Een subsidie beloven maar de uitvoering vertragen, is normaal gesproken een riskante zet voor elke automarkt. Je zou verwachten dat sommige kopers wachten op duidelijkheid, maar de Duitse cijfers laten iets anders zien. Terwijl de ministeries de administratie nog proberen op te tuigen, rollen de stekkerauto’s in hoog tempo de showrooms uit.
Ruim één op de vier nieuwe Duitse auto’s is volledig elektrisch
De verkoopcijfers van de KBA, de Duitse RDW, spreken wat dat betreft boekdelen. In april 2026 werden er in Duitsland 249.163 nieuwe personenauto’s op kenteken gezet. Liefst 64.350 daarvan waren volledig elektrisch. Daarmee pakte de batterij-elektrische auto een opvallend hoog marktaandeel van 25,8 procent.
Vergeleken met april vorig jaar is dat een plus van 41,3 procent. Daarmee was de volledig elektrische auto in april groter dan benzine en diesel afzonderlijk. Ter illustratie: de ooit zo machtige dieselmotor bungelt inmiddels op een aandeel van 13 procent.
De subsidie is een belofte met vertraging
Die verkoopspurt is extra opvallend omdat de nieuwe Duitse EV-subsidie nog altijd niet soepel functioneert. De regering kondigde eerder een premie tot 6.000 euro aan, die met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 zou gelden. Maar wie het geld daadwerkelijk wil claimen, stuitte maandenlang op onduidelijkheid rond het aanvraagportaal.
Daarmee kopen sommige vroege EV-rijders hun auto feitelijk op vertrouwen. Ze rekenen erop dat de overheid haar belofte later alsnog netjes uitvoert. Voor een markt die afhankelijk is van vertrouwen, levert dat een vreemde situatie op: de subsidie moet zekerheid bieden, maar veroorzaakt eerst juist onzekerheid.
Waarom dat kopers juist kan laten wachten
Slecht uitgevoerde overheidssubsidies kunnen averechts werken. Als mensen niet zeker weten of, hoe en wanneer ze dat beloofde geld krijgen, stellen ze hun aankoop sneller uit. Dat is een nachtmerrie voor autodealers die met voorraden blijven zitten en voor fabrikanten die hun verkoopplanning op orde proberen te houden.
Dat de Duitse EV-markt desondanks zo hard plust, zegt dus iets over de volwassenheid van het product. Betere auto’s, scherpere prijzen en hoge brandstofkosten lijken inmiddels minstens zo belangrijk als een beloofde subsidie. Ook het Center of Automotive Management ziet dat Duitse fabrikanten hun achterstand op China qua elektrische innovatiekracht grotendeels hebben ingelopen.
Misschien heeft de EV geen bonus meer nodig, maar zekerheid
Natuurlijk maakt één sterke verkoopmaand EV-subsidie niet meteen volledig overbodig. Voor particuliere kopers met een kleiner budget of voor de broodnodige doorstroming naar de occasionmarkt kan een financiële prikkel nog steeds het verschil maken. Maar de Duitse aprilcijfers laten wel zien dat de algemene adoptie niet meer exclusief aan het subsidie-infuus hangt.
De consument koopt die EV steeds vaker toch wel, zolang het product klopt, de gebruikskosten aantrekkelijk zijn en de zakelijke leasemarkt doordraait. Wat kopers nu vooral zoeken, is zekerheid: duidelijke prijzen, betrouwbare laadkosten, voorspelbaar beleid en geen overheid die halverwege het aankoopproces de spelregels onduidelijk houdt.
Nederland moet hier goed naar kijken
Voor Nederlandse beleidsmakers is dit voorbeeld van onze oosterburen interessant. Ook in Nederland is het subsidielandschap flink veranderd. De algemene SEPP-aanschafsubsidie voor particulieren is definitief gesloten; er kan geen brede nieuwkoopbonus meer worden aangevraagd.
De Rijksoverheid werkt nog aan een mogelijke, gerichtere inruilregeling voor automobilisten die hun oude benzine- of dieselauto willen inruilen voor een EV. Over de exacte invulling moet de politiek nog beslissen, maar de richting is duidelijk: minder brede steun voor elke nieuwe elektrische auto, meer gerichte hulp voor mensen die anders moeilijker kunnen overstappen.
De echte subsidie zit straks misschien niet op de auto
De Duitse situatie suggereert dat het blind strooien met aanschafpremies voor nieuwe EV’s zijn langste tijd kan hebben gehad. Als de markt volwassen wordt, verschuift de behoefte. De overheid hoeft de auto zelf misschien minder te subsidiëren, maar moet wel de randvoorwaarden stevig maken.
Betaalbaar, transparant en laagdrempelig laden, lagere vaste lasten en betrouwbare garanties op accupakketten in de occasionmarkt kunnen de transitie de komende jaren harder vooruithelpen dan een eenmalige korting in de showroom. De elektrische auto lijkt niet meer vooral te wachten op een zak geld, maar op een overheid die duidelijk en voorspelbaar meebeweegt.