In de dichte en afgeschermde bossen van de regio Midden-Bohemen bevindt zich een uiterst merkwaardig stukje Europese infrastructuur. Ver van de bewoonde wereld doemt de Borovsko-brug op uit het kille water van een gigantisch stuwmeer. Het is een kolossaal bouwwerk met sierlijke en massieve betonnen bogen, bedoeld om duizenden auto's en vrachtwagens de vallei te laten doorkruisen. In de volksmond wordt het bouwwerk ook wel Hitlers brug of het Tsjechische Avignon genoemd, maar over het dikke asfaltdek heeft tot op de dag van vandaag nog nooit één personenauto gereden.
De oorsprong van de zeldzame en vergeten brug gaat terug naar de late jaren dertig. De Tsjecho-Slowaakse overheid wilde een snelle, directe snelwegverbinding realiseren tussen Praag en Slowakije. In de zomer van 1939, kort na de Duitse bezetting van het gebied, werd daadwerkelijk begonnen met de complexe bouw van de 210 meter lange boogbrug. De Duitse bezetter zag het grote strategische belang van de route onmiddellijk in en besloot de bouw van de infrastructuur direct in hun eigen immense netwerk te integreren, wat de brug al snel zijn dubieuze en beruchte bijnaam opleverde.
Bouw stopgezet en weer hervat
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het project uiteraard hevig onder druk te staan. Waar veel grote civiele projecten direct werden stilgelegd om het benodigde staal en cement voor de harde oorlogsmachine te gebruiken, ging de bouw van de hoogste prioriteitsbruggen waaronder de Borovsko-brug nog lange tijd op een lager pitje door. Pas na de aanslag op de nazikopstuk Reinhard Heydrich in 1942 viel het project definitief stil. Slechts één van de twee massieve pijlers was op dat moment voltooid.
Na de oorlog pakten de Tsjecho-Slowaakse autoriteiten de draad echter weer verrassend snel op. Eind 1950 stonden de twee imposante brugdelen eindelijk overeind. Het project leek daarmee klaar voor de asfaltering van het aansluitende wegennet. Toen de nieuwe communistische regering de prioriteit echter plotseling verlegde van civiele automobiliteit naar de zware staalindustrie en de spoorwegen, kwam de aanleg van het aansluitende snelwegnetwerk pijnlijk hard knarsend tot stilstand. De spiksplinternieuwe en peperdure betonnen constructie werd vrijwel direct na de uiteindelijke oplevering formeel afgeschreven.
Verzwolgen door het drinkwater
De definitieve doodsteek voor de brug volgde ruim een decennium later. Toen de overheid in de jaren zestig besloot om het snelwegennet alsnog massaal te asfalteren, doemde er een onoverkomelijk lokaal probleem op. Men had tevens besloten om een reusachtig stuwmeer in de specifieke vallei aan te leggen om de stad Praag structureel van schoon drinkwater te voorzien. Dat stuwmeer zou de imposante brug vrijwel volledig doen verdrinken.
Onderzoekers bekeken nog tevergeefs of de brug waterdicht kon worden gemaakt, maar de extra kosten en de angst voor olielekkages in de vitale watervoorziening bleken financieel onoverkomelijk. De overheid besloot de route van de nieuwe snelweg simpelweg iets zuidelijker te verleggen en trok definitief de stekker uit het oude project. Vandaag de dag liggen de grote en gracieuze brugdelen diep verzonken in het beschermde drinkwatergebied. Omdat het betreden van deze oever uit ecologisch oogpunt ten strengste verboden is, rust Hitlers brug tegenwoordig als een indrukwekkend en eenzaam fantoom in een koud graf.