Achtergrond

Je denkt dat je autolichten aan staan, maar achter ben je soms onzichtbaar

Je rijdt door mist of zware regen en ziet vóór je auto licht branden. Ook op je dashboard gloeit een groen lampje. Alles lijkt in orde, denk je. Maar achter je kan het donker blijven. Voor achteropkomend verkeer ben je dan veel minder zichtbaar dan je zelf doorhebt.

verkeersveiligheid
Verkeersregels
Je denkt dat je autolichten aan staan, maar achter ben je soms onzichtbaar

Sinds een flink aantal jaar is dagrijverlichting verplicht op nieuwe auto’s. Die ledlampen aan de voorkant zijn bedoeld om je overdag beter zichtbaar te maken. Maar dagrijverlichting is nadrukkelijk iets anders dan regulier dimlicht. Dat is een cruciaal onderscheid.

Bij ingeschakeld dimlicht branden naast de koplampen ook de achterlichten en de kentekenplaatverlichting. Juist daar gaat het in mist of zware regen vaak mis. Een auto kan aan de voorkant duidelijk licht voeren, terwijl de achterkant nog donker blijft.

Waarom je achterkant soms donker blijft

Veel automobilisten zien aan de voorkant licht branden en gaan ervan uit dat de rest van de auto dan ook verlicht is. Bij sommige modellen branden de achterlichten inderdaad mee met de dagrijverlichting, maar bij veel auto’s is dat niet zo.

Je bent aan de voorkant dus zichtbaar, maar voor achteropkomend verkeer val je veel minder op in mist of regen. Vooral op de snelweg is dat riskant, omdat achterliggers je pas laat kunnen herkennen tussen opspattend water, spray en grijze lucht.

Automatische verlichting ziet mist niet altijd

De grootste valkuil is het rotsvaste vertrouwen in de stand ‘Auto’ op de lichtschakelaar. De ANWB waarschuwt dat mist niet altijd door lichtsensoren wordt herkend. Die sensoren reageren vooral op donkerte, terwijl mist overdag nog steeds genoeg daglicht kan doorlaten.

Bij een mistige situatie overdag, of tijdens een regenbui met veel opspattend water, kan de sensor dus denken dat dimlicht nog niet nodig is. Het systeem schakelt dan niet altijd automatisch het dimlicht in, waardoor jouw achterkant onverlicht kan blijven.

Wanneer moet je zelf ingrijpen?

Zodra het zicht overdag verslechtert, is het tijd om het heft in eigen handen te nemen. Denk aan mist, hevige regen, hagel, sneeuw of invallende schemering. Vertrouw dan niet alleen op de computer van je auto, maar draai de verlichtingsknop handmatig naar dimlicht.

Zo weet je veel zekerder dat je niet alleen aan de voorkant, maar ook aan de achterkant zichtbaar bent voor de rest van het verkeer. Mistlampen zijn weer een ander verhaal: die gebruik je alleen bij de zichtwaarden waarvoor ze bedoeld zijn.

Vertrouw niet blind op het lampje

De vuistregel is eenvoudig. Vertrouw bij slecht weer niet blind op het lampje op je dashboard, maar wees je bewust van het verschil tussen dagrijverlichting en dimlicht. Zie jij alleen fel dagrijlicht aan de voorkant, of verslechtert het zicht plotseling? Ga er dan vanuit dat je achterkant donker kan zijn.

Bij slecht zicht vertrouw je niet blind op ‘Auto’. Zet handmatig je dimlicht aan.