot door veel zon en wind, terwijl de stroomvraag juist laag lag.
Daar speelde ook de kalender in mee. In Nederland is 1 mei geen massale vrije dag, maar in veel omliggende Europese landen is Dag van de Arbeid wel een officiële feestdag. Daardoor vroegen veel bedrijven en industrie minder stroom, terwijl zonnepanelen en windparken gewoon bleven produceren.
Voor de gemiddelde automobilist is een negatieve laadrekening geen dagelijkse realiteit. Maar deze uitzonderlijke lentedag laat wel zien dat de kostenstrijd tussen fossiel en elektrisch rijden steeds minder draait om simpele gemiddelden. Timing, contractvorm en de exacte plek waar je laadt, kunnen het verschil ineens enorm maken.