Je rijdt over een zonnige snelweg en ziet dat je voorruit helemaal vol zit met dode vliegen en insecten. De meeste automobilisten denken dan: ik trek de hendel even naar me toe en de ruitenwissers spoelen het vuil met een flinke laag ruitensproeiervloeistof probleemloos weg. Maar dat kan precies de fout zijn die een levensgevaarlijke situatie creëert en een motorrijder achter je direct in de problemen brengt. Hoewel de vloeistof aan de binnenkant van de auto louter als een schoonmaakmiddel voelt, transformeert het goedje zich voor een onbeschermde achterligger in een uiterst smerig en verblindend wapen.
Het probleem ontstaat louter door de aerodynamica van moderne voertuigen op hoge snelheden. Zodra je op de snelweg de sproeiers activeert, belandt de vloeistof met flinke kracht op de voorruit. De ruitenwissers vegen het overtollige water vervolgens naar de zijkanten en de bovenkant van het raam. Bij een gangetje van honderd kilometer per uur of sneller wordt die overtollige en vuile mix van water, dode insecten en chemische zeep direct opgezogen door de razendsnelle luchtstroom die over het dak van je auto glijdt. Achter de kofferbak ontstaat hierdoor een enorme, onzichtbare nevel van viezigheid.
Directe blindheid voor de motorrijder
Voor de automobilist in een dikke SUV direct achter je levert deze spray hooguit een natte voorruit op, die hij of zij bovendien met een simpele tik op de eigen ruitenwissers weer moeiteloos schoonveegt. Voor een motorrijder is de impact echter desastreus. Hij of zij rijdt onbeschermd en vol in de frontale wind. Zodra de nevelwolk van de voorganger de motor bereikt, slaat de vettige waas met geweld direct neer op het vizier van de helm.
Omdat een helm uiteraard niet is voorzien van handige automatische ruitenwissers met sproei-installatie, neemt het zicht op de snelweg in een fractie van een seconde met tientallen procenten af. De motorrijder is verplicht om met een handschoen over het vizier te vegen in een hopeloze poging het zicht terug te krijgen. In vrijwel alle gevallen smeert hij de dode vliegen, de zeep en het vuil van de voorganger daardoor alleen maar verder uit over het toch al troebele vizier. Tegen een laagstaande zon in leidt dit tot acute en levensgevaarlijke blindheid, waardoor de tweewieler vaak noodgedwongen hard in de ankers moet.
De oplossing ligt in de binnenspiegel
Onder de gemeenschap van motorrijders is de onoplettende sproeier inmiddels een van de allergrootste ergernissen tijdens het snelwegverkeer. Toch valt dit probleem door de automobilist buitengewoon eenvoudig te voorkomen. De gouden regel vereist louter een beetje sociaal bewustzijn en een goede spiegelafstelling.
Kijk voordat je de hendel van de ruitenwisser aantrekt altijd nadrukkelijk een tel in de binnenspiegel. Zie je de verlichting of het profiel van een motorrijder direct achter je op de linker of rechterbaan? Wacht dan met sproeien totdat de motor je veilig gepasseerd is of laat zelf even het gas los om een stevige afstand te creëren. Deze marginale en kleine handeling van fatsoen kost de automobilist nog geen minuut van zijn tijd, maar voorkomt wel een hoop dodelijke ergernis en een potentieel zwaar ongeval in je eigen achteruitkijkspiegel.