Achtergrond

Deze vergeten automaatstand gebruikt bijna niemand, tot de remmen beginnen te ruiken

Je rijdt met een volgepakte auto over een bergpas en tikt constant de rem aan. Na een paar kilometer begin je een branderige lucht te ruiken. Veel bestuurders vergeten dat hun automaat vaak een simpele stand of functie heeft om de remmen op zo’n afdaling flink te ontlasten.

Deze vergeten automaatstand gebruikt bijna niemand, tot de remmen beginnen te ruiken

Nederlanders rijden elf maanden per jaar op biljartvlakke wegen en zetten hun automaat blindelings in de D-stand. P, R en N spreken voor zich, maar die eenzame letter L onderaan de pook wordt vaak een autoleven lang genegeerd. Zodra je met een zware caravan of volgeladen kofferbak de bergen in duikt, is alleen voortdurend remmen geen verstandig plan.

Juist op lange afdalingen kan het negeren van een lage versnelling of motorremwerking de remmen onnodig zwaar belasten. Wanneer je duizenden kilo’s aan rollend gewicht alleen met de remblokken probeert te temmen, bouwt de hitte zich in rap tempo op. Autofabrikanten integreren daarom functies in de versnellingsbak om de remmerij te ontlasten door de motor het zware werk te laten doen.

Die L betekent niet luxe, maar Low

De letter L op de versnellingspook staat in de meeste gevallen simpelweg voor ‘Low gear’. Waar de normale Drive-stand altijd op zoek gaat naar de hoogste versnelling voor een gunstig verbruik, doet de L precies het tegenovergestelde. De automaat blijft dan in lagere versnellingen of beperkt het opschakelen.

Dat voelt op een vlakke weg misschien onnatuurlijk, maar geeft op steile hellingen meer trekkracht en controle. Bij het afdalen biedt deze stand nog een belangrijker voordeel: motorremwerking. De weerstand van de motor helpt de aangedreven wielen afremmen, waardoor de auto minder snel snelheid opbouwt en jij minder vaak op het rempedaal hoeft te staan.

Waarom lange afdalingen je remmen oververhitten

Het remsysteem van een auto zet bewegingsenergie om in warmte. Bij normaal gebruik op vlakke wegen is dat geen probleem. Op een kilometerslange steile afdaling krijgt het materiaal van de remmen echter nauwelijks tijd om af te koelen. De temperatuur van de remschijven en blokken kan dan zo hoog oplopen dat er fading ontstaat: de remkracht neemt merkbaar af.

In extreme gevallen kan zelfs de remvloeistof gaan koken, waardoor het pedaal sponzig aanvoelt of veel dieper moet worden ingetrapt. Precies daarom adviseren fabrikanten om vóór een stevige afdaling snelheid te minderen en een lagere versnelling te kiezen. Door de motor te laten meehelpen, blijft het remsysteem koeler en houd je meer remkracht over voor momenten waarop je die echt nodig hebt.

Moderne auto’s verstoppen dezelfde functie

Kijk je naar de middentunnel van je nieuwe auto en zie je nergens een traditionele L staan? Dat is goed mogelijk. Moderne voertuigen verstoppen dezelfde gedachte vaak achter een andere knop of letter. Je gebruikt dan bijvoorbeeld de handmatige M-stand, de S-stand of de flippers achter het stuur om een lagere versnelling vast te houden.

Ook veel SUV’s hebben terreinstanden of Hill Descent Control, waarbij de auto zelf helpt om de snelheid op een steile afdaling laag en constant te houden. Hybrides en elektrische auto’s hebben vaak een B-stand of instelbare regeneratie, waarmee de elektromotor sterker afremt en energie terugwint. Let wel op: als de accu helemaal vol is, kan regeneratief remmen tijdelijk minder sterk of zelfs niet beschikbaar zijn.

Wanneer gebruik je hem wel?

De traditionele L-stand of een moderne lage versnelling is een gespecialiseerd hulpmiddel voor momenten waarop de auto zwaar wordt belast. Denk aan lange afdalingen, steile bergwegen, langzaam manoeuvreren met een caravan of het optrekken vanaf een modderige boothelling. De extra controle onderin zorgt ervoor dat de auto voorspelbaarder reageert.

Ook voorkomt het vasthouden van een lage versnelling dat de automaat op een lastig moment blijft pendelen tussen versnellingen. Bij sneeuw, modder of gladde afdalingen kan een vaste lage versnelling soms helpen om de snelheid beter voorspelbaar te houden. Volg daarbij wel altijd de handleiding of de sneeuw- en terreinmodus van je auto, want niet elke transmissie reageert hetzelfde.

Wanneer moet je hem juist niet gebruiken?

Hoe nuttig motorremwerking ook is in de Alpen, op het Nederlandse asfalt heeft deze functie meestal weinig te zoeken. Gebruik de L-stand of een lage versnelling daarom niet als permanente instelling voor dagelijkse ritten over vlakke wegen. De motor draait dan continu onnodig veel toeren, wat zorgt voor extra brandstofverbruik en onnodige belasting van motor en transmissie.

Zodra de weg weer vlak loopt en de bergpassen achter je liggen, zet je de pook terug in D. In de vertrouwde Drive-stand schakelt de transmissie weer op naar hogere en zuinigere versnellingen. Je hebt je remmen dan ontzien en houdt meer reserve over voor het moment waarop je ze echt nodig hebt.