Algemeen

De ene camper kost miljoenen, de andere is juist beroemd om wat hij níét heeft

Wie aan kamperen denkt, ziet misschien nog een witte koelkast op wielen en een lauw biertje voor de voortent. Maar de camperwereld is volledig uit elkaar getrokken. Aan de ene kant staan Amerikaanse motorhomes waar de miljoenen van afdruipen, aan de andere kant stokoude busjes die juist leven van eenvoud.

Redactie Autobahn
2 minuten
Campers
De ene camper kost miljoenen, de andere is juist beroemd om wat hij níét heeft

Om te begrijpen hoe ver het luxe-extremisme kan gaan, moet je naar de Verenigde Staten kijken. Daar floreren bedrijven als Millennium Luxury Coaches, die immense touringcars van fabrikant Prevost ombouwen tot krankzinnige motorhomes. Dit zijn geen campers meer, maar rijdende appartementen op snelwegformaat. Je vindt er uitschuifbare woonkamers, marmeren aanrechtbladen, complete badkamers en slaapkamers die meer op hotelsuites lijken.

Hoe normaal dit in bepaalde Amerikaanse kringen is, bleek toen Millennium zelf schreef over een gigantische Prevost-conversie die binnen de familie werd doorgeschoven als prestigieus graduation present voor de jonge zoon des huizes. Hoewel de exacte nieuwprijzen vaak in nevelen zijn gehuld, gaan dit soort ultra-luxe maatwerkbussen geregeld voor bedragen richting of boven de miljoen dollar over de toonbank. Voor dit publiek draait het niet om het romantische kampvuur, maar om prestige, controle en het meenemen van je volledige wooncomfort naar de racebaan of het volgende landgoed.

De andere kant: traag, oud en juist charmant

Zet daar de compleet andere kant van het spectrum tegenover. Terwijl de miljonairs in Florida hun Prevost laten inrichten met nóg meer leer, floreert in Europa de nostalgische vanlife-cultuur. Neem bijvoorbeeld de iconische Peugeot D4, een karakteristieke bestelbus die door de Fransen tussen 1950 en 1965 werd gebouwd.

Wanneer je zo’n trage klassieker uit de jaren zestig zorgvuldig opknapt en ombouwt tot camper, koop je een heel ander soort status. Hier is eenvoud de ultieme luxe. Geen stroomaggregaten of ingebouwde jacuzzi’s, maar een gaspitje, een bed en het ritmische geratel van een verouderde motor. Waar de Prevost het landschap domineert, gaat zo’n Frans busje er juist in op. Het dwingt je tot traag reizen, en elk deukje of kraakje draagt bij aan het authentieke, nostalgische karakter van de reis.

Kamperen wordt steeds meer lifestyle

Tussen die twee voertuiguitersten in zien we nog een derde ontwikkeling: kamperen wordt steeds vaker een lifestyle-ervaring. Er verschijnen complete inbouwmodules op de markt waarin niet alleen een buitenkeuken en uitschuifbare barbecue zitten, maar soms ook een biertap of geluidsinstallatie. Het toont aan dat de moderne kampeerder de camping niet altijd meer ziet als een primitieve overlevingsplek in de natuur, maar steeds vaker als het decor voor een eigen buitenfeestje.

Wat deze extremen gemeen hebben

Toch hebben al deze uitersten, van de miljoenenbus tot het roestige bestelbusje en de rollende buitenbar, in essentie hetzelfde gemeen. Geen van de kopers heeft de voertuigen puur aangeschaft om van A naar B te komen. Wat ze allemaal kopen is onafhankelijkheid en controle over de eigen reis.

De ene zoekt die vrijheid door zich volledig af te schermen van de buitenwereld met extreme Amerikaanse luxe. De ander zoekt precies datzelfde gevoel door met vijftig kilometer per uur, raampjes open, de Franse grens over te pruttelen. De campermarkt is dus niet simpelweg groter geworden, maar compleet geëxplodeerd in talloze subculturen. En zolang het woordje ‘vrijheid’ de brochure dekt, blijft er markt voor elke extreme afslag.