Het klinkt vandaag de dag als het script voor een spannende spionagefilm. In een tijdperk waarin autofabrieken zwaarder bewaakt worden dan een gemiddeld goudtransport, kun je je nauwelijks voorstellen dat een willekeurige toerist zomaar de streng beveiligde fabrieken van Ferrari en Lamborghini binnenwandelt. Toch is dat precies wat de nuchtere Nederlander Albert Schutter, destijds 26 jaar oud en getooid in een wit T-shirt en een lichtblauwe Adidas korte broek, in het begin van de zomer van 1987 flikte. Het is inmiddels bijna op de dag af 41 jaar geleden, maar de herinneringen zijn nog altijd springlevend. Autobahn sprak uitgebreid met hem over zijn bizarre, ongeplande infiltratie in de Italiaanse supercargeschiedenis.
Die liefde voor auto's zat er bij Albert al van jongs af aan diep in. "Ik ben mijn hele leven al een petrolhead", vertelt hij vol passie. "Toen ik vijf was, was ik bruidsjonker bij de trouwerij van mijn tante. Ik mocht meerijden in de trouwauto en zat de hele rit continu te vertellen welke auto's we onderweg allemaal tegenkwamen."
Het was dan ook geen verrassing dat er tijdens een vakantie aan het Gardameer in 1987 een spontaan plan ontstond. Hij wilde weleens kijken waar die iconische en peperdure sportwagens daadwerkelijk werden gebouwd. Eenmaal aangekomen bij de roemruchte poorten van Maranello proefde Albert direct de winnaarsmentaliteit. Het weekend daarvoor, op 31 mei 1987, had het Formule 1 team van Ferrari een podiumplek binnengesleept tijdens de Grand Prix van Monaco. Michele Alboreto stuurde zijn Ferrari F187 naar een knappe derde plek.
De enorme beker stond prominent opgesteld in een nis bij de ingang. Albert keek op zijn gemakje rond, totdat zich plotseling een gouden kans voordeed.
Een onzichtbare indringer tussen de F40's
Toen de zware slagboom werd geopend om een ploeg van vijftien werknemers in bedrijfskleding naar buiten te laten voor de lunch, bedacht Albert zich geen moment. Hij wandelde doodleuk, open en bloot met zijn camera om zijn nek, de heilige grond van Ferrari op. Een brutaal mens heeft immers de halve wereld. "Ik dacht: in het slechtste geval sturen ze me gewoon weer weg", blikt Albert nuchter terug.
"Ik heb me totaal niet proberen te verbergen. Ik had niet eens een smoesje klaarliggen. Ik ben gewoon gaan rondlopen en dacht: als ze me snappen, dan hoor ik het wel. Maar dat gebeurde niet."
Sterker nog, de jonge toerist wist bijna twee uur lang compleet ongestoord over het fabrieksterrein te dwalen. Hij schoot met zijn analoge camera volop uniek beeldmateriaal van alles wat hij tegenkwam. Hij liep door de hal waar de auto's werden klaargemaakt voor verscheping en keek zelfs mee op de lopende band waar ze in die tijd de Testarossa aan het fabriceren waren. "Ik ben zeker wel personeel tegengekomen", legt hij uit. "Maar ze keken totaal niet op. Ze waren met hun eigen werk bezig. Die mensen verwachtten gewoon niet dat er iemand zomaar rondloopt. Als je je verschuilt loop je in de gaten, dus ik liep gewoon rond met een heel zelfverzekerde houding."
Wat hij in die twee uur aantrof, was de absolute droom voor elke autoliefhebber uit de jaren tachtig. Tientallen gloednieuwe Testarossa's stonden in een perfecte rij. Ook de iconische 328 kon hij van dichtbij bekijken. De ultieme ontdekking stond echter iets verderop. Albert liep tussen een rij stoffige F40's, de absolute droomauto die op dat moment nog niet op de weg mocht en wachtte op een verplichte typegoedkeuring voor de verlichting.
"In de media waren wel al wat foto’s verschenen van de F40, en nu zag ik ze hier ineens zelf in het stof staan. De sleutels zaten er zelfs in, maar starten durfde ik niet!" Wel legde hij de onbekende wagens op unieke wijze vast. "Op een van de foto's zie je een F40 zonder achterklep, dat vond ik erg bijzonder. Met de zelfontspanner op mijn fototoestel, dat ik dan op een andere Ferrari zette, maakte ik foto's van mezelf. Dan ging ik in een andere auto zitten of leunde er tegenaan."
Waarom hij na twee uur alsnog tegen de lamp liep? Albert werd simpelweg té overmoedig. Hij zag een testrijder voorbijkomen en besloot hem aan te houden met de vraag: "Hello mister, can I ride with you?" De Italiaanse coureur reageerde stomverbaasd, riep "No, no, no" en waarschuwde direct de beveiliging.
Drie bewakers namen Albert mee en eisten in rap Italiaans direct het fotorolletje op. Albert hield zich van de domme en claimde dat hij maar één foto had gemaakt: "Una foto", zei hij lachend. Toen hij in een kleine showroom bij de ingang moest wachten terwijl de bewakers al discussiërend in een controlekamer verdwenen, greep hij zijn kans, stak de weg over en liep zonder te worden tegengehouden van het terrein af. Mét het volle fotorolletje op zak.
De harde realiteit bij Lamborghini
Vol euforie door zijn gelukte spionageactie in Maranello, navigeerde Albert in zijn blauwe Ford Sierra direct door naar aartsrivaal Lamborghini in Sant'Agata Bolognese. "Ik had als petrolhead zelf posters van de Countach boven mijn bed hangen", vertelt hij. "Ik was dus vol zelfvertrouwen en dacht: dit ga ik hier eventjes dunnetjes overdoen." Die illusie werd helaas hardhandig de kop ingedrukt.
Bij Lamborghini, in die tijd nog kleinschalig en eigendom van Chrysler, weigerde de beveiliger hem direct de toegang. Buiten de hekken stonden echter een Espada en twee iconische LM002's geparkeerd, en op het terrein zelf was het merk bezig met testrondjes van de Countach 25th Anniversary, een model dat nog niet aan de wereld was getoond. "Toen die Countach voorbijreed, hield ik mijn camera voor mijn buik en maakte stiekem een foto", herinnert Albert zich. De beveiliging zag het en kwam kwaad naar buiten met de dreiging de politie te bellen.
Albert trok zich er echter weinig van aan. "Toen diezelfde Countach even later wéér kwam aanrijden, dacht ik: 'What the fuck', en ben ik gewoon open en bloot, volop brutaal van voren een foto gaan nemen." Toen waren de rapen gaar. De bewaker kwam woedend naar buiten gestormd. "Ik ben na het nemen van de foto ook gelijk naar mijn Ford Sierra gelopen en hard weggereden." Dat hij zojuist een zeer exclusieve primeur had vastgelegd, besefte hij pas later.
"Ik had op dat moment niet in de gaten hoe speciaal die editie was. Pas toen hij officieel uitkwam zag ik dat het de 25th Anniversary was. Die ik overigens een stuk minder mooi vind dan zijn voorganger."
Zijn fotorolletje liet hij later veilig ontwikkelen bij een lokale fotozaak aan het Gardameer, waar de eigenaar hem bij het ophalen op typisch Italiaanse wijze vol passie onthaalde: "Foto Ferrari!"
De truc herhaald bij Pagani
De beelden vormen inmiddels een prachtig tijdsbeeld van een tijdperk waarin de hekken van de Italiaanse auto-industrie blijkbaar verrassend eenvoudig te passeren waren. "Voor het internettijdperk was het absoluut veel makkelijker om binnen te komen," lacht Albert.
Dat deze zelfverzekerde instelling echter niet met de jaren slijt, bewees Albert een paar jaar geleden. Tijdens een zakenreis in Bologna stopte hij bij de oude fabriek van Pagani. Er kwam een bus aanrijden met toeristen die een rondleiding hadden geboekt. Toen het hek openging voor de groep, besloot Albert weer ouderwets brutaal aan te sluiten en mee naar binnen te glippen.
Binnen probeerde hij stiekem foto's te maken met zijn telefoon, maar de beveiliging in dit moderne tijdperk bleek een stuk scherper, waardoor hij al snel in de gaten werd gehouden. Wel wist hij nog wat plaatjes te schieten in een kleine showroom.
Zijn ultieme bekroning in Italië volgde een paar jaar later. Toen hij samen met zijn zoon opnieuw een bezoek bracht aan de regio, liepen de twee bij toeval oprichter Horacio Pagani tegen het lijf en gingen ze ontspannen met de automeester zelf op de foto. Het is het ultieme bewijs: een brutaal mens heeft de halve wereld.