Het MetLife Stadium, gelegen in de moerassen van East Rutherford in New Jersey, is deze zomer niet alleen de locatie van meerdere WK-wedstrijden, maar zelfs het strijdtoneel voor de finale van het wereldkampioenschap. Terwijl naar verwachting zo'n 5.000 Nederlandse supporters en honderdduizenden andere voetbalfans zich voorbereiden op een toch al prijzige trip naar Amerika, schrikken ze zich momenteel rot van een nieuw logistiek obstakel. De relatief korte reis van zo'n 15 kilometer van je hotel in New York naar je peperdure stoeltje in het stadion wordt namelijk een ongekende aanval op de portemonnee.
In Europa zijn we er doorgaans aan gewend dat bij gigantische evenementen extra treinen worden ingezet en het lokaal vervoer vaak inbegrepen is of op zijn minst schappelijk geprijsd blijft. In Amerika draait alles echter om het principe dat de gebruiker altijd betaalt, zeker wanneer het openbaar vervoersnetwerk in de regio structureel kampt met zware tekorten. Uit een uitgebreide reconstructie van de Amerikaanse politieke nieuwssite Politico blijkt dat de bestuurders van de staat New Jersey het plan hebben opgevat om internationale voetbalfans keihard te laten meebetalen om het gat in de begroting van hun ov-bedrijf te dichten.
Een treinritje voor de hoofdprijs
Omdat de gigantische parkeerterreinen rondom het stadion door veiligheidseisen van de FIFA grotendeels voor het grote publiek gesloten blijven, zijn zo'n 40.000 toeschouwers per wedstrijd letterlijk veroordeeld tot de treinen en pendelbussen van New Jersey Transit. Deze rit duurt zo'n 45 minuten. De staat heeft echter doodleuk aangekondigd de prijs voor een retourtje vanuit Manhattan naar het stadion te willen verhogen naar de absolute hoofdprijs: een waanzinnige 150 dollar per persoon. Ter vergelijking: een regulier treinkaartje op exact datzelfde traject kost normaal gesproken niet meer dan een tientje per enkele reis.
Mocht dit plan doorgaan, dan zijn vier vrienden die samen vanuit New York naar een WK-wedstrijd reizen deze zomer dus alleen al voor het openbaar vervoer 600 dollar kwijt. Alternatieven zijn er overigens nauwelijks te vinden. Wie de stoute schoenen aantrekt en de gok waagt met een taxi of een dienst zoals Uber, komt van een ijskoude kermis thuis. Bij grote evenementen in het MetLife Stadium slaat het algoritme van Uber steevast op hol met extreme prijsvermenigvuldigers.
Tijdens concerten van Taylor Swift en Beyoncé lagen de prijzen voor een standaardritje terug naar Manhattan tussen de 400 en 650 dollar. Bij uitschieters tikken ritten met een luxe Uber Black lachend bedragen aan van 1.200 tot 1.400 dollar per enkele reis, met wachttijden van meer dan een uur. Het is de verwachting dat de prijzen rond de start en het einde van een WK-wedstrijd deze absurde recordbedragen gaan evenaren of zelfs verbreken.
Tel daar de toegangskaarten bij op (het goedkoopste kaartje voor de finale in het MetLife Stadium kost ruim 3.500 euro) en de torenhoge Amerikaanse horecaprijzen, waar een simpel biertje in het stadion naar verwachting dik over de 11 euro gaat kosten, en je snapt dat supporters bizar diep in de buidel moeten tasten.
Publieke ruzie met de FIFA
Hoe zo'n bizar duur treinkaartje op tafel is gekomen? Het extreme tarief is de inzet van een ordinaire moddergooicampagne tussen de Amerikaanse overheid en wereldvoetbalbond FIFA. De lokale politici klagen in de pers steen en been dat de FIFA, ondanks een verwacht miljardenoverschot, financieel volledig weigert bij te dragen aan het broodnodige extra vervoer van de toeschouwers. De gouverneur van New Jersey weigert op haar beurt om die verwachtte transportrekening van bijna 50 miljoen dollar op het bordje van de lokale belastingbetaler te leggen.
De FIFA wijst de beschuldigingen uiteraard glashard van de hand. Volgens de organisatie heeft de speelstad in haar oorspronkelijke bidbook destijds plechtig beloofd dat het vervoer naar de wedstrijden gratis of in ieder geval uiterst betaalbaar zou blijven. De bond waarschuwt dat deze brute Amerikaanse prijsopdrijving het evenement ernstige imagoschade op kan leveren.
Eén ding is zeker: wie deze zomer hoopt op een betaalbare en vlotte reis naar een WK-wedstrijd bij New York, moet zich schrap zetten. Door deze politieke ruzie transformeert de Amerikaanse logistiek in rap tempo van een gezellig voetbalfeestje naar kille geldklopperij.