Wie dacht dat de Chinese automarkt alleen maar bleef groeien, krijgt in april een ander beeld. De motor van de thuismarkt hapert behoorlijk. Chinese autofabrikanten zoeken daardoor nadrukkelijker groei buiten de eigen markt. Terwijl de binnenlandse verkoop krimpt, lopen de exportvolumes juist hard op.
De grootste automarkt ter wereld hapert
In april 2026 werden in China ongeveer 1,4 miljoen personenauto’s verkocht, een daling van 21,6 procent ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Volgens gegevens van Reuters en brancheorganisatie CPCA is dit geen incidentele rimpeling. Het is inmiddels de zevende opeenvolgende maand waarin de grootste automarkt ter wereld krimpt.
Dat is belangrijker dan het op het eerste gezicht lijkt. Auto’s zijn, na vastgoed, een van de grootste aankopen voor Chinese huishoudens. Als consumenten die beslissing uitstellen, zegt dat dus niet alleen iets over dealers en autofabrieken, maar ook over het vertrouwen van de consument.
Benzineauto’s krijgen de hardste klap
Vooral de traditionele benzineauto verliest in hoog tempo terrein. Volgens CPCA speelde de hoge olieprijs vooral benzineauto’s parten, omdat rijden op brandstof duurder en minder aantrekkelijk wordt. De overstap naar een elektrische auto of plug-in hybride voelt dan logischer, zeker in een markt waar het aanbod enorm is.
Toch verklaren dure brandstoffen niet alles. De malaise is ook een weerspiegeling van een verzwakte economie, terughoudende consumenten, minder aantrekkelijke steunmaatregelen en kopers die afwachten in een overvolle, sterk concurrerende markt.
EV’s winnen aandeel, maar niet doordat alles groeit
Kijken we naar de New Energy Vehicles (NEV’s) – volledig elektrische auto’s en plug-in hybrides – dan lijkt de trend op het eerste gezicht positief. Deze wagens pakten in april een recordaandeel van de Chinese automarkt. Toch is die mijlpaal deels gezichtsbedrog. Het aandeel stijgt vooral doordat benzineauto’s nog harder dalen.
CnEVPost kwam op basis van voorlopige CPCA-data uit op 883.000 NEV-retailverkopen, 5 procent minder dan een jaar eerder, maar wel goed voor een recordaandeel van 62,8 procent. Reuters noemt voor EV’s en plug-in hybrides een daling van 6,8 procent. Elektrificatie wint dus terrein in de mix, maar niet in absolute verkoopaantallen op de thuismarkt.
De exportmachine draait juist harder
Als de thuismarkt verzwakt, wordt export voor Chinese merken nog belangrijker. En juist daar schieten de cijfers omhoog. De totale Chinese auto-export steeg in april met 80,2 procent. De echte groeispurt zit bij het stekkeraanbod: de export van EV’s en plug-in hybrides nam volgens Reuters met 111,8 procent toe.
Volgens The Wall Street Journal gebeurde er bovendien iets unieks: voor het eerst exporteerde China meer deels of volledig elektrische auto’s dan traditionele auto’s met verbrandingsmotor. Daarmee verandert niet alleen de omvang van de Chinese export, maar ook de samenstelling ervan.
Waarom Europa dit gaat voelen
Voor de Europese markt is die Chinese exportdrift van wezenlijk belang. Zwakke binnenlandse vraag dwingt merken als BYD, MG en Chery om hun groei nog fanatieker buiten China te zoeken. Een deel van die extra exportdruk kan ook richting Europese havens en showrooms bewegen.
Dat betekent voor ons: meer keuze uit scherp geprijsde Chinese modellen en extra druk op Europese autofabrikanten die worstelen met hun eigen marges op EV’s. Voor kopers kan dat op korte termijn aantrekkelijk lijken, omdat concurrentie de prijzen scherper maakt. Voor merken als Volkswagen, Renault en Stellantis is het vooral een nieuw hoofdstuk in een prijsoorlog die al pijn deed.
Niet elke Chinese auto komt zomaar door Europa
Toch betekent dit niet dat de Europese wegen morgen volledig worden overspoeld. Europa is geen markt waar Chinese fabrikanten zonder hindernissen kunnen binnenlopen. Ze lopen hier aan tegen importheffingen, typegoedkeuringen, het opbouwen van een degelijk dealer- en servicenetwerk en consumenten die nog merkvertrouwen moeten ontwikkelen.
Maar de boodschap voor de Europese markt is duidelijk. De krimpende Chinese automarkt kan de prijsstrijd op ons continent verder aanwakkeren. Als Chinese merken thuis minder ruimte vinden, wordt Europa vanzelf belangrijker als afzetmarkt. En dat gaan zowel Europese autobouwers als Europese autokopers merken.