Lange tijd bestond de absolute veilingtop vooral uit elegante klassiekers uit de jaren vijftig en zestig. Natuurlijk bracht een Ferrari 250 GT SWB California Spider in Parijs nog steeds ruim veertien miljoen euro op, maar de opvallendste verschuiving zit in een jonger segment. De auto’s die vroeger als poster boven je bed hingen, blijken tegenwoordig serieuze miljoenenobjecten. Tijdens de vijftigste editie van Rétromobile werd die verschuiving opvallend zichtbaar.
Kopers met diepe zakken zoeken steeds vaker naar herkenbare nostalgie in de vorm van brute supercars. Modellen uit de jaren tachtig, negentig en nul spelen inmiddels nadrukkelijk mee in de miljoenenlijstjes. Naast de Ferrari 288 GTO en de Enzo werd er bij RM Sotheby’s ook een Ferrari F50 afgehamerd voor een duizelingwekkende 7,6 miljoen euro. Zelfs voor extreme circuitmonsters zoals een Ferrari FXX K Evo werd bijna zeven miljoen euro betaald.
Niet blind bieden, maar zoeken naar perfectie
Toch is het een misverstand dat vermogende kopers momenteel blind met hun geld strooien. De veilingmarkt is niet uitsluitend euforisch, maar juist extreem selectief geworden. Zodra een auto een onduidelijke geschiedenis heeft of de kilometerstand te hoog oploopt, blijven de biedingsbordjes vaker omlaag. Alleen de absolute topstukken met een loepzuivere provenance, extreme zeldzaamheid of harde racehistorie halen tegenwoordig nog de verwachte miljoenenbedragen.
Dat bleek ook uit de onverkochte kavels tijdens de Parijse veilingweek. Een auto moet een kloppend verhaal hebben om de portemonnee van de moderne verzamelaar te openen. Is dat verhaal perfect, dan kunnen de bedragen alsnog razendsnel oplopen. Het zijn geen gewone auto’s meer, maar objecten waarin nostalgie, status en vermogen samenkomen.
Een keiharde strijd tussen de veilinghuizen
De verschuiving in smaak ging in Parijs gepaard met een felle machtsstrijd tussen de grote veilinghuizen. Gooding Christie’s maakte zijn Europese debuut als officiële veilingpartner van Rétromobile en haalde direct meer dan 50 miljoen euro op. RM Sotheby’s zette daar een nog grotere verkoop tegenover, met een omzet van 81 miljoen euro en een aanbod vol felbegeerde moderne Ferrari’s. Het werd een prestigestrijd om de rijkste verzamelaars van Europa te binden.
Ook de andere huizen moesten alle zeilen bijzetten om op te vallen in dit veilinggeweld. Artcurial week succesvol uit naar The Peninsula Paris en verkocht daar een Mercedes-Benz 300 SL Gullwing voor ruim 4,4 miljoen euro. Bonhams koos voor een traditionelere aanpak bij Polo de Paris met zo’n negen miljoen euro aan verkopen. De beursvloer zelf is dus niet heilig, maar de omgeving moet nog steeds prestige uitstralen. Bij dit soort bedragen verkoop je geen auto’s vanuit een anonieme loods.
Miljoenenauto’s verkopen vanaf het scherm
Dat een fysieke veilingzaal met een hamerende veilingmeester zelfs niet altijd meer verplicht is, bewees Broad Arrow. Dit huis lanceerde een online veilingreeks en zette daarmee de tradities in de luxesector flink op scherp. Met online verkopen haalde het ruim 18,3 miljoen euro binnen, waarbij negentig procent van het aanbod een nieuwe eigenaar vond. Blijkbaar durven verzamelaars ook via een scherm enorme bedragen stuk te slaan op hun gedroomde bolide.
Het absolute hoogtepunt van die digitale verkoop was de Benetton B192-05 uit 1992, ooit bestuurd door Formule 1-legende Michael Schumacher. Deze raceauto wisselde voor ruim vijf miljoen euro van eigenaar zonder dat er een klassieke zaalverkoop met hamer aan te pas kwam.
Het bewijst niet dat de klassieke veilingzaal verdwijnt, maar wel dat de markt verandert. De droomauto’s van vroeger zijn miljoenenobjecten geworden, en de jacht op die nostalgie speelt zich inmiddels net zo makkelijk online af als onder de kroonluchters van een Parijse zaal.