Aston Martin staat wereldwijd bekend om zijn verfijnde, elegante GT's waarmee je in alle rust naar de Rivièra zoeft. Eind jaren zeventig wilde het merk echter laten zien dat het ook een extreme middenmotor-supercar kon bouwen. Het interne project, dat bekendstond onder de codenaam DP K901 of kortweg K9, moest bewijzen dat Aston Martin ook buiten de klassieke GT-formule kon denken.
Het ontwerppotlood lag in handen van William Towns, de man die eerder de opzienbarende Lagonda had getekend. Voor de Bulldog trok hij die hoekige, futuristische wigvorm tot in het extreme door. Met zijn opvallende vleugeldeuren en een neuspartij waarin vijf koplampen verborgen zaten, was het een rijdend ruimteschip dat perfect paste bij de extravagante tijdsgeest van 1980.
De belofte was groter dan de werkelijkheid
Onder die spectaculaire koets lag techniek die minstens zo grensverleggend was. Vlak achter de inzittenden monteerde het merk een 5,3-liter V8, die dankzij twee forse turbo's goed was voor een vermogen van zo'n 600 pk in de auto zelf. De absolute hoofdprijs was echter de theoretische topsnelheid: Aston Martin mikte op 237 mph (380 km/u).
De praktijk bleek een stuk weerbarstiger dan de ambitieuze theorie op de tekentafel. Tijdens de oorspronkelijke snelheidstests eind 1979 kwam het prototype niet verder dan ongeveer 191 mph (307 km/u). Dat was indrukwekkend voor die tijd, maar het was simpelweg niet genoeg om de legendarische mythe te bouwen die de Britten voor ogen hadden.
Financiële realiteit sloopt de droom
Voordat ingenieurs de kans kregen om de auto verder te perfectioneren, haalde de economische realiteit de droom in. Aston Martin verkeerde in zwaar weer en het ontwikkelen van een complexe supercar trok een veel te zware wissel op een merk dat financieel al onder druk stond. De toenmalige topman Victor Gauntlett nam een pijnlijke maar noodzakelijke beslissing en zette in 1981 een definitieve streep door de productieplannen.
Hierdoor bleef de Bulldog steken op slechts één gebouwd exemplaar, terwijl er eigenlijk een kleine en exclusieve serie gepland was. Het unieke prototype werd in 1984 verkocht aan een verzamelaar. Daarmee verdween de futuristische wigvorm geruisloos via de achterdeur uit de schijnwerpers, veroordeeld tot een obscuur bestaan in afgesloten privégarages.
De restauratie was geen poetsbeurt
Het verhaal leek afgesloten, tot de Amerikaanse verzamelaar Phillip Sarofim de auto in 2020 kocht. Hij bracht de Bulldog naar de specialisten van Classic Motor Cars met een zware opdracht. De auto moest niet simpelweg in concoursstaat worden teruggebracht voor een showveld, maar technisch zo goed worden dat hij alsnog de 200 mph-grens kon doorbreken.
Met fraaie historische ironie werd het project begeleid door Richard Gauntlett, de zoon van Victor Gauntlett, de man die de Bulldog veertig jaar eerder moest stopzetten. Het team besteedde grofweg 7.000 uur aan een minutieuze restauratie, waarbij elk moertje en elke leiding werd voorbereid op de snelheidstest die het prototype altijd was ontzegd.
Na 44 jaar haalde de Bulldog alsnog zijn grens
In juni 2023 was het moment van de waarheid eindelijk daar. Op de uitgestrekte landingsbaan van Machrihanish Airfield, een voormalige NAVO-basis in Schotland, nam Aston Martin-fabriekscoureur Darren Turner plaats achter het stuur. Turner liet de gerestaureerde Bulldog eindelijk doen waarvoor hij ooit was gebouwd en haalde een topsnelheid van 205,4 mph (330 km/u).
Hoewel dit getal nog altijd onder de oorspronkelijke claim van 237 mph ligt, was de missie geslaagd. Ruim vier decennia na zijn oorspronkelijke onthulling rondde de Bulldog alsnog de opdracht af die hem altijd was blijven achtervolgen. Het bewees vooral dat de ingenieurs destijds op de goede weg zaten en dat de potentie van het ontwerp geen fantasie was.
Waarom juist dit verhaal zo goed werkt
De klassiekermarkt is doordrenkt van verhalen over peperdure supercars die hun hele leven onder een zeiltje stof staan te verzamelen. De Bulldog is anders: een geschrapt prototype dat jaren later zijn eigen geschiedenis mocht herschrijven. Het is een rijdende tijdmachine die de onvervulde ambitie van een heel tijdperk alsnog tastbaar maakte.
Precies daardoor is de Bulldog veel interessanter dan een perfect bewaarde concoursauto. Hij werd niet legendarisch omdat hij in de jaren tachtig alles won, maar omdat hij faalde, verdween en decennia later alsnog mocht laten zien wat er altijd in had gezeten.