Nieuws

Niet de olieprijs, maar Den Haag kan tanken straks veel duurder maken

Tanken is tegenwoordig al behoorlijk pijnlijk, maar de volgende prijsstijgingen dreigen alweer op de politieke kalender te staan. Als er niet wordt ingegrepen, wordt diesel in 2027 duurder door het wegvallen van de accijnskorting. Een jaar later kan benzine zelfs een dubbele tik krijgen: minder korting én een nieuwe Europese CO₂-prijs.

Nick ter Arkel Leestijd 4 minuten
brandstofprijzen
accijns benzine 2026
Niet de olieprijs, maar Den Haag kan tanken straks veel duurder maken

Uit de kabinetsstukken waar De Telegraaf over schrijft, komt vooral één pijnpunt scherp naar voren: dieselrijders lijken per 1 januari 2027 als eerste aan de beurt. Volgens de krant rekent het ministerie van Financiën voorlopig met een stijging van ongeveer 12 cent per liter extra voor diesel. Dit gebeurt als het kabinet zijn huidige beleid niet alsnog wijzigt.

De oorzaak van die prijsstijging zit niet in een plotselinge internationale oliestunt, maar in fiscaal beleid. In de officiële Voorjaarsnota 2026 staat zwart-op-wit dat de verlaging van de brandstofaccijns op benzine wordt verlengd tot en met 2027. De benzinetarieven worden in dat jaar gelijk gehouden aan de tarieven van 2026. Diesel wordt in die maatregel niet genoemd, waardoor die korting dreigt weg te vallen.

Benzine krijgt mogelijk later de hardste klap

Voor de benzinerijder schuift de grote dreun mogelijk door naar 2028. Tegen die tijd kan de huidige Nederlandse accijnskorting definitief aflopen. Dat valt samen met een andere grote verandering: in datzelfde jaar wordt het zogenaamde ETS2 volledig operationeel. Dat is het nieuwe Europese emissiehandelssysteem voor onder meer wegvervoer en gebouwen.

In politieke taal wordt dat systeem inmiddels door tegenstanders vaak de “Timmermans-taks” genoemd. Formeel gaat het echter om een nieuwe CO₂-prijs op fossiele brandstoffen. Hoewel automobilisten niet direct zelf die uitstootrechten hoeven te kopen, ligt het voor de hand dat brandstofleveranciers deze nieuwe kosten uiteindelijk kunnen doorberekenen in de literprijs.

Wat ETS2 eigenlijk doet

ETS2 werkt principieel anders dan een simpele, ouderwetse accijnsverhoging van de overheid. Het systeem zet een marktprijs op de CO₂-uitstoot van brandstoffen die worden gebruikt in onder meer het Europese wegvervoer, gebouwen en aanvullende sectoren. Brandstofleveranciers worden door Europa verplicht om voor die uitstoot emissierechten te kopen en deze vervolgens in te leveren.

De Europese Commissie stelt dat ETS2 in 2028 volledig operationeel wordt. De Nederlandse Emissieautoriteit legt uit dat leveranciers uiteindelijk één emissierecht per ton uitgestoten CO₂ moeten inleveren. De eerste officiële inlevering vindt in 2029 plaats, bedoeld voor de emissies die in 2028 zijn veroorzaakt. Voor de automobilist voelt dat hele systeem niet als een nieuw belastingloket, maar gewoon als een hogere prijs aan de pomp.

Waarom die 33 cent nog niet vaststaat

De Telegraaf claimt in de berichtgeving dat benzine in 2028 in één klap 33 cent per liter duurder kan worden. Dat getal komt voort uit een specifieke combinatie. Het is een optelsom van het mogelijke einde van de tijdelijke Nederlandse accijnskorting en de extra CO₂-prijs via de invoering van ETS2.

Toch is deze 33 cent nog geen vaststaand pompbedrag. Het kabinet heeft nog altijd de mogelijkheid om de accijnskorting via nieuw beleid opnieuw te verlengen. Bovendien kan de internationale olieprijs veranderen en is de uiteindelijke CO₂-prijs binnen ETS2 afhankelijk van marktwerking en Europese prijsmechanismen. Wie nu al doet alsof de exacte literprijs voor 2028 bekend is, loopt vooruit op politieke keuzes die nog genomen moeten worden.

Transport voelt de dieselklap het snelst

Voor gewone particuliere automobilisten in Nederland is diesel tegenwoordig al aanzienlijk minder vanzelfsprekend dan pakweg vijftien jaar geleden. Maar voor de transport- en logistieksector, de bouw en veel ondernemers blijft de brandstof cruciaal. Juist in deze sectoren werkt een dieselstijging snel door.

Daar komt bij dat de sector momenteel al te maken heeft met stijgende kosten. Denk aan verduurzamingseisen, oplopende cao-lonen en de aankomende vrachtwagenheffing. Een extra stijging van de dieselprijs voelen transportbedrijven niet alleen op de tankbon. Het kan uiteindelijk ook doorwerken in transporttarieven en daardoor indirect in de prijzen van alledaagse producten.

De echte vraag is of Den Haag opnieuw ingrijpt

De afgelopen jaren zagen we meermaals dat Den Haag de accijnskorting op brandstof op de valreep toch verlengde om abrupte prijsstijgingen voor automobilisten te voorkomen. Dat scenario kan zich opnieuw voltrekken, maar de staatskas heeft geen oneindige bodem. De Telegraaf meldt dat alleen al het verlengen van de huidige dieselkorting de overheid opnieuw bijna 500 miljoen euro zou kosten.

Daarmee wordt tanken de komende periode opnieuw een politieke keuze. Laat het kabinet de bestaande brandstofkortingen aflopen, dan komt de financiële pijn automatisch bij automobilisten en bedrijven terecht. Besluit Den Haag om de regeling toch weer te verlengen, dan zal dat geld elders op de begroting moeten worden gevonden.

Tanken wordt vooral onvoorspelbaarder

De belangrijkste les uit deze kabinetsstukken is niet dat benzine of diesel morgen exact dertig of tien cent duurder wordt. De conclusie is dat de automobilist de komende jaren met meerdere onzekerheden tegelijk te maken krijgt. Dat varieert van wisselende olieprijzen en accijnskortingen tot inflatie, ETS2 en Haagse compensatiepakketten.

Voor de Nederlanders die voor werk of gezin afhankelijk zijn van hun auto, wordt het autobudget daardoor moeilijker te plannen. De prijs aan de pomp wordt niet langer uitsluitend bepaald door wat er in de wereld gebeurt. Hij hangt steeds vaker ook af van besluiten in Den Haag en Brussel. En juist die kalender begint voor dieselrijders al in 2027 te knellen.