Het is een klassiek Hollands scenario: na wekenlang klagen over de hitte en de droogte, trekt de lucht eindelijk dicht. De afgelopen dagen vielen er al wat stevige buien en ook voor de komende dagen wordt er weer flink wat regen voorspeld. De ruitenwissers gaan aan en we rijden met een verfrissend gevoel vrolijk door naar huis. Toch blijkt juist die eerste, ogenschijnlijk onschuldige regenbui na een lange droge periode in de praktijk een van de meest verraderlijke momenten in het verkeer te zijn. Veel automobilisten vergeten namelijk dat het wegdek op dat specifieke moment verandert in een onzichtbare ijsbaan.
We hebben het over 'zomergladheid' (ook wel bekend als schuimend asfalt), een sluipmoordenaar die de kans op verkeersongelukken drastisch verhoogt. Het probleem is niet de hoeveelheid regen, maar juist het vuil dat de eerste buien naar de oppervlakte dwingen. DAS Rechtsbijstand waarschuwde recent nog nadrukkelijk voor de juridische en financiële gevaren van dit natuurfenomeen, omdat automobilisten na een flinke schuiver vaak volkomen onterecht denken dat ze de schade wel even kunnen verhalen op de overheid.
Een vettig recept voor een lange remweg
De oorzaak van deze zomerse gladheid is pure scheikunde. Tijdens een lange, droge en warme periode hopen allerlei vervuilende stoffen zich op in de poriën van het asfalt. Denk hierbij aan oliedruppels, rubberdeeltjes van autobanden, remstof, zand en pollen. Zolang het droog blijft, is er niets aan de hand en kleeft het vuil onschuldig vast. Zodra het na die droogte echter begint te regenen, verandert dit. Het lichte laagje water mengt zich met al dit opgebouwde vuil, waardoor er een uiterst vettige laag ontstaat die naar de oppervlakte van de weg wordt gedrukt.
Dit vettige filmlaagje, dat soms zichtbaar is als een witte, schuimende substantie langs de rand van de weg, is funest voor je autobanden. De grip neemt in een fractie van een seconde drastisch af, de remweg wordt plotseling veel langer en de kans op ongecontroleerd slippen neemt exponentieel toe.
Vangrails in bochten en rotondes
Het grootste risico van zomergladheid is dat het zwaar wordt onderschat. Als we in de winter sneeuwvlokken zien, past negentig procent van de automobilisten instinctief direct zijn snelheid en volgafstand aan. In de zomer, met een bescheiden regenbuitje, vertrouwt vrijwel iedereen blind op de techniek van de auto en brede zomerbanden.
Deze overmoed straft de fysica genadeloos af. Vooral op plekken waar veel geremd, gestuurd en geaccelereerd wordt, klappen de bumpers op elkaar. Rotondes, scherpe op- en afritten van de snelweg en drukke kruispunten veranderen tijdens zo'n eerste bui regelmatig in een glijbaan. Voordat je überhaupt de kans krijgt om in te grijpen of bij te sturen, voel je het stuur al licht worden en glijd je stuurloos richting de vangrail of je voorganger.
Een dure grap voor je eigen portemonnee
Mocht je in een lichte zomerbui de achterkant van je voorganger kussen of je auto in de berm parkeren, denk dan niet dat je de rekening eenvoudig kunt doorschuiven. DAS Rechtsbijstand benadrukt dat het aansprakelijk stellen van een wegbeheerder (zoals Rijkswaterstaat of de gemeente) in deze situaties vrijwel altijd kansloos is. Justitie ziet zomergladheid namelijk als een natuurlijk, tijdelijk en onvermijdelijk verschijnsel, en absoluut niet als een constructiefout van de weg.
Als automobilist word je geacht je rijstijl en snelheid zelf aan te passen aan de weersomstandigheden, zeker wanneer er via de media is gewaarschuwd voor de naderende regen. Zonder een All-Risk autoverzekering mag je de blikschade aan je eigen voertuig door die eerste zomerse regendruppels dus helemaal zelf ophoesten. Neem direct gas terug en houd extra afstand zodra na een warme, droge maand de eerste druppels op je voorruit vallen.