Elektrisch rijden is in meerdere opzichten een fundamenteel andere ervaring dan het rijden met een conventionele verbrandingsmotor. Wie met een elektrische auto een lange rit maakt, plant zijn pauzes zorgvuldig rondom de snelladers langs de snelweg. Die ogenschijnlijk onschuldige wachttijd onderweg brengt echter een opvallende en onverwachte bijwerking met zich mee. Volgens een recente enquête van het Duitse marktonderzoeksbureau Civey, in opdracht van verzekeraar DA Direkt, zegt meer dan de helft. van de EV-rijders tijdens het laden te eten of te snacken. Slechts zes procent gebruikt de laadtijd om fysiek te bewegen. Dat maakt een rit in een stekkerauto niet direct medisch onverantwoord, maar het laat wel zien dat wachttijd langs de weg het gedrag sterk verandert.
De verklaring voor dit opvallende eetpatroon ligt niet bij acute honger van de bestuurder, maar vooral bij de kwaliteit van de infrastructuur. Veel openbare laadstations bieden momenteel een buitengewoon sobere ervaring. Waar veel klassieke tankstations zijn uitgerust met overkappingen, schone toiletten en een ruime shop, staat een snellader nog opvallend vaak desolaat op een verlaten parkeerterrein. Door het gebrek aan een fatsoenlijk en weersonafhankelijk verblijf, blijven bestuurders simpelweg in hun auto zitten. Daar slaat de verveling razendsnel toe, waarna een greep naar een zak chips of een reep chocolade voor velen de makkelijkste manier is om de tijd te doden.
Acceptatie en weerstand
Dergelijke snelle en suikerrijke maaltijden kunnen de broodnodige concentratie op de rest van de rit flink ondermijnen. Toch blijken ervaren bestuurders verrassend weinig problemen te hebben met de laadtijd zelf. Ruim zesentachtig procent van de ondervraagde EV-rijders geeft in de enquête aan dat een pauze van ongeveer twintig minuten prima te verteren is, mits de auto in dat tijdsbestek weer tweehonderd kilometer actieradius opslurpt. Opvallend is dat bestuurders van benzine- en dieselauto's hier nog altijd compleet anders naar kijken. Van die doelgroep noemt bijna de helft een wachttijd van tien minuten al de absolute pijngrens. Het bewijst dat de vrees voor lange laadtijden in de praktijk snel afneemt zodra iemand daadwerkelijk de overstap naar elektrisch rijden maakt.
De uitdaging voor de industrie
Deze specifieke behoefte aan comfort en vermaak bij een laadstation raakt logischerwijs lang niet iedere bestuurder met een stekkerauto. Volgens cijfers van brancheorganisatie BDEW laden veel eigenaren van een elektrische auto namelijk voornamelijk thuis; ongeveer 82 procent geeft de oprit aan als de belangrijkste laadlocatie.
Toch legt het onderzoek over het snackgedrag een belangrijk pijnpunt bloot voor exploitanten van laadinfrastructuur. Bijna veertig procent van de gebruikers is tevreden over het netwerk, maar er klinkt evengoed stevige kritiek op de complexe prijsstructuren en het gebrek aan basisvoorzieningen. De laadpaal wordt simpelweg steeds vaker een plek waar mensen niet alleen stroom halen, maar ook daadwerkelijk moeten wachten. Dan tellen niet alleen de rauwe kilowatts, maar ook toiletten, beschutting, duidelijke prijzen en een plek waar je niet automatisch in de auto blijft zitten met een zak chips. Dat is misschien minder spectaculair dan de opening van een nieuwe 400 kW-lader, maar voor de dagelijkse ervaring van EV-rijders is het inmiddels minstens zo belangrijk.