Nieuws

Je tank kost ruim 100 euro, maar ergens wordt daar juist grof aan verdiend

Je staat bij de pomp, gooit vijftig liter Euro95 in je auto en de teller tikt genadeloos door richting 120 euro. Met een gemiddelde literprijs van ongeveer 2,39 euro is afrekenen momenteel een pijnlijke aangelegenheid. Tegelijkertijd rollen de kwartaalcijfers van grote olieconcerns binnen, en die vallen opvallend hoog uit. Waarom pakt Den Haag die miljardenwinsten niet aan om jouw tankbeurt betaalbaar te houden?

Benzineprijs 2026
Oliecrisis
brandstofkosten
Je tank kost ruim 100 euro, maar ergens wordt daar juist grof aan verdiend

De roep om hard in te grijpen klinkt luid, maar de realiteit is taaier dan een simpele politieke oneliner. De huidige geopolitieke storm legt pijnlijk bloot hoe scheef de verhoudingen op de internationale oliemarkt soms aanvoelen, en waarom het verlagen van de accijns met ‘afgepakt’ geld makkelijker klinkt dan het is.

Dezelfde crisis heeft twee gezichten

De oorlog met Iran en de sluiting van de Straat van Hormuz zorgen voor forse onrust op de wereldwijde oliemarkt. Voor jou als automobilist betekent die onrust direct een hogere prijs aan de pomp. Voor grote olieconcerns is het echter stevige wind mee. Shell noteerde in het eerste kwartaal van 2026 een aangepaste winst van 6,9 miljard dollar. Dat is ruim een verdubbeling ten opzichte van het kwartaal daarvoor.

Dat geld blijft niet op de plank liggen: aandeelhouders worden beloond met een aandeleninkoopprogramma van 3 miljard dollar en een dividendverhoging. Ook concurrenten als TotalEnergies, BP en Eni zagen hun kasstromen en winsten flink toenemen. Terwijl automobilisten de hogere prijs direct aan de pomp voelen, profiteren oliebedrijven van hogere marges op productie, handel en raffinage.

Accijns omlaag klinkt logisch, maar raakt iedereen

Als de oliebedrijven zoveel verdienen, waarom verlaagt de overheid de accijns dan niet gewoon met dat geld? Om te beginnen is de Nederlandse brandstofaccijns momenteel al tijdelijk verlaagd. Nog tot en met 31 december 2026 betaal je een gereduceerd tarief van ongeveer 84,5 cent per liter benzine, 55,2 cent voor een liter diesel en 19,9 cent voor LPG.

Een extra, algemene verlaging van de accijns klinkt voor veel automobilisten als muziek in de oren, maar is voor het kabinet een botte bijl. Een lagere accijns helpt namelijk niet alleen de verpleegkundige die in een oude hatchback naar het ziekenhuis rijdt, maar geeft ook belastingvoordeel aan de veelrijder die voor zijn plezier in een onzuinige SUV de grens over stampt.

De accijns stijgt niet mee, de btw wel

Daarnaast heerst er een hardnekkig misverstand over hoe de overheid geld aan jouw tankbeurt verdient. De accijns is namelijk een vast bedrag per liter. Of een vat ruwe olie nu 60 of 120 dollar kost, de accijnsopbrengst per liter benzine blijft voor de staatskas hetzelfde.

Waar de overheid wél automatisch meeprofiteert van een hogere pompprijs, is via de btw. Die 21 procent wordt namelijk berekend over de totale pompprijs, dus inclusief accijns en de gestegen kale brandstofprijs. Zodra de brandstofprijs door wereldwijde onrust omhoogschiet, stijgt de btw-opbrengst dus mee.

Oorlogswinst belasten klinkt simpel, maar is juridisch lastig

Het afromen van ‘overwinsten’ is overigens geen nieuw idee. Tijdens de energiecrisis in 2022 greep Nederland al in met een tijdelijke solidariteitsbijdrage. Bedrijven in de fossiele sector moesten toen 33 procent extra belasting betalen over de winst die meer dan 20 procent boven hun gemiddelde winst uit de jaren daarvoor lag.

Maar winst met terugwerkende kracht belasten, is een juridisch wespennest. Het regende direct rechtszaken. Want wat is precies ‘normale’ winst in een volatiele markt? Waar is die winst exact gemaakt in een wereldwijd opererend bedrijf? En mag je halverwege de wedstrijd de spelregels voor één specifieke sector veranderen? Zomaar miljarden uit de kas van oliebedrijven trekken om de tankbon te subsidiëren, is juridisch en fiscaal dus een buitengewoon lastig pad.

Den Haag kiest nu voor een omweg

Omdat een algemene extra accijnsverlaging duur is en de overwinstbelasting juridisch wankelt, kiest het kabinet dit keer voor een andere afslag. In plaats van de literprijs op het bord langs de snelweg omlaag te trekken, wordt er bijna een miljard euro uitgetrokken voor gerichte maatregelen.

Denk daarbij aan een hogere onbelaste reiskostenvergoeding voor werknemers, gerichte steun voor bedrijven, strategische olievoorraden achter de hand houden en het opschalen naar fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie. Dat is financieel misschien een slimmere en veiligere route voor de staatskas, maar voor je gevoel aan de pomp koop je er natuurlijk weinig voor.

Wie betaalt de volgende oliecrisis?

De pijnlijke conclusie blijft dat Nederland sterk afhankelijk is van de grillen van de internationale oliemarkt. Zolang we massaal olie nodig hebben, wordt elk groot geopolitiek conflict snel zichtbaar op de pompzuil. De discussie over accijns en overwinsten zal daarom bij elke crisis opnieuw oplaaien.

Het is immers een hard getouwtrek over wie de klap opvangt: de automobilist, de overheid of de miljarden verdienende olie-industrie. Zolang daar geen duidelijk antwoord op komt, blijft de pompbon de plek waar internationale spanningen ineens heel persoonlijk worden.