Achtergrond

Deze Bugatti uit 1937 kan zes miljoen dollar opleveren, maar het mooiste zit niet onder de motorkap

Moderne hypercars schreeuwen om aandacht met duizenden pk’s, actieve spoilers en rondetijden op de Nürburgring. Tijdens de komende Monterey-veiling van RM Sotheby’s gaat echter een legendarische collectie onder de hamer die laat zien dat snelheid ooit ook een vorm van kunst was. Het topstuk is een vooroorlogse Bugatti die de huidige pk-gekte in een heel ander daglicht zet.

Nick ter Arkel
7 minuten
RM Sotheby’s
Bugatti
Deze Bugatti uit 1937 kan zes miljoen dollar opleveren, maar het mooiste zit niet onder de motorkap

De autowereld is tegenwoordig geobsedeerd door cijfers, koolstofvezel en software-updates. Wie de miljoenenauto’s uit The Jim Patterson Collection bekijkt, ziet dat vermogen vroeger slechts een deel van het verhaal was. Tussen 13 en 15 augustus 2026 gaan in het Californische Monterey vijf bijzondere klassiekers onder de hamer. Deze machines stammen uit een tijdperk waarin auto’s nog met de hand werden gevormd door visionaire vakmensen.

Voor de gemiddelde automobilist lijken dit soort bedragen misschien een ver-van-mijn-bed-show. Toch vertelt deze veiling veel over de houdbaarheid van autodesign. Terwijl moderne supercars vaak snel worden ingehaald door nieuwe techniek, lijken deze iconen bijna een eeuw later juist aan status te winnen. De echte autoliefhebber kijkt hier niet naar een stel oude voertuigen, maar naar vroege voorlopers van de supercar. En de hoofdrolspeler draagt de naam Bugatti.

De Bugatti die al vóór de oorlog een supercar was

De onbetwiste ster van de veiling is een Bugatti Type 57SC Atalante uit 1937, met chassisnummer 57551. Van de Type 57S bouwde Bugatti destijds slechts 42 exemplaren, waarvan er 17 werden voorzien van de beeldschone Atalante-carrosserie. Dit specifieke exemplaar werd later opgewaardeerd naar de begeerlijke SC-specificatie, met een mechanische compressor die de achtcilinder extra adem gaf.

Met zijn laag geplaatste koplampen, lage koets en gespannen spatborden behoorde hij tot het meest begeerlijke en technisch indrukwekkende materiaal dat je eind jaren dertig kon kopen. De veilingmeesters schatten de waarde dan ook op 4,5 tot 6 miljoen dollar. Dat bedrag klinkt absurd, maar bij deze auto koop je niet alleen metaal. Je koopt zeldzaamheid, geschiedenis, restauratiekwaliteit en een bijna mythische positie binnen de vooroorlogse autowereld.

1937 Bugatti Type 57SC Atalante
1937 Bugatti Type 57SC Atalante

De geschiedenis van deze zwarte machine leest als een avonturenroman. De auto was ooit in het bezit van de bekende Franse kunstenaar André Derain en bleef tijdens de oorlog achter op een Franse boerderij. Later stak hij de Atlantische Oceaan over om te schitteren in de beroemde Harrah’s Automobile Collection, waar hij in 1976 de prestigieuze Best of Show-titel op Pebble Beach won.

Na een zorgvuldige restauratie naar historische specificatie won de Bugatti in 2014 opnieuw een grote onderscheiding op Pebble Beach, ditmaal als Most Elegant Closed Car. Dat is precies waarom verzamelaars dit soort auto’s zo hoog inschatten. Dit is geen oude Bugatti die toevallig duur is, maar een auto met een complete keten van herkomst, concoursprijzen en zorgvuldig gedocumenteerde restauraties.

Waarom de carrosseriebouwer hier net zo belangrijk is als het merk

Om te begrijpen waarom vermogende verzamelaars miljoenen neertellen voor deze Franse iconen, moet je terug naar het principe van coachbuilding. In de jaren dertig kocht je als gefortuneerde klant namelijk niet altijd een kant-en-klare auto bij de dealer. Merken zoals Bugatti, Delage en Talbot-Lago leverden vaak een rollend chassis met motor en techniek. Daarna ging dat platform naar een gespecialiseerde carrosseriebouwer.

Die koetsbouwer maakte er vervolgens een unieke carrosserie omheen. De naam van de carrosseriebouwer was in die kringen bijna net zo belangrijk als het logo op de grille. Figoni et Falaschi, Letourneur et Marchand en andere ateliers bepaalden hoe een auto eruitzag, hoe hij in verhouding stond en hoe hij zich onderscheidde van alles wat daarnaast op een concoursveld verscheen.

Daardoor was vrijwel geen enkele topauto uit die periode exact hetzelfde. Klanten lieten hun voertuig ontwerpen naar smaak, status en soms zelfs lichaamsbouw. Het was de ultieme vorm van individualisering, iets waar moderne merken met hun optielijsten slechts bij in de buurt komen. Deze vooroorlogse auto’s waren geen standaardproducten van een lopende band, maar rijdende maatpakken.

De Delage die meer op Art Deco lijkt dan op transport

Een prachtig voorbeeld van die haute couture op wielen is de Delage D8-120 Coach Aérosport uit 1937. Dit model, gebouwd door Letourneur et Marchand, is een van de meest opvallende Franse ontwerpen uit de jaren dertig. RM Sotheby’s noemt deze Aérosport een van zes first-series exemplaren van dit uitzonderlijke ontwerp. Met zijn vloeiende fastback-daklijn en elegante glaspartij oogt de auto nog altijd verbluffend modern.

1937 Delage D8-120 Coach Aérosport by Letourneur et Marchand
1937 Delage D8-120 Coach Aérosport by Letourneur et Marchand

Het ontwerp was destijds zo vooruitstrevend dat je bijna vergeet dat dit een auto uit 1937 is. De lange motorkap, de lage daklijn en de gestroomlijnde achterkant maken hem meer Art Deco-object dan gewoon vervoermiddel. Deze specifieke auto schitterde ooit op de Autosalon van Brussel en wordt nu geschat op 2 tot 3 miljoen dollar.

Mocht dat nog niet exclusief genoeg zijn, dan biedt de collectie ook nog een Delage D8-120 S Coupe uit 1939. Dit is een absolute one-off, wat betekent dat er wereldwijd maar één exemplaar van bestaat. De auto is gebouwd op een zeldzaam, verlaagd D8-120 S-chassis en kreeg een gespierder, sportiever koetswerk dan veel andere Delage-modellen uit die periode.

1939 Delage D8-120 S Coupe by Letourneur et Marchand
1939 Delage D8-120 S Coupe by Letourneur et Marchand

Na decennia in Portugal en later verschillende internationale collecties te hebben doorgebracht, werd de auto door RM Auto Restoration opgefrist in de kenmerkende zwart-met-tan stijl van Patterson. De verwachte opbrengst ligt tussen de 1,5 en 2,5 miljoen dollar. Daarmee is dit geen bijrol in de veiling, maar een zeldzame kans voor verzamelaars die juist de minder voor de hand liggende Franse topstukken zoeken.

De Talbot-Lago was bijna een racewagen in avondkleding

Het meest spectaculaire staaltje spierballenvertoon uit de collectie is misschien wel de Talbot-Lago T150-C Competition Roadster uit 1937. De carrosserie werd getekend door het legendarische duo Figoni et Falaschi, bekend om hun vloeiende en bijna buitenaardse ontwerpen. Onder die elegante buitenkant schuilt echter pure autosporttechniek.

Het chassis was oorspronkelijk bedoeld voor competitiegebruik en wordt in verband gebracht met de 24 uur van Le Mans van 1936, die door politieke onrust in Frankrijk niet doorging. Daardoor voelt deze Talbot-Lago als een racewagen in avondkleding: laag, gespierd, maar tegelijk gebouwd om op een concoursveld de show te stelen.

1937 Talbot-Lago T150-C Competition Roadster by Figoni et Falaschi
1937 Talbot-Lago T150-C Competition Roadster by Figoni et Falaschi

Met zijn pontonspatborden, chromen details en lichte constructie was dit destijds veel meer dan een mooie paradeauto. De eerste eigenaar, een Franse gevechtspiloot en bankier, was zo enthousiast dat hij de ontwerpers schreef dat zij een waar kunstwerk op zijn Talbot hadden gezet. Na een lange omzwerving door Europese en Amerikaanse collecties werd de roadster teruggebracht naar zijn oorspronkelijke lijnen.

Ook deze Talbot-Lago wordt geschat op 1,5 tot 2,5 miljoen dollar. Dat bedrag komt niet alleen door zijn uiterlijk, maar vooral door zijn unieke positie. RM Sotheby’s omschrijft hem als de eerste en enige overlevende van twee prototypes op een kort competitiechassis. Dat maakt hem tegelijk designobject, race-erfenis en verzamelstuk.

De ‘goedkope’ Mercedes kost nog steeds een halve miljoen

Om de verhoudingen van deze veiling te begrijpen, helpt het om naar de vreemde eend in de bijt te kijken. Tussen al het vooroorlogse Franse metaal staat namelijk ook een Mercedes-Benz 280 SE 3.5 Cabriolet uit 1971. Dit model is veel moderner, veel bekender en rolde gewoon uit een reguliere fabriek in Stuttgart. Toch is ook deze auto allesbehalve gewoon.

De teller staat op minder dan 22.000 mijl en de auto werd decennialang gekoesterd door zijn eerste eigenaar, een Amerikaanse oogarts. Hij is uitgevoerd in Silver Gray Metallic met zwart leer, airconditioning, elektrische ramen en een Becker Europa-radio. Dat klinkt bijna bescheiden naast de Bugatti en Delages, maar in Mercedes-kringen is een 280 SE 3.5 Cabriolet in deze staat een zeer gewilde machine.

1971 Mercedes-Benz 280 SE 3.5 Cabriolet
1971 Mercedes-Benz 280 SE 3.5 Cabriolet

RM Sotheby’s biedt de Duitse cabriolet aan zonder reserve, wat betekent dat hij hoe dan ook naar de hoogste bieder gaat. Met een geschatte opbrengst tussen 350.000 en 450.000 dollar is dit veruit het meest bereikbare lot binnen deze selectie. Tegelijk laat dat bedrag zien hoe ver de markt voor topklassiekers inmiddels van de gewone liefhebber is weggegleden.

De les voor moderne supercars

Waarom betalen verzamelaars anno 2026 nog altijd miljoenen voor techniek uit de vorige eeuw? Het antwoord zit niet alleen in nostalgie. Deze auto’s combineren zeldzaamheid, vorm, documentatie, concoursgeschiedenis en vakmanschap op een manier die nauwelijks opnieuw te maken is. Een moderne hypercar kan sneller zijn, maar snelheid veroudert snel. Een nieuw model, een betere accu of een slimmere aerodynamische truc kan de oude koning binnen een paar jaar van zijn troon stoten.

Bij deze vooroorlogse auto’s werkt het anders. Hun waarde zit niet in een getal op een specificatieblad, maar in het feit dat ze tastbare stukken autogeschiedenis zijn. De Bugatti Type 57SC Atalante, de Delage Aérosport en de Talbot-Lago Competition Roadster zijn geen auto’s die je alleen beoordeelt op vermogen of topsnelheid. Je beoordeelt ze op proportie, verhaal, herkomst en de hand van de carrosseriebouwer.

Onder de streep levert deze veiling in Monterey dus een heldere les op voor de huidige auto-industrie. Snelheid en pk-cijfers zijn vluchtige eigenschappen, maar vorm, verhaal en zeldzaamheid kunnen bijna een eeuw later juist waardevoller worden. Wie deze zomer miljoenen neerlegt voor de Bugatti of een van de Delages, koopt geen oude pk-machine, maar een zeldzaam object waarin techniek, status en carrosseriekunst samenkomen. Precies daarom blijven deze auto’s interessant, lang nadat hun topsnelheid door moderne hatchbacks is ingehaald.