Nieuws

Jij pint de hoofdprijs aan de pomp, terwijl déze oliereus juist extra verdient

Je staat aan de pomp en ziet de literprijs weer omhoog kruipen. Terwijl jij zuchtend je pinpas trekt, presenteert Shell een kwartaalwinst van miljarden euro’s. Hoe kan het dat dezelfde geopolitieke crisis jouw tankbon duurder maakt, terwijl oliebedrijven aan de andere kant van de keten juist extra verdienen aan hogere prijzen en marktvolatiliteit?

Nick ter Arkel Leestijd 3 minuten
benzineprijs
Dieselprijs
Oliecrisis
Jij pint de hoofdprijs aan de pomp, terwijl déze oliereus juist extra verdient

Shell maakte over het eerste kwartaal van 2026 een nettowinst van 5,7 miljard dollar. De aangepaste winst, de maatstaf waar analisten vaak naar kijken, kwam uit op 6,9 miljard dollar. Dat resultaat valt mede hoger uit door gestegen olieprijzen, oplopende raffinagemarges en sterke handelsresultaten door de onrust op de energiemarkt. Terwijl automobilisten de prijsstijging direct voelen bij het afrekenen, kunnen grote energiebedrijven juist extra verdienen aan schommelingen op de wereldmarkt.

Toch is het te makkelijk om alleen naar de ruwe olieprijs te wijzen als je tankbon fors tegenvalt. Tussen een boortoren ver weg en het vulpistool in jouw hand zit een lange economische keten. Olie oppompen is slechts stap één, want je auto rijdt op geraffineerde brandstof zoals benzine of diesel. Juist in die tussenliggende stappen zit een belangrijk deel van de verklaring voor de hoge literprijzen langs de Nederlandse wegen.

De verborgen marge van de raffinaderij

Ruwe olie uit de grond halen is niet genoeg. Het zwarte goud moet eerst worden verwerkt tot bruikbare brandstoffen. Daar komt de zogeheten raffinagemarge om de hoek kijken. Shell zag deze globale indicatieve marge stijgen van 14 naar 17 dollar per vat in de eerste maanden van dit jaar. Als de capaciteit om olie te verwerken schaars is of wereldwijd onder druk staat, stijgt de waarde van dat verwerkingsproces.

Dat kan uiteindelijk doorwerken in de prijs van benzine en diesel. Een oplopende raffinagemarge betekent dat de inkoopprijs voor kant-en-klare brandstof verder kan stijgen, los van de basisprijs van ruwe olie. Combineer dat met internationale spanningen en logistieke knelpunten, en de prijsdruk loopt snel op. Voor de automobilist blijft die extra kostenlaag meestal onzichtbaar, tot hij op het prijsbord langs de weg verschijnt.

Waarom Hormuz ook jouw lokale pomp raakt

Een groot deel van de actuele spanning concentreert zich rond de Straat van Hormuz. Deze smalle, strategische zeestraat in het Midden-Oosten is een van de belangrijkste routes voor de wereldwijde oliehandel. Dagelijks passeren hier miljoenen vaten ruwe olie en olieproducten aan boord van tankers. Zodra schepen moeten omvaren of de route stokt door conflicten in de Golfregio, reageert de markt vrijwel direct.

Die nervositeit vertaalt zich naar hogere prijzen op de energiemarkt. Omdat olie en olieproducten wereldwijd worden verhandeld, kan een knelpunt duizenden kilometers verderop ook de onbemande pomp bij jou in het dorp raken. Schaarste en onzekerheid drijven de marktprijzen op, terwijl handelsafdelingen van oliemaatschappijen juist kunnen profiteren van die volatiliteit. De automobilist ziet uiteindelijk vooral een literprijs die hardnekkig hoog blijft.

De Nederlandse literprijs bestaat uit meer dan olie

Als de olieprijs daalt, verwacht je logischerwijs snel een goedkopere tankbeurt. Zo eenvoudig werkt het in Nederland niet. De brandstofprijs bestaat uit veel meer lagen dan alleen het ruwe product. In 2026 betaal je een vaste accijns van 84,47 cent per liter benzine en 55,23 cent per liter diesel. Voor LPG gaat het om 19,93 cent per liter.

Bovenop de inkoopprijs en accijns komt ook nog btw. Als de olieprijs en raffinagemarges stijgen, stijgt ook de btw-opbrengst per verkochte liter mee. Tel daar distributiekosten en de marge van de pomphouder bij op, en het bedrag loopt verder op. Daardoor betaal je inmiddels gemiddeld rond de 2,37 euro voor Euro 95 en 2,33 euro voor diesel, terwijl lokale prijsvechters de pijn soms nog enigszins kunnen verzachten.

Overwinst of gewoon marktwerking?

De stijgende kwartaalwinsten van bedrijven als Shell, ExxonMobil en BP roepen in de Tweede Kamer politieke reacties op. Het debat gaat over mogelijke overwinsten: rendement dat niet zozeer ontstaat door betere prestaties, maar door externe crises en plotselinge marktverstoringen. Landen als Duitsland, Spanje en Italië dringen in Europa aan op een gezamenlijke heffing om zulke winsten deels af te romen.

Ook in Nederland is daar recent stelling over genomen. De Tweede Kamer steunde een motie om in Europa actief te pleiten voor het juridisch aanpakken van eventuele overwinsten. Bij eerdere maatregelen tegen overwinsten leidde de uitvoering echter tot juridische discussie en bezwaarprocedures. Daardoor is een nieuwe heffing politiek aantrekkelijker dan praktisch eenvoudig. Voorlopig blijft de oliemarkt vooral draaien op vraag, aanbod en geopolitieke onzekerheid.

Wat merkt de automobilist hiervan?

Voor de Nederlandse bestuurder is dit economische en politieke spel vooral frustrerend omdat de gevolgen zichtbaar zijn in de eigen portemonnee. Zolang de internationale onrust aanhoudt en raffinagecapaciteit krap blijft, blijven tankbeurten duur. Automobilisten zijn daarbij afhankelijk van wereldwijde handelsmarges, geopolitieke risico’s, belastingen en de concurrentie tussen pomphouders. Zelfs als de ruwe olieprijs zakt, kunnen belastingen en verwerkingskosten ervoor zorgen dat de pompprijs traag meebeweegt.

De beste strategie blijft daarom ouderwets vergelijken. Vermijd de dure bemande stations langs de snelweg en zoek lokaal bewust naar goedkopere aanbieders. Terwijl aandeelhouders profiteren van sterke kwartaalcijfers, moet de automobilist vooral proberen de schade aan de kassa te beperken. Want hoe ver de crisis ook van Nederland lijkt, uiteindelijk komt een deel van die onzekerheid gewoon terecht in de literprijs.