Je rijdt met een volgepakte auto over de grens en volgt soepel de enorme blauwe borden die de grote doorgaande routes aangeven. De meeste automobilisten denken: zolang ik de blauwe borden volg, blijf ik veilig en snel op de comfortabele en gratis snelweg. Maar dat kan in dit populaire Zuid-Europese land precies de fout zijn die je uren aan extra reistijd oplevert of je ongewild opzweept tot het overtreden van de lokale verkeerswetten. In Italië hanteert de overheid namelijk een kleurenlogica voor de infrastructuur die volledig contra-intuïtief is voor de gemiddelde westerse toerist.
In landen als Nederland, België, Duitsland en Spanje zijn we al decennialang gehersenspoeld met een vaste en vertrouwde kleurencombinatie. Blauwe borden markeren de hoofdsnelwegen en autosnelwegen, terwijl groene borden steevast duiden op de langzamere, provinciale en regionale wegen. In Italië is dat kleurgebruik tot grote frustratie van veel huurautorijders exact en compromisloos omgedraaid.
Groen is de snelweg, blauw is lokaal
Wanneer je in de buurt van Rome of Milaan naar je bestemming navigeert, leiden de uitgestrekte groene borden (Autostrade) je exclusief naar het grote en supersnelle netwerk van de betaalde tolwegen. Zie je daarentegen blauwe borden (Strade Statali) langs de weg staan, dan rijd je op het onderliggende en aanzienlijk tragere wegennet, zoals provinciale wegen en lokale doorgangsroutes.
Deze onverwachte wissel in de kleurenschema's zorgt in de zomermaanden steevast voor immense verwarring. Toeristen die gewend zijn aan de blauwe borden als symbool voor de snelweg, nemen in Italië onbewust talloze afslagen die hen ver weg van de vlotte tolwegen en diep het drukke lokale wegennet in sturen. Tegen de tijd dat ze de fout realiseren, kronkelen ze vaak al urenlang over smalle, tweebaans bergwegen met een maximale snelheid van zeventig kilometer per uur, achter een zwaarbeladen landbouwvoertuig of een stokoude Fiat Panda.
Let extra goed op de maximumsnelheid
De kleurenverwarring leidt bovendien regelmatig tot gevaarlijke misverstanden over de geldende snelheidslimieten. Rijd je op de groene Autostrade, dan mag je doorgaans honderddertig kilometer per uur aantikken. Volg je echter de blauwe borden, denkende dat je op de reguliere snelweg rijdt, dan is de maximumsnelheid in de regel beperkt tot negentig kilometer per uur. Binnen de talloze dorpskernen op diezelfde blauwe routes daalt de snelheid vaak abrupt naar vijftig kilometer per uur, een overgang die door gehaaste en verwarde vakantiegangers regelmatig over het hoofd wordt gezien en genadeloos wordt afgestraft door de lokale Carabinieri.
Naast groen en blauw kent de Italiaanse infrastructuur overigens nog een derde kleur die je als toerist regelmatig zult tegenkomen. Witte borden wijzen uitsluitend op lokale, kleinschalige bestemmingen en het hart van het stadscentrum. Voor de Nederlandse vakantieganger is de vuistregel dus simpel, maar cruciaal: vergeet de Europese standaard zodra je de Alpen oversteekt. Wie in de Laars van Europa snel van noord naar zuid wil reizen, moet zijn navigatiegevoel resoluut resetten en uitsluitend koersen op de groene vlakken.