Uit recente BOVAG-cijfers blijkt dat er in april 13.791 gebruikte elektrische auto’s werden verkocht. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van dezelfde maand in 2025, toen er 7.016 over de toonbank gingen. Die forse stijging is extra opvallend omdat de totale occasionmarkt tegelijkertijd juist licht kromp.
Er werden afgelopen april in totaal 169.570 tweedehands auto’s verkocht, tegenover 173.430 exemplaren in april 2025. Door de stijging bij EV’s liep ook het marktaandeel van elektrische occasions duidelijk op. Waar EV’s vorig jaar april nog 4,1 procent van de tweedehandsmarkt vormden, is dat nu 8,1 procent. De populairste modellen waren de Volkswagen ID.3, Tesla Model 3 en Kia Niro.
Het oude probleem was export
Jarenlang werd het Nederlandse politieke debat over de elektrische automarkt gedomineerd door één hardnekkig probleem: we stimuleerden nieuwe EV’s, waarna die na afloop van hun leaseperiode vaak naar het buitenland verdwenen. Daardoor kwam het geïnvesteerde belastingvoordeel niet altijd terug op de Nederlandse occasionmarkt.
De cijfers van april laten echter een gekanteld beeld zien. De import van gebruikte EV’s verdubbelde van 903 naar 1.817 stuks. Tegelijkertijd daalde het aantal geëxporteerde gebruikte elektrische auto’s van 3.305 naar 2.755. Per saldo is er dus nog wel sprake van een netto-uitstroom, maar die werd een stuk kleiner.
Waarom de benzineprijs de EV-occasion helpt
Waar die marktomslag vandaan komt? BOVAG koppelt de stijging mede aan de hoge brandstofprijzen aan de pomp. Omdat tanken voor veel huishoudens merkbaar duurder is geworden, kijken kopers actiever naar de lagere kilometerkosten die bij een gebruikte elektrische auto kunnen horen.
Toch moeten we niet te snel spreken van een definitieve doorbraak. Het is nog onduidelijk of dit een tijdelijke opleving is of een structurele trend. Gedaalde occasionprijzen, een groter aanbod en de uitstroom van auto’s uit leasecontracten kunnen allemaal hebben bijgedragen aan de opvallende aprilcijfers.
De eTimerregeling kan nu verkeerd uitpakken
En die prille particuliere markt plaatst Den Haag voor een lastig dilemma. Er wordt gewerkt aan de zogenoemde eTimerregeling, bedoeld om de export van gebruikte EV’s te beperken. Door de bijtelling meer op de actuele waarde van de auto te baseren, moeten gebruikte elektrische auto’s fiscaal aantrekkelijker worden om langer zakelijk door te rijden.
ING waarschuwt in zijn analyse dat zo’n regeling in het huidige klimaat verkeerd kan uitpakken. Als de vraag naar elektrische occasions juist aantrekt, wil je die auto’s niet via fiscale regelingen langer bij zakelijke rijders houden. Dat kan het aanbod op de tweedehandsmarkt beperken en uiteindelijk de prijs voor particuliere kopers opdrijven.
De inruilregeling past beter bij dit moment
Wat volgens ING mogelijk beter past, is de aangekondigde inruilregeling voor oude fossiele auto’s. Die richt zich op huishoudens met lagere en mogelijk middeninkomens, afhankelijk van de uiteindelijke uitwerking. Zij kunnen subsidie krijgen wanneer ze een oude benzine- of dieselauto inleveren voor een tweedehands elektrische auto.
Dit sluit logischer aan op de aantrekkende vraagkant: help kopers die nu wél naar een gebruikte EV kijken, in plaats van aanbod langer bij zakelijke rijders te houden. Zo kan elektrisch rijden toegankelijker worden voor een bredere groep, terwijl oudere fossiele auto’s sneller uit het wagenpark verdwijnen.
De markt is nog niet volwassen
Toch moet de Nederlandse autokoper realistisch blijven. Hoewel de groei in april positief is en mogelijk wijst op een omslag, blijft de tweedehands EV-markt voorlopig klein. Met een marktaandeel van 8,1 procent blijft de EV nog altijd ver achter bij traditionele brandstofauto’s. Ook de netto-uitstroom is, hoewel aanzienlijk kleiner geworden, nog niet verdwenen.
De conclusie voor Den Haag is daarom vooral dat nieuw beleid flexibel moet blijven. Subsidies of fiscale prikkels mogen niet te veel leunen op de oude aanname dat Nederlandse kopers geen tweedehands EV willen. De elektrische occasion is niet langer alleen een exportprobleem; hij begint ineens een echte Nederlandse markt te worden.