Voor veel werkenden, en zeker voor de Nederlandse veelrijder, is de auto van de zaak heilig. Het is de ultieme secundaire arbeidsvoorwaarde. Ondanks de stevige opmars van de elektrische auto, kiest een aanzienlijk deel van de zakelijke rijders nog altijd voor het vertrouwde gemak van een benzine- of dieselauto. Aan dat tijdperk van financiële vrijheid komt echter in hoog tempo een einde. De zakelijke verbrandingsmotor wordt de komende jaren namelijk van twee kanten fiscaal en bestuurlijk in de tang genomen.
Het probleem voor de liefhebber van de brandstof-leaseauto begint overigens niet eens in Brussel, maar gewoon hier in Den Haag. Vanaf 1 januari 2027 rolt het Nederlandse kabinet een zogenaamde pseudo-eindheffing uit. Werkgevers die hun personeel een zakelijke auto met uitstoot (inclusief hybrides) aanbieden voor privégebruik of woon-werkverkeer, worden dan geconfronteerd met een extra heffing van 12 procent per jaar over de catalogusprijs. De kans is levensgroot dat werkgevers de fossiele auto daarom massaal en versneld uit de keuzelijsten gaan schrappen.
De klap vanuit Europa
Terwijl Den Haag de portemonnee van de werkgever treft, bereidt de Europese Unie tegelijkertijd een nog bredere aanval voor op het fenomeen clean corporate vehicles. In het Europees Parlement wordt momenteel een wetsvoorstel besproken dat de fossiele leaseauto bij grote ondernemingen definitief in een hoek moet drijven.
Als het aan de Europese Commissie ligt, moeten lidstaten uiterlijk in 2028 stoppen met het verlenen van financiële steun en het bieden van fiscale prikkels voor de aankoop, lease of het gebruik van zakelijke auto's en bestelwagens die op fossiele brandstoffen rijden. Het grote doel is om het Europese bedrijfsleven te dwingen louter nog emissievrije of extreem schone modellen in hun wagenparken op te nemen.
Stevige doelen en Oosters protectionisme
Brussel wil het echter niet alleen bij het afbouwen van financiële voordelen laten. Het wetsvoorstel legt ook specifieke doelen op aan de afzonderlijke lidstaten. Voor Nederland betekenen die doelen dat we fors aan de bak moeten. In het rapporteursvoorstel staat dat in 2030 minimaal zeventig procent van de nieuwe zakelijke personenauto's volledig emissievrij moet zijn. Richting 2035 moet Nederland dit, net als de rest van de lidstaten, zelfs optrekken naar een doelstelling van 99 procent volledig emissievrij.
Daarnaast zit er een opvallend stukje protectionisme in de regels. Om te voorkomen dat bedrijven massaal overstappen op goedkope elektrische auto's uit China, mogen eventuele financiële stimulansen voor zakelijke EV's in de toekomst uitsluitend worden ingezet voor voertuigen met het label "made in the European Union".
Hevig verzet vanuit de industrie
Hoewel de regels vooralsnog vooral grote ondernemingen raken en het MKB in de huidige plannen wordt ontzien, stuit het plan op fel verzet vanuit de auto-industrie. Partijen zoals BMW, Toyota en grote internationale leasemaatschappijen hebben de Commissie dringend opgeroepen om deze dwingende vlootdoelstellingen niet in te voeren. Zij beschouwen de maatregelen als onrealistisch, peperduur en uiteindelijk contraproductief.
Toch lijkt de boodschap voor de Nederlandse zakelijke rijder helder: de auto met verbrandingsmotor wordt niet van de ene op de andere dag verboden, maar de fiscale druk en regelgeving vanuit zowel Den Haag als Brussel zorgen er langzaam maar zeker voor dat de keuze voor benzine of diesel vrijwel onmogelijk of onbetaalbaar wordt gemaakt.